DE DUITSE HOOP IN BANGE DAGEN

Woensdag speelt het Nederlands elftal in Gelsenkirchen een oefenduel tegen Duitsland. Opvolger van de Duitse coach Berti Vogts is Erich Ribbeck. Zijn assistent Uli Stielike doet de trainingen. Een arbeider aan de zijde van een heer. “Voetbal is een eenvoudige zaak', is het Duitse motto

`Sir Erich' hebben ze hem wel genoemd. Niet Herr von Ribbeck auf Ribbeck im Havelland, uit een gedicht van Theodor Fontane, niet de eminente kok van het schilderachtige verblijf Gasthaus zum Ribbeck, maar eenvoudigweg Erich Ribbeck, der Herr vom Fussball, de charmante meneer uit Wuppertal. Waarom? Omdat Erich Ribbeck zich kleedt als een heer, omdat hij weet hoe hij zich in het openbaar moet gedragen, omdat hij voorkomend is en voortdurend een glimlach op zijn gezicht draagt.

Dat is eens wat anders dan Berti Vogts uit Korschenbroich, het mannetje dat het liefst water aandroeg voor de kopmannen van het Duitse voetbal en tevergeefs hun sterallures probeerde te onderdrukken. Nee, dan Herr Ribbeck. Onvermijdelijk dringt zich de gelijkenis met Franz Beckenbauer op. Maar nee, de uitstraling van `der Kaiser' heeft hij nooit gehad. Niet als voetballer, niet als trainer, niet als manager, niet als mens. Ribbeck is niet meer dan een zelfgemaakte diplomaat. Daarom ook is hem gevraagd vooral een ambassadeur van het Duitse voetbal te zijn.

Ribbeck is slechts Teamchef van de Nationalmannschaft geworden omdat andere Duitse trainers om uiteenlopende redenen voor de eer bedankten. Beckenbauer wordt beschouwd als de enige die het Duitse elftal weer aan de top van Europa of de wereld kan brengen, maar de trots van Beieren voelt zich te groot voor het vuile werk. Jupp Heynckes, winnaar met Real Madrid van de Champions League, was een goede twee keus. Maar hij meende te moeten afzeggen omdat zijn vrouw ziek is. Verder passeerden Gunther Netzer Christoph Daum, Otto Rehhagel, Ottmar Hitzfeld, Roy Hodgson en Paul Breitner de revue. Namen met klank en status, maar ze werden geen van allen de opvolger van Vogts.

Breitner had de man moeten zijn die het nationale elftal weer allure kon geven. Maar de immer kritische, in boulevard-bladen schimpende en zich tegen gevestigde orden afzettende oud-middenvelder en verdediger van het Duitse elftal wilde een coalitiebewind met Beckenbauer en Netzer. Te moeilijk en te lastig, meende het bestuur van de Duitse bond. Dus vond voorzitter Egidius Braun uiteindelijk Ribbeck bereid de vacature Vogts op te vullen.

Ribbeck 62 jaar intussen, woonde al twee jaar op Tenerife sinds hij in 1996 door Bayer Leverkusen was ontslagen, ver van de voetbalwereld, ver van de malaise die het Duitse voetbal doormaakt. Ribbeck, in de jaren zeventig en tachtig assistent van bondscoach Jupp Derwall, aarzelde begin september geen moment. Hier had hij altijd van gedroomd.

Bijna al die miljoenen mensen die in Duitsland van voetbal houden, lachten zich rot om de keus van Braun en consorten. Mensen die Ribbeck hebben meegemaakt als trainer schudden verontwaardigd hun hoofd. “Een hele aardige man' zei manager Callmund van Bayer Leverkusen die hem in 1996 na acht nederlagen ontsloeg. “Maar over andere dingen van hem zeg ik liever niets.'

In de Duitse media werd aan een uitspraak van Jan Wouters gememoreerd. Toen de Nederlandse oud-international in het seizoen 1992-'93 speler van Bayern Munchen was, had hij tegen zijn trainer Ribbeck gezegd: “U bent de enige bij deze club die niets van voetbal begrijpt.' Daarmee doelde Wouters onder meer op de vondst van Ribbeck om Olaf Thon spelbepalende middenvelder en nu libero bij Schalke, linksback te zetten. Mehmet Scholl schoot Ribbeck zelfs tijdens de training een bal in het gezicht, “omdat hij een Arschloch (een scheiterd) is'.

