Muziek en doven; OEHRING & TER SCHIPHORST OVER

“Als Helmut in zijn muziek gebarentaal gebruikt, verklankt hij zijn moedertaal. Zijn ouders waren doofstom, en nog droomt en denkt hij in gebarentaal. De spreektaal heeft hij pas in tweede instantie geleerd. Onafhankelijk van hem hield ik mij ook bezig met het spanningsveld tussen spreektaal en gebarentaal. We ontmoetten elkaar in het doveninstituut waar Helmut met zijn ouders kwam. We wisselden muziek uit en al gauw vatten wij het plan op samen een stuk te schrijven, waarin ook gebarentaal voorkomt. Dat werd Polaroids. Het jongste stuk dat we samen hebben gecomponeerd is Mischwesen; La tristesse durera.'

Beide composities van het Duitse componistenpaar Helmut Oehring (1961) en Iris ter Schiphorst (1956) worden vanaf zaterdag uitgevoerd door het Asko Ensemble. In beide werken zal de dove actrice Christina Schonfeld te zien en te horen zijn; in Polaroids samen met een sopranist, een zanger met een extreem hoge stem.

“Oehring: “Het dramatische gegeven is niet zozeer de aanwezigheid van een doofstomme, alswel de spanning tussen beide solisten. Er staat een man met een engelenstem, daarnaast staat een vrouw die niet in staat is deze bijzondere fysieke eigenschap waar te nemen. Zij hoort ook zichzelf niet wanneer zij, zoals vrijwel alle doven, met een zware stem spreekt waarover zij nauwelijks controle heeft. Die combinatie werkt verontrustend en is rijk aan klankmogelijkheden.

Ter Schiphorst: “De dove actrice kan het verloop van het stuk niet zelfstandig volgen en is volledig op de dirigent aangewezen. Maar evenals de andere musici moet ook zij binnen een bepaalde tijdspanne haar partij realiseren. Dat is allemaal zeer precies genoteerd. In Mischwesen zingt zij, gebaart zij een letteralfabet en zijn haar grote gebaren gekoppeld aan staande akkoorden.

Oehring: “Doofstommen vormen een groep in de marge van de maatschappij die in Duitsland geen recht heeft op een eigen taal. Op Duitse scholen mag gebarentaal niet worden onderwezen. Doofstommen worden gedwongen op hun handen te zitten, zodat ze niet gebaren. Ze moeten spreken leren en integreren in de wereld van de horenden. Er is echter een groep die ijvert voor een eigen taal. Zelf onderschrijf ik de opvatting dat beide werelden nooit samen zullen gaan. Je moet laten zien dat zij op zichzelf bestaansrecht hebben.

En dat doen we in deze composities.

Ter Schiphorst: “Als je je als horende bezighoudt met gebarentaal wordt je door niet-horenden uiterst terughoudend bejegend. Dat is heel precair. Keer op keer trappen we weer in het Fettnapfchen, lopen we ondanks onze integere bedoelingen op tegen een muur van achterdocht, vergeefse hoop en jarenlang verdriet.

Oehring: “Ik heb mijn ouders nooit kunnen uitleggen waarmee ik me bezighoud. Het woord `muziek' heeft voor hen geen betekenis, zoals de kleur rood een blinde niets zegt. Met het Ensemble Modern hebben we eens een stuk uitgevoerd waarbij doofstommen een ballon in handen kregen om zo de trillingen van de muziek gewaar te worden. Dat was fantastisch: tussen de horenden in de Philharmonie in Berlijn zaten tweehonderd doven die na afloop allen met hun handen wapperden, de manier voor doven om te applaudisseren. Maar het zou verkeerd zijn te denken dat alle muziek via een ballon kan worden waargenomen. Het subtiele klankspel van Mischwesen brengt geen ballon in beroering.'

    • Emile Wennekes