Saddams nederlagen altijd zeges

In Irak is de verbazing gering dat Saddam Hussein op zijn schreden is teruggekeerd. Het is lang niet de eerste keer.

Weinig Irakezen geloofden de afgelopen dagen de ferme proclamaties dat Saddam Hussein geen duimbreed zou wijken. Ze kennen de toestand in de wereld beter dan vroeger, omdat ze nu naar buitenlandse radiostations kunnen luisteren. Daarom was er in Bagdad geen paniek, bleef de koers van de dinar stabiel, en werd er nauwelijks gehamsterd.

Iraakse politieke ballingen waren evenmin verbaasd dat Saddam zaterdag terugkrabbelde, ook al probeerde hij zijn onvoorwaardelijk `ja' aan de door de VN gestelde eisen te verhullen met voorwaarden, die enkele uren later wensen of meningen werden genoemd. Niettemin meldden gisteren de kranten triomfantelijk dat Irak een nieuwe zege had behaald. Want Saddam laat zijn nederlagen altijd in magistrale overwinningen vertalen.

Dat begon al in maart 1975, toen hij gedwongen werd in Algiers een buitengewoon vernederend akkoord te sluiten met de sjah van Iran. Daarbij veranderde niet alleen het grensverloop van de rivier de Shatt-al-Arab ten nadele van Irak, maar werden ook in het diepste geheim zo'n 400 Iraakse dorpen in het grensgebied aan Iran overgedragen. In ruil daarvoor staakte Iran zijn grootscheepse militaire steun aan de KDP van Mulla Mustafa Barzani. Deze was er na een jarenlange opstand in geslaagd een grote mate van autonomie voor de Koerden in Noord-Irak te bereiken.

Onmiddellijk riep Saddam een aantal hoge politieke en militaire leiders van de Ba'ath-partij in een geheime vergadering bijeen. Hij deelde hun mee dat hij gedwongen was geweest vrede met Iran te sluiten, omdat alle munitie op was. Maar hij beloofde wraak te nemen, zodra dat maar kon. Dus viel hij vijf jaar later, in september 1980, Iran binnen.

Direct na het Akkoord van Algiers van 1975 werden op last van Saddam in heel Irak twee nationale feestdagen geproclameerd om `de grote overwinning op de zionistische verzetshaarden' (waarmee de Koerden werden bedoeld) te vieren.

Tariq Aziz, de toenmalige minister van Informatie, thans vice-premier, kreeg van Saddam een hoge onderscheiding voor zijn meesterlijke verhulling van de feitelijke situatie.

Ook de vernietiging in 1981 door Israelische vliegtuigen van Osirak, Iraks (door Frankrijk geleverde) kernreactor, was een grote overwinning. Dat bleek bij het bezoek van een Iraaks blindenkoor aan Algiers. Zij bezongen het bombardement als een `internationale zege' van de Arabische Natie omdat de hele wereld de Israelische aanval had veroordeeld. Later vertelde een van de koorleden aan een vriend dat zij die tekst van hogerhand hadden gekregen.

In 1988 eindigde de door Saddam begonnen oorlog tegen Iran onbeslist. Het uitgeputte Irak had geen meter grond gewonnen en zo'n half miljoen mensen verloren. Maar ook deze gelijke stand werd als een glorieuze overwinning gevierd met optochten, parades en standbeelden voor de moedige verdedigers van het Arabisme, en vooral van hun Grote Leider Saddam Hussein. Die kon echter zijn beloften aan `het zegevierende Arabische volk van Irak' over een fantastische toekomst niet waarmaken. Irak was vrijwel failliet. Dus besloot Saddam in augustus 1990 de kassa op een andere manier te vullen. Hij viel Koeweit binnen, en riep dat land uit tot Iraks 19de provincie.

Deze Tweede Golfoorlog was een nog groter fiasco dan de Eerste tegen Iran. De Iraakse strijdkrachten capituleerden onvoorwaardelijk. En de Veiligheidsraad van de VN besloot de economische strafmaatregelen tegen Irak te handhaven, zolang dat land nog over massa-vernietigingswapens beschikte. Maar toen de Amerikanen niet naar Bagdad oprukten om Saddams regime te vernietigen, veranderde de nederlaag in de `Moeder van alle Overwinningen', die nog steeds elk jaar gevierd wordt.

