In Bosnie heerst nog lang geen vrede

President Poplasens benoeming van hardliner Dragan Kalinic tot premier van de Servische Republiek in Bosnie onderstreept nog eens hoe fragiel het vredesproces in Bosnie is, hoe ver weg de vrede is en hoe hardnekkig de radicale nationalisten zijn.

In september versloeg de ultranationalist Nikola Poplasen tot ontsteltenis van de internationale gemeenschap de gematigde Biljana Plavsic in de presidentsverkiezingen van de Servische Republiek in Bosnie. De nieuwe president bezwoer zich te houden aan het vredesakkoord van Dayton - ook al had hij dat jarenlang heftig bestreden - en samen te werken met de internationale gemeenschap in de persoon van gezant Carlos Westendorp.

Die internationale gemeenschap kon zich in september troosten met de uitslag van de verkiezingen voor het parlement van de Servische Republiek in Bosnie: de hardliners hadden dan wel de presidentsverkiezingen gewonnen, maar ze verloren de parlementsverkiezingen. Het vredesproces zou dus niet worden ontregeld omdat de gematigden - de aanhangers van Plavsic en haar premier Milorad Dodik - het parlement controleerden.

De eerste proef op de som van Poplasens beleid, zo werd toen al geconcludeerd, zou worden genomen bij Poplasens benoeming van een nieuwe premier. Wie dat moest worden wist de internationale gemeenschap precies: Dodik, de man met wie Westendorp de afgelopen jaren goed heeft samengewerkt.

Het werd zaterdag echter niet Milorad Dodik. Het werd Dragan Kalinic. En dat kan niet anders worden gezien dan als een klap in het gezicht van Westendorp en zijn vredeshandhavers. De 50-jarige Kalinic - chirurg van huis uit - is al bijna tien jaar lang een vriend, vertrouweling en steunpilaar van Radovan Karadzic, de voormalige leider van de Bosnische Serviers. Hij behoorde met Karadzic tot de groep Servische radicalen die in 1990 de Servische Democratische Partij oprichtten, hij stapte in 1991 met de andere Serviers uit het Bosnische parlement om een eigen parlement van een eigen Servische Republiek te vormen, hij zat als minister van Gezondheid in alle regeringen van die republiek en werd na de oorlog, in 1996, voorzitter van het parlement van de Bosnische Serviers tot hij - in juni van dit jaar - door het duo Plavsic-Dodik werd weggestuurd.

Kalinic was al die jaren lang met Radovan Karadzic, Bosnie's co-president Momcilo Krajisnik, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Dragan Kijac en de toenmalige premier Gojko Klickovic lid van de `kliek van de vijf K's' die alles op alles hebben gezet om de uitvoering van Dayton te torpederen.

Zijn denkbeelden heeft Kalinic nooit bijgesteld. Voor hem is Karadzic, ook nu nog, “een wijs en moedig man, die de aspiraties van het Servische volk heeft gerealiseerd'.

Kalinic zal, de nominatie ten spijt, geen premier van de Servische Republiek worden. Hij heeft 45 dagen om een regering te vormen en een programma op te stellen dat hij vervolgens moet voorleggen aan het parlement van de Servische Republiek. Maar dat parlement zal hem afwijzen: de ultranationalisten die hem zullen steunen hebben maar 32 van de 83 zetels en de door Plavsic en Dodik geleide coalitie Sloga (Eenheid) zal hem, met behulp van de negentien moslim- en Kroatische leden van het parlement, zonder twijfel wegstemmen, waarna Poplasen een nieuwe kandidaat-premier moet benoemen. En zelfs als het parlement Kalinic niet wegstuurt zal Carlos Westendorp het wel doen. In die zin is Poplasens besluit een oprisping van Servisch nationalisme dat, als het aan de internationale gemeenschap ligt, geen kans meer mag krijgen.

Wat uiteindelijk rest is het besef - opnieuw - dat vrede en verzoening in Bosnie nog heel ver weg zijn. Bosnie staat niet dagelijks meer op de voorpagina's, maar hoort daar eigenlijk nog steeds, niet zozeer wegens ontwikkelingen die zich voordoen, maar wegens de `bevriezing' van de status quo - de status quo van de etnische vijandschap, de etnische animositeit. Vluchtelingen kunnen drie jaar na `Dayton' nog altijd niet terugkeren naar woonplaatsen in gebied dat in handen is van de `andere' etnische groep - nog 1,3 miljoen Bosniers zijn ontheemd.

Van een toenadering tussen de Servische Republiek en de moslim-Kroatische federatie is geen sprake, net zo min als sprake is van een toenadering tussen moslims en Kroaten in de federatie. De interne grenzen van Bosnie zijn blijven bestaan, van gemeenschappelijke instituten is geen sprake en de oorlogspartijen van gisteren staan nog even vijandig en haatdragend tegenover elkaar.

Alles wat er in Bosnie is gebeurd is van boven af opgelegd door Westendorp, onder dreiging met harde sancties. Zelfs de economische ontwikkeling stagneert: als het tempo van die ontwikkeling niet wordt versneld, zo rekende onlangs een Bosnische minister uit, zal het nog twintig jaar duren voor het economische peil van 1990 wordt bereikt en zal het nog 37 jaar duren voor Bosnie zijn buitenlandse schuld heeft afbetaald. In de Servische Republiek functioneert maar acht procent van de economische capaciteit.

In die zin is Poplasens stap een illustratie van de Bosnische werkelijkheid: Bosnie kan drie jaar na `Dayton' nog steeds niet zonder vredesmacht en kan ook nog steeds niet zonder scheidsrechter Westendorp.