Tribunaal berecht hertog Alva voor oorlogsmisdaden

Het Joegoslavie-tribunaal gaf afgelopen zaterdag in het Haagse Paleis van Justitie een demonstratie. De hertog van Alva stond terecht wegens het plegen van misdaden tegen de menselijkheid.

De hertog van Alva zit er wat verslagen bij, in zijn zwarte kniekousen en sneeuwwitte kraag. De aanklacht die rechter Richard May voorleest, is dan ook niet misselijk. Alva wordt verdacht van het systematisch vervolgen van burgers en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de periode 25 mei tot 28 september 1574 - het beleg van Leiden.

“No cupable', stamelt de hertog als rechter May hem vraagt wat zijn antwoord is op de aanklacht. May begrijpt hem niet want er is geen Spaanse tolk aanwezig. “Not guilty', herhaalt de Alva in het Engels.

Dat de woorden van Alva niet kunnen worden vertaald, is eigenlijk tegen de regels. Verdachten van het Joegoslavie-tribunaal hebben het recht hun eigen taal te spreken, had Senior Legal Officer Yvonne Featherstone van tevoren uitgelegd. Maar verder was de demonstratie die het Joegoslavie-tribunaal afgelopen zaterdag in het Paleis van Justitie in Den Haag gaf, zo realistisch mogelijk. De rechters - Richard May en Almiro Rodrigues - de aanklagers, de griffiers, ze deden hun werk zoals zij dat normaal gesproken ook doen.

De verdediging van Alva werd gevoerd door Michail Wladimiroff en Silvia de Bertodano, het advocatenteam van de eerste verdachte van het Joegoslavie-tribunaal in 1994: de Bosnische Servier Dusko Tadic.

De zitting was de uitsmijter van een lange dag van internationale pleitdemonstraties in het Haagse Paleis van Justitie. Rechters, advocaten en publieke aanklagers van verschillende nationaliteiten lieten op verzoek van de Haagse rechtbankpresident A.H. van Delden zien hoe de dagelijkse rechtsgang in hun land eruit ziet. Maar het was de zitting van het Joegaslavie-tribunaal die die het meeste publiek trok. Vooral de Nederlandse juristen in de zaal reageerden gniffelend op de berechting van de Nederlandse aartsvijand tijdens de Tachtigjarige Oorlog.

De schuld van de hertog van Alva is echter niet zo voor de handliggend als het Nederlandse publiek mischien denkt. Volgens Wladimiroff was Alva een `kleine vis'. Niet hij, maar ene Don Valdez voerde het commando over de Spaanse troepen voor Leiden. Koning Filips II was ontevreden over het “voorzichtige' optreden van Alva tijdens het beleg. Valdez had daarom directe instructies van de koning om de stad harder aan te pakken. Het is de tactiek die Wladimiroff en De Bertodano ook hanteerden bij de verdeding van Tadic. Tijdens dat eerste proces moest het tribunaal nog af en toe improviseren, vertelt De Bertodano: “Het internationale humanitaire en oorlogsrecht ligt betrekkelijk vast. Maar dat gold niet voor de procedures, zoals bijvoorbeeld over de bewijsvoering.' De ervaringen van de afgelopen vier jaar hebben inmiddels een internationale rechtspraktijk doen ontstaan bijvoorbeeld als het gaat om indirect bewijs. “Heeft u die soldaten zelf gezien, of weet u dat van horen zeggen', wil De Bertodano weten van de zestiende-eeuwse Leidse weduwe Van Dijk. Rechter May accepteert echter zonder voorbehoud de lezing van de getuige. Hearsay evidence wordt toegestaan door het tribunaal.Dat de dood van vele Leidse burgers als gevolg van uithongering en de constante bombarderen van de stad oorlogsmisdaden waren, staat wel vast, concludeert rechter May na afloop. Het tribunaal gaat echter niet over tot een veroordeling. Het internationale humanitaire recht van de twintigste eeuw kan nu eenmaal niet zomaar worden toegepast op de zestiende eeuw. May: “Wij kunnen de geschiedenis niet berechten.'