In werkelijkheid was Saddam tijdens die Tweede Golfoorlog in grote paniek. Volgens een paar van zijn gevluchte vertrouwelingen wilde hij - toen hij nog dacht dat de Amerikanen erop uit waren hem persoonlijk te pakken - naar Algerije ontsnappen en daar om politiek asiel vragen. Na de oorlog was hij woedend op zijn volk. “Lafaards, die het niet verdienen om te leven.'

Ook de recente ontwikkelingen kunnen hem onmogelijk vrolijk hebben gestemd. Hij dacht UNSCOM, de Speciale Commissie van de VN voor de Ontwapening van Irak, de genadeslag te kunnen toebrengen en op zijn minst een gedeeltelijke beeindiging van de sancties te bereiken. Maar zijn zo veelbelovend ogende offensief van het afgelopen jaar is voorlopig afgeslagen, ondanks alle onenigheid binnen de Veiligheidsraad van de VN. Hij kon `die dolle hond' oftewel Richard Butler, de voorzitter van UNSCOM, niet wegwerken. En hij moet opnieuw het gesnuffel toestaan van de Ontwapeningscommissie die volgens Tariq Aziz “niet anders is dan een branche van de CIA en de Mossad'.

Saddam heeft nog meer reden tot zorg. Met elk jaar dat verstrijkt, heeft hij minder greep op zijn volk. Weliswaar verdienen hij en zijn zoon Uday honderden miljoenen dollars - met illegale olieverkopen, sigarettensmokkel, het drukken van vals geld en de valutahandel in dollars. Maar het ontbreekt Saddam steeds meer aan wapens en officieren die hij kan vertrouwen. Zijn herbewapening wordt door de sancties en UNSCOM geblokkeerd. En binnen zijn clan en zijn naaste kring van vertrouwelingen vecht men steeds harder om de overgebleven brokken van de nationale koek. Wie verliest en niet wil worden vermoord vlucht naar het buitenland, bereid om daar allerlei geheimen te onthullen.

Daar ontmoet hij tienduizenden landgenoten uit de middenklasse, die in hun land geen toekomst meer zien. Niet minder ernstig is dat het Iraakse volk als gevolg van de Voedsel-voor-olie-overeenkomst met de VN niet langer door Saddam, maar door de VN gevoed en van medicijnen voorzien wordt. Ook dat betekent voor Saddam een ernstig verlies van controle.

Maar het bangst is Saddam voor een door de CIA georganiseerde staatsgreep. In 1963 kwam de Ba'ath-partij aan de macht met hulp van de CIA. Deze stelde een lijst op van communisten die maar beter geliquideerd konden worden. Die naam- en adreslijst werd uitgezonden door een onbekend radiostation in Koeweit. Hoewel de Ba'ath toen zeer weinig aanhangers telde, slaagde de coup. Vervolgens maakte Saddam zich verdienstelijk door persoonlijk gevangen communisten dood te martelen. Hij weet dus uit eigen ervaring hoe levensgevaarlijk een kleine, opstandige groep lieden kan zijn.

Gisteren maakte president Clinton bekend dat hij de onlangs getekende `Iraq Liberation Act' - waarbij de Iraakse oppositie 97 miljoen dollar hulp werd toegezegd - inderdaad zal uitvoeren. Tot dusver had Clintons omgeving ondershands laten weten deze tot niets verplichtende wet te zullen negeren. Wel probeerde men opnieuw de totaal versplinterde oppositie onder een dak te verenigen. Vorige maand overlegden de elkaar bestrijdende Koerdische leiders, Massoud Barzani en Jalal Talabani, in Washington met de Amerikanen en elkaar.

Er werden politieke en financiele afspraken gemaakt, maar verder kwam men niet. Want voor een effectieve oppositie, die door de Arabische buren geaccepteerd wordt, is een sunnitisch-Arabische leider noodzakelijk. En de Koerden weigerden elke samenwerking met Ahmed Chalabi, de leider van het Iraakse Nationale Front.

Hij wordt door het Amerikaanse Congres - en dus door de regering - gesteund, maar verder door bijna niemand in Irak serieus genomen.

Clintons mededeling over uitvoering van de `Iraq Liberation Act' is een directe waarschuwing aan Saddam. Als hij volgende keer uit zijn kooi probeert te ontsnappen, zullen de Amerikanen - anders dan tot dusver - alles op alles zetten om hem uit Bagdad te verjagen. Omdat zij hun kostbare militaire expedities naar de Golf en terug meer dan zat zijn.