De verovering van Le Gray naast Hockney's verleiding; Indrukwekkende fotocollectie Manfred Heiting tentoongesteld in Keulen

De grote fotografieverzamelaars, begonnen in het midden van de jaren zeventig toen de prijzen nog laag waren en de vraag bescheiden, hebben hun verzamelingen inmiddels zo'n beetje afgerond. De geschiedenis de genres en de meesters zijn vertegenwoordigd, wat rest is het bijhouden en het opvullen van hiaten.

Zo ook de in Amsterdam woonachtige Duitse verzamelaar Manfred Heiting. Zowel kwantitatief (circa 5500 foto's) als kwalitatief geldt zijn collectie als een van de beste ter wereld. Iedere toonaangevende fotograaf uit de geschiedenis is erin vertegenwoordigd met een of enkele perfecte representatieve vintages (foto's afgedrukt rond de tijd waarin ook de opname werd gemaakt). In het voorjaar van 2001 zal hij zijn bezit uitgebreid tonen in het Rijksmuseum in Amsterdam, momenteel is er alvast een voorproefje te zien bij de Keulse Stiftung Kultur, gevestigd in het Mediapark even buiten het oude centrum de stad. Degrees of Stillness heet de tentoonstelling waarin hij circa 200 foto's bijeenbracht van ruim zestig historische en hedendaagse fotografen en fotokunstenaars.

De deelnemerslijst is indrukwekkend: van negentiende-eeuwse fotografen als Julia Margaret Cameron, Eadweard Muybridge en Edouard Baldus tot moderne als Alfred Stieglitz, Lazslo Moholy-Nagy's en Edward Weston. Robert Frank en Robert Doisneau, evenals Andy Warhol, David Hockney en Andres Serrano als vertegenwoordigers van de hedendaagse generatie fotokunstenaars. En Man Ray uiteraard, oogappel van iedere fotoverzamelaar, hier aanwezig met zijn Elevage du Poussiere; de foto die hij omstreeks 1919 maakte van het neergedaalde stof op Marcel Duchamps' Large Glass.

Dat het geheel evenwel allerminst de snobistische hall of fame is die de deelnemerslijst doet vermoeden, heeft vooral te maken met de presentatievorm. Hoewel bedoeld als historisch overzicht zag Heiting af van de gebruikelijke chronologische, thematische of stilistische indelingen. Ook aan de onderwerpen liet hij zich weinig gelegen liggen. Portretten, landschappen, stillevens, straattaferelen reclame - het hangt allemaal door elkaar.

De samenhang wordt bij hem verkregen door niet het resultaat maar de werkwijze voorop te stellen; een in de eerste plaats visuele benadering dus die, hoe merkwaardig het ook mag klinken, in de presentatie van fotografie allerminst gebruikelijk is.

De inventiviteit van de negentiende eeuw geeft hij vorm door van iedere foto telkens verschillende versies te tonen - afgedrukt op een andere papiersoort bijvoorbeeld of met behulp van een ander procede, in positief en in negatief, in een net iets andere uitsnede. Of `gewoon' in de vorm van verschillende momenten, zoals de portretten van violist Joseph Joachim die in 1868 door Julia Margaret Cameron zowel in een academische robe als met zijn viool werd afgebeeld om zo de verschillende kanten van zijn persoonlijkheid te belichten.

Van daaruit is het maar een kleine stap naar de experimenten van de jaren twintig met zijn meervoudige belichtingen, spiegelingen, collages en montages. En zoals Heiting overtuigend laat zien, zelfs naar de in multiples gegoten conceptuele preoccupaties die zo kenmerkend zijn voor de fotografie vanaf de jaren zeventig. Waar het telkens weer om gaat is het kijken en het vormgeven van een idee, lijkt hij te willen zeggen.

Heiting relativeert de sterstatus van menige beroemde fotograaf. De bewegingsstudie waarop de Fransman Etienne-Jules Marey in 1890 een polsstokhoogspringer welgeteld elf keer in een opname vastlegde, hing Heiting naast een werkje van de Amerikaanse Liza Ryan die in drie kiekjes een val op het strand ensceneerde (Trip, 1998). Andre Disderie - de uitvinder van de fotografische carte de visite die zich een camera fabriceerde waarmee hij op een negatief drie of vier paar verschillende opnames kon maken, en zo in 1860 van markies Arconati zowel een vriendelijk, vrolijk, nonchalant als galant heerschap kon maken - kwam te hangen tegenover Jurgen Klauke die honderd jaar later in twaalf delen speelt met zijn vrouwelijke kanten (Self-Performance, 1972).

En Gustave le Gray? Zijn unieke twee meter brede (want uit zes negatieven gemonteerde) panorama van de cavalerie-oefeningen op de Champs de Chalones uit 1857 kwam naast David Hockney's minstens zo grote uit talloze kleine fotootjes samengeplakte vrouwelijk naakt uit 1984. Tenslotte bestudeerde de een weliswaar de verovering en de ander de verleiding, maar beiden reconstrueerden ze wat ze zagen.

Het zijn dergelijke combinaties die van Degrees of Stillness een even dynamische als intelligente tentoonstelling maken, zij het ook bij vlagen een ietwat benauwende. Want een eenvoudige, terloopse of onverwacht hartveroverende foto ontbreekt. Het zijn Schoonheid, Belang en Geschiedenis die hier om voorrang streven. Het zou natuurlijk kunnen liggen aan de strakke regie die het tentoonstellingsconcept met zich mee bracht. Al is evenmin uit te sluiten dat het een bijkomstigheid is van een collectie waarin geen foto voor de andere wil onderdoen.