Zelfs een punt is de jongens niet gegund

Aansluiting vinden met de wereldtop is het doel van de Nederlandse rugbyers. Vraag is hoe realistisch dat streven is na de dreun (110-0) die grootmacht Engeland zaterdag uitdeelde.

Zo, dat weten ze dan ook weer, die ambitieuze en eigenwijze Nederlandse rugbyers. Hoge doelen najagen is natuurlijk mooi, maar dat tussen droom en werkelijkheid een diepe kloof gaapt wil maar moeilijk tot hen doordringen. Rugby mag dan niet langer het exclusieve domein zijn van de Engelsen, voor vijftien potige mannen uit Nederland gaan ze in het Home of Rugby echt niet opzij. Zeker niet na een zomertoer waarin de Engelsen al openlijk voor schut werden gezet door Australie, Nieuw Zeeland en Zuid-Afrika.

Achteraf beseften ze het maar al te goed, die Nederlanders: een achterstand van ruim honderd jaar rugbytraditie maak je niet zomaar ongedaan. Zoveel werd zaterdag duidelijk in Huddersfield waar Engeland en Nederland voor het eerst tegenover elkaar stonden. Geheel volgens verwachting won de thuisploeg, maar de enorme overmacht (110-0!) was een stille aanklacht tegen de dubieuze opzet van het WK-kwalificatietoernooi. `Mismatch of the century', kopte de Engelse krant The Independent daags na de eenzijdige vertoning waarbij het scorebord van slag raakte toen de grens van honderd overschreden werd.

De International Rugby Board (IRB) streeft mondialisering na van het rugby, in een poging de hegemonie van Australie, Engeland, Frankrijk Nieuw Zeeland en Zuid-Afrika te doorbreken. Het uiteindelijke doel van die operatie is een groter commercieel bereik. Een eerste aanzet daartoe vormde drie jaar geleden de uitbreiding van het WK 1999, van zestien naar twintig landen.

Nieuw was verder dat slechts de nummers een tot en met drie van het laatste WK (Zuid-Afrika, Nieuw Zeeland en Frankrijk) alsmede het gastland (Wales), automatisch waren geplaatst. De rest waaronder grootmacht Engeland, was aangewezen op het kwalificatietoernooi.

En zo kon het gebeuren dat Engeland-Nederland zaterdag op het affiche prijkte. Hoewel het verschil tussen beide landen op de wereldranglijst slechts zeventien plaatsen bedraagt (5 om 22), verhouden beide zich in de praktijk als Brazilie en San Marino op het voetbalveld. Engeland beschikt over een sterke profliga en kan putten uit een arsenaal van maar liefst 1.246.000 rugbyers, verdeeld over 2.049 clubs. Nederland moet het met aanzienlijk minder doen: 6.000 amateurs verspreid over 100 clubs. Geen wonder dat bondscoach Geoff Old het aantal buitenlanders in zijn selectie spelers met een dubbel paspoort en ervaring in profcompetities, heeft uitgebreid tot acht.

Welgeteld twee kansen kreeg Nederland zaterdag in het Alfred McAlpine Stadium, waarvan de eerste, een penalty-kick van Garron Everts, na vijftien minuten op knullige wijze langs de palen zeilde. Een tweede bescheiden hoogtepunt vormde de solo van Rogier van de Walle, halverwege de tweede helft. In het zicht van de achterlijn werd de center van DIOK echter bedolven onder een witte deken van Engelsen. “Het was ons niet gegund', concludeerde aanvoerder Mats Marcker die voortijdig het veld verliet met naar later bleek een gebroken rechterhand.

Met meer dan honderd punten verliezen stond volgens bondscoach Old vooraf nog gelijk aan een blamage. Zaterdag verklaarde de Nieuw-Zeelander vrede te hebben met de monsterscore (“want the boys lieten het hoofd niet hangen') en troostte hij zich met de gedachte dat “we tenminste niet in het Guiness Book of Records terecht komen'. Dat klopt, want het record staat nog altijd op naam van Hongkong, dat drie jaar geleden Singapore met 164-13 versloeg.

