Cohen wil snellere civiele procedures

Staatssecretaris Cohen (Justitie) wil het mogelijk maken sneller te procederen in civiele zaken. Hij komt daartoe nog dit jaar met een wetsvoorstel voor herziening van de procesregels.

Cohen zei dat gisteren in reactie op een onderzoek van het WODC, het wetenschappelijk onderzoeks- en documentatiecentrum van het ministerie van Justitie.

Volgens het WODC zouden civiele rechtzaken tot vijftig procent minder tijd in beslag nemen, als er versnelde procedures zouden worden ingevoerd. Deze tijdwinst levert de procederende burgers jaarlijks een besparing van 1,5 tot 2 miljard gulden op. Bij de civiele afdelingen van de Nederlandse rechtbanken is, net als bij de strafkamers, al jarenlang sprake van een grote achterstand. Oorzaak zijn de ellenlange procedures: een gemiddelde `handelszaak' (meestal een procedure tussen bedrijven of tussen particulieren en bedrijven) duurt gemiddeld twee jaar zo stelde het WODC in een inventarisatie vast.

De `doorlooptijden' van de handelszaken verschillen overigens sterk per rechtbank: duurt een civiele procedure in Almelo zestien maanden, in Amsterdam duurt het gemiddeld 33 maanden voordat de rechter tot een uitspraak komt.

In het onderzoek evalueerde het wetenschappelijk centrum ook enkele experimenten van de afgelopen jaren geevalueerd, die tot doel hadden de procedures te bekorten. Een aantal “elementen' hieruit zullen worden opgenomen in het wetsvoorstel, zo liet staatssecretaris Cohen weten.

Zo zullen er voortaan strengere eisen worden gesteld aan de dagvaarding zodat de partijen al in een vroeger stadium zullen beschikken over goede informatie. Verder zal er sneller worden overgegaan tot een daadwerkelijke zitting, zodat langdurige briefwisselingen tussen procederende partijen in de toekomst kunnen worden voorkomen.