Klimaattop eindigt net niet in een volledige mislukking

De klimaattop in Buenos Aires is geeindigd met het vaststellen van een vaag plan hoe de eerder overeengekomen reducties in de uitstoot van broeikasgassen bereikt moeten worden.

Lange tijd zag het er naar uit dat de klimaatconferentie van Buenos Aires op een grote mislukking zou uitlopen. Diep in de nacht van vrijdag op zaterdag werden de dodelijk vermoeide onderhandelaars van de circa 160 deelnemende landen het echter toch nog eens over een vaag compromis.

Het houdt althans de hoop levend op enige actie binnen afzienbare tijd van de internationale gemeenschap om de uitstoot van CO22 en vijf andere zogeheten broeikasgassen te beteugelen. Van een zelfde euforische stemming als vorig jaar na de klimaattop in Kyoto, viel ditmaal echter niets te bespeuren.

Tijdens de moeizame onderhandelingen van de afgelopen twee weken drong alom pijnlijk het besef door dat de wereld nog een zeer lange weg heeft te gaan alvorens er werkelijk op grote schaal maatregelen zullen worden genomen om de uitstoot van de broeikasgassen tegen te gaan. In de woorden van de Amerikaanse delegatieleider Stuart Eizenstat: “Het is een maraton, geen sprint'.

Ook de milieubeweging is zich hiervan bewust. “Kyoto was echt een historische doorbraak', zegt Sible Schone van het Wereldnatuurfonds. “Zoiets heb je niet elk jaar. Misschien dat de volgende doorbraak pas rond het jaar 2002 komt.'

Het grote probleem is echter dat de uitstoot van de broeikasgassen intussen onverminderd doorgaat. Het Internationale Energie Agentschap uit Parijs maakte op de conferentie bekend dat bij ongewijzigd beleid het niveau van de CO22-uitstoot in 2020 liefst 75 procent hoger zal liggen dan in 1990 het ijkjaar van `Kyoto'. In Japan committeerden de ontwikkelde landen de voornaamste aanstichters van het broeikasprobleem, zich rond het jaar 2010 de uitstoot van de zes gassen met gemiddeld 5,2 procent terug te brengen ten opzichte van 1990.

Nederland moet bij voorbeeld 6 procent onder het niveau van 1990 komen, terwijl het daar nu al zo'n 7 procent boven zit.

In Buenos Aires moesten de partijen het eens zien te worden over de vraag hoe de ambitieuze doelstellingen van Kyoto in de praktijk verwezenlijkt kunnen worden. Daaraan bleken de onderhandelaars een hardere dobber te hebben dan was voorzien. Gedurende de eerste negen dagen van de conferentie beten ambtenaren hun tanden stuk op de problemen die de uitvoering van `Kyoto' oproept, waarna in de resterende drie dagen de milieuministers het werk met nauwelijks meer succes voortzetten.

Het vage en vrijblijvende compromis dat er ten slotte uitrolde weerspiegelde de diepe tegenstellingen tussen de deelnemende landen. Scherper nog dan in Kyoto streden de meesten voor hun nationale belangen. “Dit proces verandert steeds meer in onderhandelingen over handel en economie', stelde dan ook Bill Hare van Greenpeace vast. “Het klimaat daalt steeds verder op de agenda.'

De Verenigde Staten bijvoorbeeld weigeren vooralsnog hardnekkig een vast deel van hun reductiepercentage via maatregelen in eigen land te realiseren. Zij doen dat liever in armere landen, waar het minder kost. De VS staan ook op een hoofdrol voor het - onbeperkt - handelen in emissierechten met andere geindustrialiseerde landen.

Tegelijkertijd bleven de Amerikanen onder leiding van hun bekwame delegatieleider Stuart Eizenstat hameren op een substantiele bijdrage van de ontwikkelingslanden aan het oplossen van het broeikasprobleem. De ontwikkelingslanden waren in eerdere afspraken over het broeikaseffect bewust buiten beschouwing gelaten, met de redenering dat historisch gezien niet zij, maar de Westerse landen de meeste broeikasgassen uitstoten.

Vooral China en India, die druk bezig zijn zich te industrialiseren, verzetten zich met hand en tand tegen deze Amerikaanse wens. Ook de olieproducerende landen weigeren te praten over een bijdrage van ontwikkelingslanden aan het broeikasprobleem. De olieproducerende landen zijn zeer bevreesd voor inkomstenverlies door maatregelen om het broeikaseffect te beperken, omdat het gebruik van fossiele brandstoffen daardoor sterk wordt teruggedrongen.

Juist deze landen bleven dan ook tot zaterdagmorgen vroeg dwarsliggen bij de voorbereiding van het werkplan. De Afrikaanse staten wilden toen inmiddels echter wel meewerken, mede omdat het plan een bepaling bevat over een fonds voor technische steun aan de armste en meest kwetsbare landen.

De Europese Unie was minder direct gericht op de eigen belangen. Maar ze bleef vasthouden aan het belang van maatregelen in eigen land met als aanvullende mogelijkheid de handel in emissierechten, met name tegenover de VS. Daarnaast slaagde de EU er in de betrekkingen met de G77 enigszins te verbeteren.

De defensieve opstelling van veel landen heeft volgens minister Jan Pronk vooral te maken met hun angst dat anderen hen te slim af zullen zijn. Pronk: “Het is niet dat men geen geld wil uittrekken voor maatregelen, maar veel landen vrezen dat andere landen hen in een achterstandpositie zullen brengen.'

Er waren de laatste twee weken echter ook enkele duidelijke lichtpunten. Zo ondertekenden de VS het protocol van Kyoto als gebaar van goede wil (de deadline voor het tekenen van het protocol verloopt in maart van het komend jaar). Ratificatie door de Amerikaanse Senaat zal echter nog lang op zich laten wachten en is afhankelijk van de bereidheid van ontwikkelingslanden zich aan reducties te committeren.

Het gastland van de conferentie, Argentinie, kondigde tot vreugde van de Amerikanen aan als eerste ontwikkelingsland met een plan te komen om op vrijwillige basis de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Kazachstan zegde toe eveneens tot reducties te zullen overgaan.

Volgens sommigen is niet alleen Buenos Aires grotendeels op een mislukking uitgelopen, maar deugen ook de fundamenten van Kyoto niet. Een van hen is de voormalige Amerikaanse klimaatonderhandelaar Robert Reinstein. In tegenstelling tot wat de Verenigde Staten betogen valt er volgens hem helemaal niet zoveel winst te boeken met de emissiehandel met Rusland en enkele Oost-Europese landen. De `vervuilingsruimte' daar is maar beperkt en zal bovendien gelet op de grote behoefte aan handelmogelijkheden in de VS en West-Europa zeker niet goedkoop zijn.

“Het is volledig onrealistisch om aan te nemen dat de Verenigde Staten tot een reductie van 7 procent ten opzichte van 1990 kunnen komen overeenkomstig de doelstelling van Kyoto', zegt Reinstein. “In het allergunstigste geval zal het eerder uitkomen op 12 procent boven het niveau van 1990. Ook de Europese Unie staat voor een onmogelijke opgave. Niemand wil dat echter nog onder ogen zien. Daarom had deze vertoning hier in Buenos Aires eerder iets van het herschikken van de stoelen aan dek van de Titanic.'