Fruitgranaat

Kijk, daar staat waarachtig een Ossentong tussen het Priemkruid onder de Vuilboom. Bij die prachtige Ereprijs? Nee dommie, links in het hoekje met Rood Guichelheil en Heggeduizendknoop - `Verdomd, wat mieters!'

Tijdens het lome uur in de namiddag waarin het daglicht verflenst tot duisternis vermei ik mij vaak met de nieuwe zaad- en plantencatalogi opium voor het almaar in getal wassend tuinvolk. Tijdens het schemeren blader en peins ik, terwijl de thee trekt in de muts met geborduurd opschrift `Pelikaan - het geheim van een opgewekt humeur'. Het is zo stil dat je de koeien van buurmanboer een kilometer verderop hoort hoesten. Ik schenk in, neem een slokje, knabbel aan een kaakje. Voor het geestesoog verschijnt mijn tuin als een exotisch oerwoud vol Beenbreek, Handjesgras Kleefkruid, Schedegeelster, Trilkruid. Maar ik heb al eens mijn been gebroken, struikelend over een molshoop, en mijn pols door een smak over slipnatte bladeren. Mijn vingers gesneden aan vlijmscherp gras terwijl ik mijzelf vastkleefde in een vol verwachting trillende schede - Adam en Eva omringd door manshoog mais. Zij verkoos echter die wormstekelige appel, de hoofdstad. Zal ik nu als kuise hovenier dan maar zaad van de Vlasdolik bestellen? Die klinkt eetbaar net als Kraakloof, Beredruif Veenwortel, Hondspeterselie.

Tien jaar geleden zaaide ik de Bolderik, niet om mijzelf te plezieren maar mijn aan ernstige psycholatrie lijdende geliefde. Misschien zou ik haar bij de aanblik van de subtiel paarsblauwe kelkjes eindelijk, eindelijk begrijpen. Helaas. Zou de Schraallandpaardebloem helpen? Een zakje Heelbeen- of Vrouwenmantelzaad? Ook in mijn hoofd slaat de schemering toe. In plaats van het doodgewone kopje brandnetelthee smacht ik opeens naar Warkruidthee of Smeerwortelthee (spoelt drastisch de darmen), Heideknotszwamthee (tempert de gedachtemaalstroom), Moeraskartelbladthee (om nog dieper weg te zinken in verkwikkende geestverdrabbing).

Ik knip de lamp aan en schrik van de tulp Fancy Frills (bloembladen als frutseloverhemden uit de jaren zestig) en van de tulp Black Parrot (vetkuifkapsel van achteren gezien - `kippenkontje'). Het wemelt van tulpen met illustere namen als Peer Gynt (zie ik muziek?), Petit Four (geef mij maar mijn kale kaakje), Sparkling Fire (om overheen te zeiken), Bleu Aimable (slijmerd) en Angelique (te tam voor een omhelzing). De gevlamde en zalmkleurige enkele, late tulp Perestroika is waarlijk een dotje, exclusief bij die ene kwekerij. Dat lijkt me wel wat. Ook de Hoepelroknarcis is snoezig al lijken de bloemen eerder op trompetjes, zoals een fatsoenlijke narcis betaamt. Volgens de kweker zijn `deze beeldige bloempjes tegenwoordig mateloos populair'. Jammer. De witte tulp Cardinal Mindszenty dan? Nee deze streber vervangt in het assortiment brutaalweg de elegante maar verramsjte Schoonoord en die heb gelukkig al.

De avond is gevallen. Honger? Blief ik als voorafje een aromatisch soepje van Jobstranen Kardoen en Kranskarwij? Met een weinig gesnipperde Bloedooievaarsbek, een toefje naar chocolade smakend Knikkend Nagelkruid en enkele druppels Genadekruidextract? Heerlijk met een geroosterde bruine boterham, druipend van de Goudveilhoning. Gisteren verslond ik een omelet met Stinkende Gouwe en Veldhondstong, Veenpluis en Kaardebolzaad. Verrukkelijk met een beker verse, ijs- en ijskoude Amandelwolfsmelk!

Alleen wonen spaart adem. Je hoeft niet langer antwoord te geven op de uitentreure bekende vragen: wat doe je, wat denk je, hoe voel je je, houd je nog van me? Overigens ontdekkingen te over. Voor de hand liggende zoals groene en paarse schimmel in de pannen, kniptorren tussen de oude kranten en de verfrommelde brieven in bed.

Maar ook bijzondere ontdekkingen, heuse `Geheimtips' zoals de Teutonen het noemen. Als onbestorven weduwnaar pel ik nog steeds twee mandarijntjes, verwijder nauwgezet de pitten en de witte draadjes. Net als vroeger - maar nu laat ik de partjes een half uur rusten. Nee, niet bij wijze van uitgesteld genoegen of zelfkwelling. Het schilletje klinkt namelijk in, verhardt en hopla: een heuse fruitgranaat, plezierige ontploffing in de mond. Bij tijd en wijle slaat de eenzaamheid toe. Midden in de nacht. Tijdens weekeinden. Als iedereen met vakantie is. Weer een prent is mislukt. Van een vriend die na zestien jaar lief en leed zijn minnaarman op overspel betrapte en hem de deur uitknikkerde, leerde ik anderhalf jaar geleden een probate maar onsmakelijke remedie tegen een aanval van acute allenigheid: een danig riekende wind. Even wapperen met de lakens en je bent omhuld. Tegenwoordig bel ik het meisje met de verbluffend grote groene ogen; na afloop van het gesprek zijn we beiden verzekerd van zoete dromen.