Kritische minister Congo wordt na ontslag vermist

Jean-Baptiste Sondji, de bevlogen en kritische minister van Volksgezondheid in het kabinet van de Congolese president Laurent-Desire Kabila, is in het weekeinde ontslagen en afgevoerd naar een onbekende bestemming. Sondji had de regering gekritiseerd omdat deze op ondemocratische wijze een nieuwe grondwet wil aannemen.

Sondji's ministerie in de hoofdstad Kinshasa werd vrijdagmiddag door soldaten omsingeld. Volgens een regeringswoordvoerder is Sondji ontslagen “omdat hij geen solidariteit toonde met de regering'. De woordvoerder ontkende dat Sondji gevangen is genomen, maar het is onduidelijk waar de minister zich bevindt.

Sondji had zich de reputatie verworven het geweten te zijn van Kabila's bewind. Bij de buitenlandse donoren stond hij bekend als een betrouwbaar minister. “Zijn persoonlijkheid stond garant voor een effectief beleid van zijn ministerie', aldus een diplomaat. Terwijl donorlanden tot nu weigerden grootschalige financiele hulp te verlenen aan Congo, zegden ze wel tien miljoen dollar toe voor de goed uitgewerkte plannen van Sondji om de gezondheidssector te rehabiliteren. Enkele maanden geleden bezocht de minister Nederland waar hij warm werd ontvangen.

Sondji behoorde niet tot de groep rebellen rond Kabila die vorig jaar de macht overnam in Congo. Hij maakte al jarenlang onderdeel uit van de burgeroppositie tegen Mobutu in Kinshasa en werkte als chirurg voor een maandsalaris van een dollar in het vervallen grote ziekenhuis van de hoofdstad. Aan de vooravond van Kabila's inname van Kinshasa hielp hij rebellen de hoofdstad infiltreren en gaf hij hun onderdak in het ziekenhuis.

Eenmaal minister verloochende Sondji zijn verleden als criticus niet en hij bleef een vertegenwoordiger van de onafhankelijke opinie in Congo. Hij bleef Kabila echter steunen en pleitte ervoor de president meer tijd te geven om orde op zaken te stellen. Hij meende dat Kabila luisterde naar kritiek.

Sondji luidde zijn ondergang in door vorige week kritiek te spuien om de wijze waarop een nieuwe grondwet wordt aangenomen.

Aanvankelijk zou de ontwerpgrondwet aan een interimparlement ter bespreking worden voorgelegd. Het ontwerp is evenwel aangepast door de minister van Justitie, een naaste medewerker van Kabila, zodat de president in de nieuwe constitutie meer bevoegdheden krijgt. “Het moet worden gezegd dat het kabinet nooit over de nieuwe grondwet heeft gediscussieerd', aldus Sondji vorige week. “De minister belast met grondwetshervormingen heeft het op eigen houtje gedaan. Ze proberen naar mijn mening ten onrechte te vermijden dat een grondwetgevende vergadering zich erover uitspreekt.'

Het kabinet van Kabila is sinds het uitbreken van de rebellie in augustus niet meer bijeen geweest en er is geen sprake meer van een collectieve besluitvorming in het land. Kabila wil haast maken met de nieuwe grondwet om begin volgend jaar verkiezingen te kunnen organiseren. Kabila won door de oorlog aan populariteit, want vele Congolezen zien de rebellie als een Rwandees-Oegandese invasie. Gebruikmakend van deze nieuwe populariteit wenst Kabila snel verkiezingen te houden, waarna hij zich kan presenteren als gekozen president om zo de rebellen de wind uit de zeilen te nemen.