Brieven Schmidt worden geveild

Bij het Haarlemse veilinghuis Bubb Kuyper zal op 2 december een collectie van 23 persoonlijke brieven van Annie M.G. Schmidt worden geveild. Het is voor het eerst dat er zoveel brieven van haar op de markt komen. Bovendien zijn de brieven persoonlijk van aard. Er zijn nauwelijks andere persoonlijke brieven van Schmidt bekend.

Het gaat om getypte brieven die Annie M.G. Schmidt tussen 1971 en 1975 schreef aan de journalist en kinderboekenschrijver F.J. Bromberg. De correspondentie begint met een verzoek van Bromberg om een mening te geven over een kinderboek dat hij heeft geschreven. Schmidt schrijft terug: ,,Een paar dingen wil ik er wel even bij vertellen, voor u me in de volgende brief snikkend om de hals vliegt: Ik ben zelf de weifeligste onzekerste auteur die in de hele Westelijke cultuur te vinden is. Mijn oordeel is heel ontzettend relatief, u mag er beslist niet op af gaan.'

Over het schrijven van jeugdboeken schrijft zij, in dezelfde brief: ,,Het droevigste van de jeugdboekenschrijverij vind ik dat boeken, ook al worden ze uitgegeven, verloren gaan. Ze leven een paar jaar, kwijnend achter in een boekwinkel en er wordt te weinig op gelet, te weinig over geschreven (-). Nu raakt er teveel goeds zoek nadat het is uitgegeven, tussen de stroom van al het middelmatige.'

Gaandeweg wordt de correspondentie persoonlijker. Als Bromberg schrijft dat hij maar moeilijk van de fles kan afblijven, schrijft Schmidt, vanuit Frankrijk: ,,En waarom moet je van de drank af? Wees blij dat je er aan bent. Het ligt er natuurlijk aan In Hoeverre, en Hindert HET ja of nee, maar hier tussen de fransen die de godganse dag in een rose roes leven van de rosE en de Pastis en zich daarom ook geen flikker aantrekken van pompidoe en politiek, kom ik tot het besef dat een permanente matige dronkenschap het enige alternatief is tegenover de club van Rome.'

Ook collega-schrijvers komen in de correspondentie aan bod. Zo schrijft Schmidt in mei 1973: ,,Wat nou niet kunnen praten. So what? Ik ben bepaald ook geen conversatiemens, maar daar gaat het toch ook niet om? We hoeven toch niet geestig te zijn of causeurs of spits of intellectueel of ha ha leuk uit de hoek komen? Ouderwetse schrijvers hadden dat zo erg: Jani Roland Holst en Vic van Vriesland en kom hoe heet die pik uit Brabant o ja, van Duinkerken. En heel vroeger Werumeus Buning, dat waren de geestige praters, ik voelde me daar diep ongelukkig bij, dacht altijd: ik lees je liever dan dat ik thee bij je drink, uitslover.'

Schmidt laat zich ook kritisch uit over de media. ,,Nee maar heus, zonder gekheid', schrijft zij in 1974, ,,als het te pas mocht komen, roep dan maar: Ja, Annie zegt ook altijd. Of: Toen ik laatst met Annie op Broadway zat, etc. Ik weet niet of het iets uithaalt, maar namedropping maakt altijd indruk op alle klootzakken en dat zijn het sowieso, welke omroep het ook moge wezen. En ik zal alles beamen, wat je verzint, als ze me later mochten vragen: werkte je samen met Frits in Reikjavik dan roep ik enthousiast: En hoe!'

Toegevoegd aan de correspondentie is een kaart van Schmidt aan Bromberg uit maart 1992. Daarop schrijft zij: ,,Ik ben inmiddels te blind, te oud en te werkzaam om nog eens een correspondentie te beginnen.'

De richtprijs van de collectie bedraagt acht- tot tienduizend gulden. Naast de brieven van Schmidt worden er bij Bubb Kuyper nog aan groot aantal andere handschriften van Nederlandse en buitenlandse schrijvers en kunstenaars geveild. Het gaat om brieven van onder meer Jan Arends. W.F. Hermans, Simon Vestdijk, Karel Appel, H.P. Berlage, Isaac Israels, Gerrit Rietveld, Charley Toorop en O. Zadkine.