Pfrommer geeft Noor Rykkje vleugels

Schaatser Gianni Romme heeft er op de vijf kilometer een concurrent bij. In de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen eindigde hij in Hamar op een gedeelde eerste plaats met Brigt Rykkje, Nederlander in Noorse dienst.

Op het moment dat de klok in het ijskoude Vikingschip voor de Noorse Nederlander Johan Ingebrigt - Brigt - Rykkje gisteren aan het einde van de middag bleef stilstaan op 6.35,60, gooide Leen Pfrommer zijn gebalde vuisten omhoog. De kampioenenmaker die vorig jaar met ruzie bij de Nederlandse schaatsbond was vertrokken, had het weer geflikt. Zijn pupil had in de laatste rit op de 5.000 meter op een duizendste van een seconde exact dezelfde tijd geschaatst als olympisch kampioen Gianni Romme. Hij was daarmee gedeeld winnaar van de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen. Rykkje houdt de kerk in het midden. “Ik voel me 50 procent Noor en 50 procent Nederlander. Dat zeg ik ook tegen Noren. Zo krijg ik geen ruzie.'

Twee jaar geleden stond Pfrommer als bondscoach aan de basis van toppers als Marianne Timmer, Jan Bos en Erben Wennemars nu presenteerde hij als coach van een commerciele ploeg, Unit4, zijn nieuwste talent: een Nederlander van 23, zoon van een Noorse vader en daardoor in het bezit van een dubbel paspoort, die in Nederland als inwoner van Haarlem nooit verder was gekomen dan het schaatsgewest Noord-Holland/Utrecht. De kernploeg was voor hem te hoog gegrepen. Twee jaar geleden ging Rykkje in op het verzoek van de Hardanger Skoitteclub in de streek bij Bergen waar zijn vader vandaan komt, om aan Noorse wedstrijden deel te nemen. Niet vies van een avontuurtje nam hij de beste beslissing uit zijn carriere. Rykkje toog naar het land dat hij in 1980 als klein ventje achter zich had moeten laten omdat zijn Nederlandse moeder zich niet in Scandinavie thuisvoelde.

Voor Noorwegen kwam hij datzelfde seizoen al uit op de EK in Heerenveen. De concurrentie stond in Noorwegen op zo'n laag pitje, dat Rykkje zich vervolgens vrij gemakkelijk in de Noorse schaatsploeg voor de Olympische Spelen reed.

Hij werd in Nagano 29ste op de 1.500 meter. Tot zijn grote teleurstelling werd hij door toenmalig bondscoach Sletten onder het motto `eigen volk eerst' gepasseerd voor de vijf kilometer. Rykkje was blij dat Sletten stopte met coachen.

De prestatie van Rykkje in het Vikingschip kwam niet als een verrassing. Een week eerder toonde hij zich op dezelfde baan al een meer dan verdienstelijke vijf-kilometerschaatser door op die afstand slechts een seconde langzamer te rijden dan gisteren. Deze keer leverde hij een spannend gevecht met Rintje Ritsma, die een dag eerder op de 1.500 meter met een zevende plaats een slechte start kende van het internationale seizoen. Ritsma hield de schade beperkt en reed een mooie vijf kilometer die zijn slechte 1.500 meter van zaterdag deed vergeten. Hij was slechts een seconde langzamer dan Rykkje en Romme, goed voor de derde plaats. Pfrommer: “Er stonden toch maar mooi drie commerciele schaatsers op het podium.' Ook al kreeg Pfrommer een afscheidsreceptie van de bond die hij decennia diende, Pfrommer en de KNSB zijn geen vrienden.

Op weg naar zijn eerste internationale succes werd Rykkje gisteren op een ongebruikelijke manier gecoacht, zowel door zijn teamcoach Pfrommer als door de Noorse bondscoach Geir Karlstad, in Albertville 1992 winnaar van het olympische goud op de vijf kilometer. “Dat is de kinderachtigheid van de Noren', zei Pfrommer over zijn verstoorde verhouding met de Noorse bond. Waar gediplomeerde coaches van commerciele ploegen van de Nederlandse schaatsbond op het ijs mogen staan, wijzen de Noren dat resoluut van de hand. Terwijl ze dat volgens Pfrommer in mei wel hebben beloofd.

Met een accreditatie als fysiotherapeut van de Tsjechische ploeg mocht Pfrommer afgelopen weekeinde toch het ijs op.

Pfrommer traint geen Tsjechen, maar zijn ploeg heeft wel sponsorbelangen in de Tsjechische ploeg. Dat stelde Pfrommer in staat om de vijf Noorse schaatsers die hij onder zijn hoede heeft, toch te coachen. Zaterdag kwam hem dat op een waarschuwing van de wedstrijdleiding te staan, gisteren begaf hij zich wijselijk achter de stootkussens. “Ik heb ze eerst uitgedaagd, maar ik wilde het ook weer niet zover laten komen dat ik zou worden weggestuurd.'

Ongeveer vijftig meter bij Karlstad vandaan schreeuwde Pfrommer gisteren zijn aanwijzingen naar Rykkje, zittend op de stootkussens, met een been op het ijs. Rykkje vindt dat geen optimale situatie en heeft zich voorgenomen in overleg met de Noorse bond en Karlstad tot betere werkafspraken te komen voor de rest van het seizoen. Pfrommer, die de Noorse bond en de Noorse kernploeg tot sportieve vijanden bombardeerde, heeft er een hard hoofd in. “Die Noren zijn zo chauvinistisch, die staan dat gewoon niet toe.'

Rykkje won in de eerste plaats voor zichzelf maar hoopt dat hij ertoe kan bijdragen dat het schaatsen in Noorwegen, dat zelden zo impopulair was, uit het diepe dal geraakt. En alsof Adne Sondral in Nagano geen olympisch kampioen was geworden, zei Rykkje: “En het zou goed zijn als de Noren niet meer alleen hoefden te teren op het succes van Koss.'

Toen Rykkje vorig jaar van Unit4 een aanbieding kreeg, handelde hij snel. Hij wachtte niet op een uitnodiging van de Noorse kernploeg en tekende bij Pfrommer. “Leen heeft een bepaalde naam. Bijna alle grote Nederlandse schaatsers zijn door hem getraind, ik wilde ook die kans pakken.'

Minstens zo verrassend als de opkomst van Rykkje was in de Nederlandse ploeg de prestatie die Renate Groenewold in Hamar leverde.

Vorige week reed de 22-jarige stayer Groenewold een van de belangrijkste wedstrijden uit haar carriere door zich in Heerenveen tijdens een skate-off te selecteren voor de eerste wereldbekerwedstrijd, zaterdagmiddag reed ze in Noorwegen uit het niets naar een vierde plaats op de drie kilometer. Achter de gevestigde namen Niemann, Pechstein en De Jong prijkte opeens die van Groenewold.