Beoogd CDA-voorzitter wil fractie `niet controleren'

Marnix van Rij is gisteren door het bestuur van het CDA aangewezen als kandidaat-voorzitter. Hij wil het debat stimuleren en “de ramen openzetten'.

Zijn nominatie voltrok zich op heilige grond. In het conferentieoord Woudschoten in Zeist, waar het CDA-in-wording halfverwege de jaren zeventig met zijn grondslag worstelde, wees het partijbestuur gisteren de 38-jarige fiscaal jurist Marnix van Rij uit Wassenaar aan als kandidaat-voorzitter.

Wat was hij nou, katholiek of protestant? vroegen de media zich af. “Ik ben gereformeerd gedoopt, heb hervormd belijdenis gedaan en voel me heel vaak katholiek', deelde de kandidaat op een persconferentie onbevangen mee.

Marnix van Rij wordt volgend jaar, als de partij zijn kandidatuur overneemt, de opvolger van Hans Helgers. De selectiecommissie van de partij had bewust gezocht naar een protestant - enigszins als tegenwicht voor de katholieke fractieleider De Hoop Scheffer. Bloedgroependiscussie mogen dan in het CDA niet meer voluit worden gevoerd, de balans tussen katholieken en protestanten wordt bij de toedeling van functies wel bewaakt.

Wat Van Rij straks gaat doen? “De ramen openzetten', zo zei hij gisteren bij herhaling. Hij wil het debat in de partij stimuleren. Wat hij niet gaat doen: als een controleur bij vergaderingen van de Tweede-Kamerfractie zitten. “Ik heb niet het idee dat ik daar iets heb te zoeken', verklaarde hij onbekommerd.

En wat hij slechts af en toe gaat doen: het land intrekken. Minder dus dan zijn voorganger Hans Helgers die volgend jaar stopt. Van Rij - in het dagelijks leven werkzaam als vennoot bij het accountantsbureau Moret, Ernst & Young in Den Haag - gaat zijn functie tenslotte in deeltijd uitoefenen. Niet dat hij die beperking als een beletsel ervaart: “Ik woon heel dicht bij Den Haag en ben zo heel weinig reistijd kwijt.'

Marnix van Rij manifesteerde zich vier jaar geleden als een ontevreden CDA-lid. In het dagblad Trouw schreef de fractievoorzitter van het CDA in de gemeenteraad van Wassenaar in de opmaat naar de Tweede-Kamerverkiezingen van `94 dat het CDA “ziende blind en horende doof'was, zich had vervreemd van zijn traditionele achterban en het tijd werd voor “kritisch zelfonderzoek'.

Hij had er veel van geleerd van die aanpak. Gezagsgetrouwe partijgenoten zeiden dat hij zijn kritiek niet in de krant moest spuien, maar bij zijn afdelingsbestuur. Ontevreden partijgenoten reageerden daarentegen “in grote aantallen' instemmend op zijn artikel. Hij wil die houding ook als voorzitter van de partij vasthouden: “Kritische geluiden moeten kunnen als ze maar positief en constructief zijn.'

Debat moet er voluit zijn, vindt Van Rij. “Ik zie graag verschillen van mening. Het CDA moet geen societeit zijn, geen gezelligheidsclub waar alleen maar wordt gewacht tot de politiek leider binnenkomt om een biertje te drinken.' Naast debat ziet hij ook graag strijdlust in de partij terugkeren:“Je moet willen winnen, als je die mentaliteit niet hebt kom je in de politiek niet ver.' Zelf vindt hij een niveau van 38 Kamerzetels een mooi doel om bij de verkiezingen voor de provinciale staten na te streven.

Wat zijn plaats is in de partij? Heel eenvoudig: de voorzitter organiseert de partij, maar het politieke primaat ligt bij de fractieleider. “Ik zal me niet in de hitte van het politieke debat gaan mengen', kondigde Van Rij gedecideerd aan. Het gevoelige thema van de asielzoekers mijdt hij op zijn persconferentie in eerste instantie, maar na aanhoudende vragen benadrukt Van Rij dat hij het “heldere standpunt van de fractie onderschrijft'.