Hoe een aanval niet doorging

Dit weekeinde stonden de Verenigde Staten op het punt om een vernietigende campagne van luchtvallen tegen Irak te ontketenen. Hoe een grootscheepse militaire actie op het nippertje werd afgewend.

President Clinton was vrijdagavond klaar voor oorlog. Hij had het bevel om tot de aanval over te gaan al gegeven. Zaterdagochtend Amerikaanse tijd, als in Bagdad net de avond zou zijn gevallen, had de eerste golf luchtaanvallen op Irak moeten neerdalen. Honderden kruisraketten zouden gelanceerd worden van schepen en van B-52 bommenwerpers. De toestellen waren al in de lucht. Ook Amerikaanse gevechtsvliegtuigen zouden Iraakse doelen bombarderen. Het Pentagon had berekend dat er 10.000 Iraakse doden bij konden vallen.

Maar op het laatste moment, na intensieve diplomatieke activiteit bij de Verenigde Naties in New York, blies Clinton de aanval voorlopig af. Irak had aangekondigd dat de wapeninspecteurs van de VN “hun normale werk' konden hervatten. Na nog een dag en een nacht koortsachtig diplomatiek overleg waarin de Amerikanen de toezegging van Bagdad “onacceptabel' noemden en verzekerden dat ze nog steeds klaar stonden om toe te slaan, kon de crisis ten slotte worden bezworen. “Irak heeft ingebonden', verklaarde president Clinton gistermiddag tegenover de pers. “Onze bereidheid om aan te vallen, samen met het overweldigende gewicht van de internationale opinie heeft gezorgd voor de uitkomst die wij wilden: Saddam Hussein is overstag.'

Adviseurs hadden Clinton aangeraden om eerder in de week al te beginnen met luchtaanvallen op Irak, om daarmee het regime van Saddam Hussein te straffen voor het besluit van 31 oktober om de wapeninspecteurs van de VN het werken onmogelijk te maken. De VS zouden snel moeten toeslaan, zodat ze niet opnieuw in de pijnlijke situatie gebracht konden worden dat Irak te elfder ure nog met toezeggingen zou komen. Begin dit jaar had een vergelijkbare operatie de Amerikanen meer dan een miljard dollar gekost.

Maar Clinton wilde wachten tot zaterdag, om meer gevechtsvliegtuigen en oorlogsschepen in de buurt van Irak te kunnen hebben. De Amerikanen wilden het Iraakse vermogen om wapens voor massavernietiging te maken een harde klap toedienen. Toen Clinton zich vrijdagavond laat na een lange dag terugtrok in het woongedeelte van het Witte Huis, had hij de trekker bij wijze van spreken al overgehaald.

Niet bekend

Tussen Clinton en zijn topadviseurs ontspon zich zaterdagochtend onder grote tijdsdruk een fel debat over de vraag of de aanvallen nu door moesten gaan. Volgens The Washington Post vonden de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie, Madeleine Albright en William Cohen, en de voorzitter van de chefs van staven, Henry Shelton, dat de actie moest worden doorgezet. Nationale Veiligheidsadviseur Sandy Berger pleitte voor opschorting van de aanval. Om half negen, een half uur voor de eerste raketten afgevuurd zouden worden, gaf Clinton opdracht om de aanval op te schorten.

Kofi Annan, de secretaris-generaal van de VN, speelde een belangrijke rol bij het bezweren van de crisis.

Na een zitting van de Veiligheidsraad die vijf uur duurde, deed hij vrijdagavond in een brandbrief een laatste beroep op Saddam Hussein. Annan waarschuwde de Iraakse leider dat hij geen hoop hoefde te koesteren dat de sancties tegen zijn land ooit opgeheven zouden worden, zolang hij zich niet aan de regels hield. Ook doorgaans bevriende landen als Rusland, China en Frankrijk en acht Arabische landen lieten Saddam weten dat ze vonden dat hij een Amerikaanse aanval aan zichzelf te wijten zou hebben. Irak stond alleen.

