Saddam geeft toe, aanval afgelast; Inspecteurs naar Irak terug

De dreiging van Amerikaanse en Britse luchtaanvallen op Irak is gisteren geweken na de bevestiging van president Clinton dat Irak heeft beloofd om de wapeninspecteurs van de Verenigde Naties weer hun werk te laten doen. De inspecteurs keren morgen naar Irak terug.

Clinton waarschuwde Bagdad dat Amerikaanse en Britse troepen in de Golf paraat blijven. Ook riep hij duidelijker dan ooit tevoren op tot omverwerping van het regime van Saddam Hussein. Zaterdag had Clinton een bevel om een grootscheepse luchtaanval in te zetten al voorlopig herroepen. Hij reageerde daarmee op de eerste berichten dat Saddam terugkwam van zijn besluit om de wapeninspecties van de VN onmogelijk te maken. In de nacht van zaterdag op zondag blies Clinton de aanval definitief af.

“Irak heeft ingebonden, maar dat is niet genoeg' zei Clinton gisteren. “Nu moet Irak voldoen aan zijn verplichtingen.' Hij stelde vijf eisen waaraan Irak moet voldoen om zijn goede trouw te tonen. Zo moeten de wapeninspecteurs (UNSCOM) ongehinderd toegang krijgen tot alle locaties die de VN hebben goedgekeurd, en moet Irak bepaalde documenten overdragen waar UNSCOM om heeft gevraagd.

UNSCOM-chef Richard Butler zei gisteren dat zijn inpecteurs dinsdag alweer aan de slag kunnen. Amerikaanse functionarissen zeiden dat de inspecteurs na maanden van onzekerheid nu in een uitzonderlijk goede positie verkeren om hun taak te vervullen. Clinton noemde de terugkeer van de inspecteurs naar Irak “de beste uitkomst (van de crisis), want zij zijn geweest en blijven het effectiefste instrument om wapens voor massavernietiging te ontdekken en te vernietigen, en om te voorkomen dat Irak die wapens opnieuw kan produceren en afschieten.'

Het Pentagon zei gisteren dat de vorige week aangekondigde versterking van de Amerikaanse troepen in de Golf wordt opgeschort. Troepen en vliegtuigen die onderweg waren worden niet teruggeroepen, maar versterkingen die zich nog op Amerikaanse bases bevinden, waaronder 139 vliegtuigen, zullen daar voorlopig blijven.

In het Golfgebied hebben de Amerikanen nu zo'n 23.000 manschappen, 170 vliegtuigen en een tiental oorlogsschepen.

Clinton zei gisteren dat hij zich “zal inzetten voor een regering in Irak die de bevolking vertegenwoordigt en respecteert, en niet onderdrukt.' Hij verwees daarbij naar de zogeheten Iraq Liberation Act, een wet die 97 miljoen dollar uittrekt voor steun aan Iraakse oppositiegroepen. Eerder dit jaar tekende Clinton die wet onder druk van het Congres. Niet eerder heeft Clinton openlijk gezegd dat hij uit is op de afzetting van Saddam. Minister van Defensie Cohen sprak gisteren tegen dat Clinton bedoelde dat hij de Iraakse president omver wil werpen.

Kofi Annan VN-secretaris-generaal, prees Clinton voor zijn “moeilijke en moedige besluit' om de luchtaanvallen af te gelasten.

`Niet nog een keer'

In verband met de mogelijkheid dat Irak over enkele weken of maanden opnieuw een crisis zal forceren zei Annan:“Ik hoop oprecht dat er niet een volgende keer zal zijn. Als er een volgende keer is weet ik niet zeker of we voldoende tijd zouden hebben voor diplomatieke initiatieven'.

De Veiligheidsraad besliste gisteravond, met instemming van de Amerikanen om de wapeninspecteurs en humanitaire hulpverleners van de VN zo snel mogelijk naar Irak terug te sturen. De hulpverlners gingen vanochtend al van de Jordaanse hoofdstad Amman, waarheen zij waren teruggetrokken, op weg terug naar Bagdad.

Irak keerde zich vandaag tegen de oproepen vanuit Washington - gesteund vanuit Groot-Brittannie tot een wijziging van het Iraakse regime. De officiele Iraakse krant Al-Jomhuriya onderstreepte dat “president Clinton te ver is gegaan in zijn schendingen van het Handvest van de VN'.

De krant meende dat Clinton “oproept tot rebellie en tot destabilisatie van de interne veiligheid'.

Van de Amerikaanse bondgenoten nam Frankrijk afstand van de Amerikaanse plannen. “Frankrijk heeft politiek noch diplomatiek de traditie om te doen wat de VS op grond van een recht dat zij zichzelf toekennen, menen te kunnen zeggen en doen', aldus minister van Buitenlandse Zaken Vedrine.