Leiders Indonesie drijven wig in oppositie

De gewelddadige botsingen van vorige week in de Indonesische hoofdstad Jakarta hebben president Habibie en zijn leger- leider Wiranto nog niet aan het wankelen gebracht. De oppositie laat zich uit elkaar spelen.

Een week van massale studentendemonstraties, legergeweld en uiteindelijk nieuwe plunderingen in Jakarta, hebben de politieke status quo in Indonesie ogenschijnlijk intact gelaten. President B.J. Habibie en de chef-staf alsmede minister van Defensie, generaal Wiranto, hebben zaterdag een toenemende druk om af te treden weerstaan en elkaar bevestigd in hun wederszijdse bevoegdheden. Tegenover deze Siamese tweeling van de macht staat een weliswaar omvangrijke, maar verdeelde en dus zwakke oppositie. Het meest verwante deel van die oppositie is gepaaid: moslimleider Amien Rais, die virtueel beschikt over een islamitisch miljoenenelectoraat, meldde gisteren aan het dagblad The Jakarta Post dat Habibie hem heeft beloofd al twee weken na de parlementsverkiezingen in mei volgend jaar over te gaan tot nieuwe presidentsverkiezingen. Dat is een aanzienlijke versnelling ten opzichte van Habibies eerdere planning die uitging van presidentsverkiezingen in november of december.

Volgens de beproefde methode van verdeel en heers, treedt de regering-Habibie sinds dit weekeinde echter hard op tegen dat deel van de oppositie dat beschikt over de geringste achterban: tegen een groep critici van de regering rond het zogenoemde Nationaal Front (Barisan Nasional) zijn zaterdag arrestatiebevelen uitgevaardigd op beschuldiging van poging tot omverwerping van de regering.

Met de daadwerkelijke arrestatie van negen oppositiefiguren, afgelopen weekeinde en vandaag in Jakarta, werd straatpolitiek weer elitepolitiek. De machtsstrijd die gaande is in Indonesie werd afgelopen week vooral op straat uitgevochten tussen studentenlegioenen en strijdkrachten. Na een crisisberaad met leden van zijn kabinet verscheen Habibie zaterdagmiddag voor de tv om te zeggen dat hij chef-staf en minister van Defensie generaal Wiranto opdracht had gegeven hard op te treden tegen subversieve elementen.

Dat hij niet alleen plunderaars bedoelde, die op dat moment weer vrij spel hadden in de Chinese wijk Glodok en andere buurten van de hoofdstad, bleek gisteren. De regering-Habibie liet toen weten de subversieve elementen met name te zoeken in kringen van het Nationaal Front. Dit is een beweging van voornamelijk gepensioneerde hoge militairen met als hoofdrolspelers oud-gouverneur van Jakarta Ali Sadikin (71) en luitenant-generaal b.d. Kemal Idris (75), gewezen commandant van de strategische reservetroepen (KOSTRAD). Afgelopen donderdag hadden de leden van het Nationaal Front onder wie ook nationalisten van de heropgerichte Partai Nasional Indonesia (Nationalistische Partij van Indonesie, PNI), tijdens een persconferentie een zogeheten Nationale Verklaring afgegeven. Daarin stellen zij zich op achter de eisen van de studentenbeweging. De huidige regering zou plaats moeten maken voor een voorlopige raadgevende vergadering, die onder leiding van een presidium een nieuw hervormingskabinet zou moeten vormen en werkelijk democratische verkiezingen zou moeten voorbereiden. Verder moet het leger geweerd worden uit de landspolitiek en oud-president Soeharto moet worden vervolgd op verdenking van mensenrechtenschendingen corruptie en zelfverrijking.

Met het aanwijzen van het Nationaal Front als aanstichter van het geweld van afgelopen week, volgt de regering-Habibie dezelfde weg als zijn voorganger Soeharto, na de bloedige rellen die in Jakarta op 27 juli 1996 toen knokploegen het partijkantoor hadden aangevallen van Megawati Soekarnoputri, die toen net opzij was gezet als voorzitter van de Democratische Partij van Indonesie (PDI). Van die onlusten kreeg toen de Democratische Volkspartij (PRD), een politieke splinterpartij, de schuld.

De partij werd verboden en de leiders werden opgepakt.

De invloedrijke moslimleider Abdurrahman Wahid, alias Gus Dur, die aan het hoofd staat van de 30 miljoen leden tellende Nahdlatul Ulama (NU), lijkt het Nationaal Front te steunen en daarmee zou deze beweging beschikken over een formidabele medestander. Toen zaterdag geruchten werden verspreid dat Gus Dur zelf gearresteerd of verhoord zou worden, maakten tienduizenden leden van de ordedienst van NU op heel Java zich gereed om op te trekken naar Jakarta om hun leider te beschermen. Gus Dur ontving gisteravond onder meer de secretaris-generaal van het Nationaal Front en zei na afloop te twijfelen aan de door de overheid gehanteerde definitie van `subversief gedrag': “Als dit neerkomt op het erop nahouden van een andere mening dan de regering, is de gehele natie schuldig aan dit vergrijp.' Eerder het afgelopen weekeinde sprak de altijd dubbelzinnige moslimleider echter zijn steun uit voor generaal Wiranto: volgens Wahid is niet het leger als instituut verantwoordelijk voor de doden die vielen bij het geweld van vrijdag.

PDI-leider Megawati Soekarnoputri lijkt geheel geen rol te spelen in de jongste ontwikkelingen. Zaterdag liet zij het bij een algemene afkeuring van geweld tegen studentendemonstraties. Vorige week maandag nog was zij, tezamen met Gus Dur, Amien Rais en de gouverneur van Yogyakarta, sultan Hamengkubuwono X, door studenten gedwongen tot het afleggen van een gezamenlijke verklaring. Dat leidde echter tot een voor de studenten teleurstellend resultaat: de Bende van Vier, zoals deze oppositiefiguren nu door studenten worden aangeduid, kwam niet verder dat de eis aan Habibie om de presidentsverkiezingen van november naar uiterlijk augustus en de vage stelling dat de bemoeienissen van de strijdkrachten met de politiek in een periode van ongeveer zes jaar moeten worden afgebouwd.

Studentenleiders zijn tot op heden niet gearresteerd, wat toch voor de hand zou liggen. Politiek gezien zou dat echter zeer onhandig zijn aangezien de studenten kunnen bogen op een grote populariteit onder de bevolking. Bovendien is het onbekend wie de leiders van de studenten zijn. Juist om repressie te ontgaan, houden de leidende figuren in de beweging zich op de achtergrond. De studentenbeweging is bovendien niet erg doorzichtig: er is sprake van tal van groepen die opereren onder voortdurend wisselende namen en in wisselende allianties en samenstellingen. Elke demonstratie worden geleid door een groep veldcoordinatoren, maar zij krijgen opdrachten van een presidium waarin verschillende universiteiten vertegenwoordigd zijn.

Nu blijkt dat de regering-Habibie kiest voor de harde lijn in reactie op het toegenomen verzet van de afgelopen week, lijken er voor de actievoerende studenten twee wegen open te staan: doorgaan met het laten escaleren van geweld of tijdelijk stoppen en wachten tot een volgende gelegenheid om de druk op te voeren.

Een voortgezette massale strijd op straat kan onder de huidige omstandigheden makkelijk uitlopen op een nog groter bloedbad dan vorige week is aangericht. In kringen van studentenstrategen viel afgelopen weekeinde dan ook aarzeling te bespeuren. Vandaag leek men daarom te kiezen voor het andere scenario: consolideren en verder geweld op straat vermijden.