Zaterdagochtend vroeg meldde een anonieme functionaris uit Bagdad dat Irak zou inbinden. Enkele uren later bevestigde de speciale gezant van Annan in Bagdad Prakash Shah, dat de Irakezen ermee hadden ingestemd om de samenwerking met UNSCOM “zonder voorwaarden' te hervatten.In een brief aan Kofi Annan die zaterdagochtend Amerikaanse tijd in New York arriveerde, schreef vice-premier Tariq Aziz dat het Iraakse aanbod niet voortkwam uit “angst voor de agressieve Amerikaanse campagne'. Het zou daarentegen “een uitdrukking (zijn) van ons verantwoordelijkheidsgevoel en een antwoord op het beroep dat u en onze vrienden op ons gedaan hebben'.

Annan reageerde positief op de brief, die hij een stap in de goede richting noemde. Kort daarna kondigde hij de terugkeer naar Bagdad aan van 100 hulpverleners van de VN, die vorige week in verband met het risico van luchtaanvallen waren teruggetrokken.

Maar de Amerikaanse regering, die enkele uren eerder de luchtaanvallen had afgeblazen reageerde scherp afwijzend toen ze het document eenmaal onder ogen kreeg. Veiligheidsadviseur Berger liet weten dat de brief van Irak “onacceptabel' was. Vooral een bijlage van twee pagina's deed bij de Amerikanen twijfel rijzen aan de oprechtheid van de Iraakse toezeggingen.

In de bijlage vraagt Bagdad onder andere de verzekering dat opheffing van de sancties tegen Irak snel in overweging wordt genomen. Volgens Berger was de brief geen waterdichte toezegging en had de bijlage “meer gaten dan Zwitserse kaas'. “We stonden op het punt om aan te vallen', aldus Berger zaterdag. “En we staan nog steeds op het punt om aan te vallen.' De Iraakse ambassadeur bij de VN in New york, Nizar Hamdoon, haastte zich te verklaren dat de brief “onvoorwaardelijk en ondubbelzinnig' was. De bijlage zou geen voorwaarden maar slechts “gesprekspunten' bevatten en los gezien moeten worden van de brief. Later op de avond overhandigde hij de Veiligheidsraad een tweede brief, waarin hij verzekerde dat de omstreden bijlage “niet verbonden is aan het besluit van Irak om de betrekkingen te hervatten met UNSCOM en het IAEA' (het Internationale Atoomenergie Agentschap, dat nagaat of Irak geen kernwapens produceert).

Voor Washington was ook de tweede brief onvoldoende. Maar het was gedaan met de eenheid binnen de Veiligheidsraad, die Iraks besluit om met de wapeninspecties te stoppen nog unaniem had veroordeeld. Achter gesloten deuren bleken sommige van de leden van de raad, waaronder de drie permanente leden Rusland, China en Frankrijk, zaterdagavond wel van oordeel dat het Iraakse aanbod ver genoeg ging.

Amerikaanse regeringsfunctionarissen erkenden dat Irak er opnieuw in geslaagd was om de internationale coalitie uiteen te drijven, maar ze zeiden ook dat de VS de Veiligheidsraad niet nodig hadden voor militaire actie. Een van hen zei in The New York Times: “Andere landen mogen terugdeinzen voor het gebruik van geweld, maar de VS zullen zo nodig alleen optreden.'

Maar na een tweede brief van Hamdoon en intensief beraad met zijn adviseurs en met de Britse premier Tony Blair, bleek Clinton toch bereid te accepteren wat Berger eerder op de dag nog onacceptabel had genoemd. Volgens de president hadden de aanvullende brieven de meeste gaten gedicht. Maar het Witte Huis had moeite om uit te leggen wat de president nu precies van gedachten had doen veranderen.

In de nacht van zaterdag op zondag, omstreeks half vier blies Clinton de luchtaanvallen definitief af. En gistermiddag verklaarde de president: “Irak heeft zich verplicht tot onvoorwaardelijke medewerking' (met de wapeninspecteurs). Hij maakte duidelijk dat hij Saddam Hussein niet op zijn woord gelooft, maar dat hij UNSCOM een nieuwe kans wil geven haar werk te doen. Clinton beloofde de druk op de ketel te houden met de troepen die in de regio zijn samengetrokken, en ook door het regime van Saddam Hussein te ondergraven door hulp aan oppositiegroeperingen.

    • Juurd Eijsvoogel