Hilariteit zorgt in operette van Lehar voor relativering

Er zijn niet veel operettes die het niveau van een muzikaal blijspel in driekwartsmaat ontstijgen. Ook Die lustige Witwe van Franz Lehar is rijkelijk gelardeerd met walsjes en overspel achter halfgesloten deuren. Maar Lehar paart theatrale platvloersheden aan verfijnde muziek. Daarom is de Nationale Reisopera lang niet het eerste serieuze operagezelschap dat Lehars werk heeft opgenomen in de programmering.

Regisseur Ernst-Theo Richter, die bij de Reisopera eerder verantwoordelijk was voor de regie van Peter Schats opera Aap verslaat de Knekelgeest, doet geen pogingen de ware aard van Die lustige Witwe te verdoezelen. Integendeel: operette is operette en Richter blaast de bijbehorende karakteristieken op tot karikaturen. Zo herwint het werk voor een groot deel de hilarische uitwerking die `serieuze' operette-ensceneringen zonder zelfrelativerend element nog maar zelden weten af te dwingen.

Een hemeldek van felrode ballonnen zweeft boven het spaarzaam aangeklede strijdtoneel van weduwe Hanna en de naar haar hand dingende vrijers. Decorontwerper Karl-Ernst Herrmann koos voor een simpel vast decor, bestaande uit een halfronde rij deuren. Gedurende de drie zonder pauze aaneengeregen actes passen vernuftige lichtprojecties het toneelbeeld aan bij de plaats van handeling: een, zeker voor een rondreizend gezelschap, praktische en fraaie visuele vondst.

In de aanstekelijke kluchtigheid die deze voorstelling tot de laatste minuut uitademt, hebben de carnavaleske kostuums van Jorge Jara een belangrijk aandeel. Feestgangers zijn uitgedost als vetkuiven en baron Zeta, krachtig gezongen door bas Karsten Kusters, maakt getooid met bananenrokje per skippybal zijn entree op het gekostumeerde bal in de tweede acte.

Hoewel de gehele vocale cast dit levende stripverhaal met aplomb verbeeldt, overtuigt vooral Miranda van Kralingen door het opvallend gemak waarmee zij zich beweegt in de lichtvoetige rol van de exuberante titelweduwe Hanna. Eenzelfde naturel weerklinkt in haar vocale aandeel. Het Viljalied, dat hier naadloos op de eerste akte volgt, zingt zij met een zinderende, haast vloeibare kwetsbaarheid.

Ook Johannes Mannov houdt zich als haar beminde graaf Danilo in het liefdesduet Lippen schweigen overtuigend staande. Het tweede paar Camille (Markus Schafer) en Valencienne (Ellen van Haaren) steekt daarbij in vocaal opzicht wat grijs af, maar zorgt in hun liefdesduet voor een welluidend rustpunt tussen de vele uitbundige ensemblestukken.

De muzikale subtiliteiten die Franz Lehar als operettecomponist boven het genre uittillen, worden door het Orkest van het Oosten onder Vincent de Kort met veel gevoel voor theater belicht. De Kort dirigeert detailrijk en alert, maar mag de orkestklank tijdens sommige aria's iets meer beteugelen. Ondanks zulke details verdient het bewondering dat de Reisopera Die lustige Witwe ondanks het soms verbijsterend flauwe libretto heeft weten te verheffen tot ongecompliceerd luchtig muziektheater.