Niettemin zal Old geschrokken zijn van de tekortkomingen van zijn ploeg, die eerder dit jaar al pijnlijk onderuit ging tegen Roemenie.

Gevreesd moet worden dat woensdag, wanneer Italie de volgende tegenstander is in de derde ronde van de WK-kwalificatie, het nationale vijftiental opnieuw het slachtoffer wordt van het gebrek aan creativiteit, handelingssnelheid en tactisch inzicht. Italie, over ruim anderhalf jaar debutant in het Vijflandentoernooi, geldt als een gevreesd uitdager van de internationale rugby-elite na een financiele injectie van naar verluidt ruim twintig miljoen gulden.

Nederland benut het duel tegen de Italianen als een tweede examen en richt zich vervolgens op de verliezersronde, waarin het volgend jaar in een thuis- en een uitduel aantreedt tegen Zuid-Korea. “Daar ligt onze prioriteit', benadrukte Old zaterdag. En had hij het al niet eerder gezegd? “On the way to excellence we pass a good performance.' Kortom, vroeg of laat gaat het gebeuren. Bij winst op Korea volgt een tweeluik met Tonga, de nummer zestien van de wereld. Pas zodra die hindernis is genomen, is WK-deelname zeker.

Vraag is wat Nederland volgend jaar te zoeken heeft in Wales temidden van de grootmachten. Veel, beweerde aanvoerder Marcker gisteren. “Ook al worden we weggespeeld, elke ervaring is er een. Hoe meer wedstrijden op het hoogste niveau, hoe groter de kans om ooit aan te haken.' Veel vond ook voorzitter Eddy Bicker van de Nederlandse rugbybond. “Deelname aan het WK opent de deur naar een grote sponsor en die kunnen we wel gebruiken.'

Twee jaar geleden wees de IRB acht zogeheten `ontwikkelingslanden' aan. Tot de uitverkorenen behoorde ook Nederland dat de jaardonatie (ruim 100.000 gulden) sindsdien grotendeels aanwendt om het salaris van Old te financieren. Volgend jaar volgt de evaluatie van de IRB en Bicker was gisteren de eerste om te beseffen dat de ruime nederlaag tegen Engeland “niet bepaald gunstig' was.

“Er zullen ongetwijfeld weer stemmen opgaan die vinden dat de kleintjes maar weer achteraan in de rij moeten gaan staan.'

Zover wilde Clive Woodward niet te gaan, al hoopt de bondscoach van Engeland in de toekomst verschoond te blijven van duels tegen dwergen van het kaliber-Nederland. “Elk niveau zijn eigen WK en eigen kwalificatietoernooi. Met alle respect: Nederland hoort thuis in de B-poule. Verder zijn ze van harte welkom om bij ons WK te komen kijken en wat op te steken.'

Een psychologische overwinning boekte Nederland. Vooraf vreesden de Engelse media voor het fysieke gestel van de Dutch Tulips, die niet bestand zouden zijn tegen het geweld van de thuisploeg. Niets bleek minder waar, want in de scrum lieten de mannen van Old zich niet onbetuigd, hoewel het verschil tussen het Engelse en het Nederlandse pack liefst 82 kilogram bedroeg. Het verleidde de Engelse pers gisteren tot kwalificaties als `braaf' en `dapper'.

Dat kon ook gezegd worden van de boodschap die voorzitter Bicker bij het slotbanket in petto had voor zijn Engelse collega's. In zijn speech herinnerde hij fijntjes aan de gewijzigde krachtsverhoudingen binnen het voetbal. “Ik heb gezegd: in het begin van de eeuw wonnen jullie nog met 12-0, daar is nu geen sprake meer van. In de volgende eeuw verslaan we jullie dus op het rugbyveld.'