Archeologie in tijd en ruimte; Scapino Ballet danst het leven en werk van Schliemann

Voor zijn nieuwe ballet voor het Scapino liet choreograaf Ed Wubbe zich inspireren door het leven en werk van de Duitse archeoloog Heinrich Schliemann. “Er bestaat een overeenkomst tussen archeologie en dans' zegt hij.

“Heinrich Schliemann was tegelijkertijd een excentriek genie en een schurk. Hij was bijzonder ambitieus, een echte doorzetter, sprak 22 talen en kon Homerus' Ilias moeiteloos uit het hoofd citeren. Zijn niet aflatende inspanningen hebben geleid tot de ontdekking van Troje, Mycene en andere plaatsen, waarvan men aanvankelijk dacht dat zij alleen maar bestonden in mythen. Hij was dan wel de eerste archeoloog die zich realiseerde dat Homeros' epos gebaseerd was op historische feiten, maar ook een rasopportunist. Bij zijn eerste opgravingen in Troje groef hij botweg een diepe geul om maar vooral snel resultaat te boeken. In zijn hebberigheid vernielde hij tientallen vondsten van onschatbare waarde. Ook de manier waarop hij als amateur-archeoloog de erkenning van de academische wereld heeft proberen af te dwingen verdient geen schoonheidsprijs.'

Sinds het lezen van Schliemanns dagboeken is Ed Wubbe, artistiek directeur van Scapino Ballet Rotterdam, gefascineerd door de negentiende-eeuwse `vader van de moderne archeologie'. Tijdens een reis door Turkije en Griekenland, waar hij onder andere het antieke Troje en Mycene bezocht, vatte hij het plan op om de archeoloog tot middelpunt van een dansvoorstelling te maken. Wubbe: “Toen ik zag hoe archeologen stukje bij beetje mozaiekvloeren reconstrueerden, besefte ik dat er een overeenkomst is in het omgaan met tijd en ruimte tussen archeologie en dans. Als choreograaf houd je je net als een archeoloog bezig met het bij elkaar brengen van brokstukken die op verschillende plaatsen gevonden zijn. De gelaagdheid van een archeologische vindplaats is direct vergelijkbaar met de verschillende structuurniveaus die in dans verborgen zitten.'

Wubbe's interesse voor Schliemann, de Ilias en archeologie vonden hun weerslag in The Schliemann Pieces, dat donderdag 19 november in de Rotterdamse Schouwburg zijn premiere beleeft. “Ik wilde Schliemann in zijn meest karakteristieke omgeving neerzetten', zegt Wubbe. “De sfeer van oude foto's van Schliemann die achter zijn bureau zit te schrijven of lezen, omringd door honderden spittende, sjouwende en zwetende arbeiders, wilde ik overbrengen op het toneel. Mijn Schliemann zit op een heuvel en leest fragmenten voor uit zijn dagboeken of de Ilias. De andere dansers zijn de werklui, dorpelingen of bezoekers die Schliemann zo treffend beschrijft in zijn dagboeken. Het stuk springt heen en weer tussen die alledaagse realiteit van de archeologische vindplaats Schliemanns fantasieen en gedachten en de verbeelding van passages uit de Ilias, die hij voorleest.'

“The Schliemann Pieces begint en eindigt met de relatie tussen de archeoloog en zijn vrouw Sophia. Schliemann had een desastreus eerste huwelijk en na de scheiding kwam hij terecht in een soort midlifecrisis. Hij vroeg de bisschop van Athene of die niet nog een geschikt meisje van huwbare leeftijd kende. Zo werd er een huwelijk gearrangeerd tussen het zeventienjarige nichtje van de bisschop en de dertig jaar oudere Schliemann. Afwisselend verhielden zij zich tot elkaar als man en vrouw, vader en dochter, leraar en leerling. Zo'n relatie is echt een dankbaar onderwerp voor dans en ik gebruik het dan ook als kader voor de rest van het stuk.'

De duidelijke aanwezigheid van Heinrich en Sophia Schliemann maakt dat The Schliemann Pieces verschilt van Wubbe's eerdere werk. “In mijn vorige stuk over Velvet Underground-zangeres Nico waren alle meisjes Nico', vertelt hij.

“Het stuk was in eerste instantie een ode aan haar muziek. Alleen via haar muziek gaf ik aandacht aan de persoon Nico. In The Schliemann Pieces zijn Schliemann en Sophia herkenbaar als individuele personen.'

Wubbe bestempelt zijn nieuwste werk als `een stuk theatraler dan het voorgaande'. Een belangrijke reden hiervoor is gelegen in de begeleidende muziek, die verzorgd wordt door Harry de Wit. “Harry is niet een traditionele componist die een partituur schrijft waar iedere noot in vastligt, maar veel meer een performer en muzikale doe-het-zelver', aldus Wubbe, die al eerder samenwerkte met de multi-instrumentalist. “Hij heeft geluiden gezocht die iets met Troje en Schliemann te maken hebben. Natuurlijk hoor je het geluid van beitels en pikhouwelen dat bij een archeologische opgraving hoort, maar ook het gekwaak van kikkers en het suizen van de wind. Troje stond namelijk bekend om zijn winderigheid en de grote kikkerpopulatie in het gebied.'

De muzikanten zitten niet weggedoken in een orkestbak of verscholen achter de coulissen, maar bezetten een prominente plaats op het podium. “De muzikanten zijn onderdeel van het ensemble', vindt Wubbe. “Ze zijn verkleed als werklui die net als de dansers rondom Schliemann aan het meten, schoonmaken of spitten zijn. Harry is eigenlijk de voorman van de ploeg. Aangezien hij geen partituur maar eerder een `muziekscenario' heeft geschreven, is er ruimte voor improvisatie en interactie met de dansers. De muzikanten kijken voortdurend naar de dansers en reageren op hun bewegingen zodat het totaal heel levendig is en iedere voorstelling verschilt van de vorige.'

Hoewel het werken met live muziek duur tijdrovend en arbeidsintensief is, zweert Wubbe bij de directe samenwerking met componisten en muzikanten.

“Er is niets mis met het gebruik van al bestaande muziekstukken, maar als je specifieke muziek bij een choreografie laat componeren, dan vergroot dat het unieke karakter van de productie. Ik heb de overtuiging dat wanneer je mensen naar de schouwburg wil lokken, je ze ook een zo groot mogelijke, theatrale ervaring moet bieden. Levende muziek hoort daar bij.'