Klimaattop Buenos Aires afgesloten met `vaag' plan

De circa 160 landen die deelnamen aan de klimaatsconferentie van de Verenigde Naties in Buenos Aires zijn er zaterdag ternauwernood in geslaagd een compromis te bereiken over een werkplan.

Dit moet een aanzet geven tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de conferentie in het Japanse Kyoto van vorig jaar. Daar verplichtten ontwikkelde landen zich tot het terugdringen van de uitstoot van CO22 en vijf andere zogeheten broeikasgassen rond het jaar 2010 met een gemiddelde van 5,2 procent ten opzichte van het ijkjaar 1990.

De meeste ministers toonden zich na afloop opgelucht dat de conferentie van Buenos Aires niet geheel mislukt was, zoals nog in de nacht van vrijdag op zaterdag mogelijk had geleken. Vanuit de milieubeweging viel echter meteen kritiek te horen dat de onderhandelaars er de afgelopen twee weken niet in waren geslaagd meer vaart te zetten achter de concrete invulling van `Kyoto'.

Minister Jan Pronk toonde zich niet zeer opgetogen over de conferentie, waarvan hij eerder al had verklaard dat die onvoldoende was voorbereid. “Het eindresultaat is wat algemeen van aard, wat vaag', oordeelde minister Pronk zaterdag. Toch zag hij wel aanknopingspunten voor meer concrete actie in de nabije toekomst. “Alles is nog open', stelde een Noorse milieuconsultant. “Ze kunnen nog steeds alle kanten uit.'

De tekst van het plan, die er ten slotte zaterdagmorgen om 5.00 uur na langdurig verzet van vooral China, India en de olieproducerende landen uitrolde was vaag en vrijblijvend. In essentie bleek het werkplan te bestaan uit een lange lijst van onderwerpen waarover men het in een later stadium eens zou moeten worden, bij voorkeur binnen de komende twee jaar.

Het gaat hierbij om een nadere invulling van het zogeheten Clean Development Mechanism (CDM), op grond waarvan ontwikkelde landen financiele en technologische steun geven aan projecten in ontwikkelingslanden die helpen de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Daarnaast is er de emissiehandel, waarbij rijkere landen, die hun uitstoot moeten reduceren, `vervuilingsruimte' kopen van landen die beneden hun emissieplafonds van Kyoto blijven. Ten slotte is er nog de zogenoemde Joint Implementation, waarbij geindustrialiseerde landen financiele en technische steun verlenen aan onder meer geindustrialiseerde landen uit het voormalige Oostblok. Hiermee vallen in de toekomst `kredietpunten' te behalen.

De kloof tussen de G77 en de ontwikkelde landen, vooral de Verenigde Staten, bleef lange tijd zeer diep. Pas toen de Westerse landen akkoord gingen met een voorstel om een fonds in te stellen met ruime middelen voor hulp aan arme en kwetsbare landen die hebben te lijden onder natuurrampen die mede een gevolg kunnen zijn van klimaatverandering, veranderde de sfeer.