Sonneveld regisseert stuk over puberleed

Luuk is bezig met een reddingsactie. Zijn broer Marius is een half jaar dood en moeder wil zijn spullen verbranden. Luuk redt zijn dagboek en begint erin te schrijven “zodat het ook mijn dagboek wordt' en moeder het niet meer durft te verbranden.

Lezend en schrijvend in het dagboek gaat hij het gesprek aan dat hij tijdens Marius' leven verzuimde met hem te voeren.

Regisseur Peter Sonneveld bewerkte de jeugdroman Gebr. van Ted van Lieshout voor toneel. Ferdi Janssen, bekend van zijn werk met Rieks Swarte, speelt de levende broer en Thomas Oerlemans, leerling van de Toneelschool Arnhem, speelt de dode broer. De roman heeft een bijzonder vorm: twee dagboeken die door elkaar lopen. Sonneveld laat het lastig te verbeelden dagboek-idee al snel liggen en laat de broers op toneel gewoon met elkaar te praten. Aan het begin wordt wel even duidelijk gemaakt hoe het werkelijk zit: “Ik ben dood', zegt Marius. “Ik niet', zegt Luuk.

De voorstelling gaat over rouwen en broers zijn, maar ook over allerlei puberproblemen: ontluikende homoseksualiteit, nergens bij horen, en hoe erg het is om als serieuze puber een gevatte moeder te hebben. Theo Oerlemans speelt mooi weerloos en onbezorgd. Met zijn rode wallen en zijn bleke, bezwete gezicht ziet hij er overtuigend terminaal uit. Ferdi Janssen speelt de stijve trut de zeurderige tobber. Heel grappig is de seksuele fantasie die hij vertelt bij de psychiater. Over een zigeuner die hem als inbreker komt opzoeken terwijl het huis is omsingeld door politie. Masturberen bij zo'n kinderlijke fantasie; het maakt mooi duidelijk hoe het voelt om puber te zijn.

Een decor is er nauwelijks. De broers spelen in een kale ruimte. Er staan alleen twee plastic stoelen en een tafel met een pick-up erop. De grote lege ruimte past goed bij het kleine karakter van het toneelstuk, maar het verstoort wel de intimiteit. De voorstelling zelf had ook wat meer aangekleed gemogen. Er wordt zo nu en dan een plaatje opgezet: Joni Mitchell, Les Poppies, Middle of The Road. De jongens zingen luid en onzeker mee, zoals jongens dat doen. Van dat soort vrolijke intermezzo's hadden er wel iets meer in gekund. Zo is het mooi ontroerend, maar wel erg kaal.