Misschien dat Ribbeck daarom slechts Teamchef is geworden. Ribbeck, in de pre-Bundesliga-periode een back _ in de stijl van Vogts _ van Wuppertal SV en Viktoria Koln, is de man die de verantwoordelijkheid draagt. Uli Stielike, ein Draufganger, is de trainer. Hij neemt de spelers onder handen, hij geeft de speelwijze aan, hij gaat te keer als het moet en als het niet moet. Stielike is het voetbaldier, opgegroeid bij Borussia Monchengladbach, gerijpt als professional bij Real Madrid en het Duitse elftal, en wijs geworden in Zwitserland, onder meer als bondscoach.

Stielike is hard en meedogenloos. Hij heeft er een handje van spelers hoe groot ook van naam, af te breken ten overstaan van publiek en pers. “Ik ben blij dat Ribbeck de media doet', zei Stielike, “dan hoef ik me met die onzin niet te bemoeien. Ribbeck is al zover dat hij een masker kan opzetten, ik niet.'

Vandaar kennelijk dat de Duitse media vanaf de eerste openbare trainingen die Stielike gaf, de trainingsmethoden van de oud-international belachelijk probeerden te maken. Tot ergernis van Mannschaftskapitan Bierhoff die en passant de ouderwetse trainingswijzen van andere Duitse trainers aan de kaak stelde. Stielike stoorde zich nauwelijks aan de kritiek, zelfs niet nadat Duitsland de eerste EK-kwalificatiewedstrijden onder Ribbeck en Stielike had gespeeld: de 1-0 nederlaag tegen Turkije en 3-1 winst op Moldavie werden allerminst met gejuich begroet.

Ribbeck, Robinson Crusoe genoemd door zijn solitaire verblijf op Tenerife, en Stielike, de domme rinoceros genoemd door zijn uiterlijk, bleven van hun eigen ideeen uitgaan. “Wanneer er in Duitsland geen jeugdbeleid is en elke club en elke voetballer maar doet waar zij zin in hebben, moeten wij soms wel dingen doen die niemand leuk vindt', zei Ribbeck.

Nog niet zo lang geleden, toen Ribbeck nog trainer was van onder meer Rot-Weiss Essen, Eintracht Frankfurt, FC Kaiserslautern, Bayer Leverkusen (onder hem winnaar van de UEFA Cup in 1988), Hamburger SV, Bayern Munchen en nogmaals Bayer Leverkusen stond hij bekend als een notoire kritikaster. Nooit was het goed, altijd had hij wat aan te merken op zijn spelers. “Pas toen ik zestig was kreeg ik door dat voetballers beter gaan spelen door ze complimentjes te geven. Vroeger was dat anders. Tegenwoordig moet je ze vertroetelen.', weet Ribbeck nu.

Ribbeck is een man van de eenvoud, ouderwets, maar duidelijk. Na gesprekken met aanvoerder Olivier Bierhoff met Vogts, met Bayern-trainer Hitzfeld en de oude Lothar Matthaus kwam hij tot de conclusie dat het Duitse elftal niet groter mag zijn dan de beste Duitse club. “Wanneer de beste Duitse clubs met een libero spelen, dan ga ik ook met een libero spelen. En niet anders. Dus wil ik Matthaus terug, als 37-jarige. Ik ken geen jongere die beter is. Dus neem ik ook Moller terug 32 jaar, 82 interlands, soms blase, maar er is geen betere, en straks misschien Sammer, ver over de dertig, die al een jaar niet heeft kunnen voetballen, maar zeker terug komt. Laten die jongeren maar eens bewijzen dat ze beter zijn. Een aantal geef ik de kans, maar ik moet het nog zien.'

Degenen in Duitsland die wel geloven in de aanpak van Ribbeck en Stielike, refereren aan eerdere uitspraken van de Teamchef. “Voetbal is een eenvoudige zaak. Dat een aantal trainers er een wetenschap van maken is hun zaak. Maar dat is meer om iets wat ze niet hebben gekregen te compenseren. Autoriteit afdwingen bereik je niet door betweterigheid hoogmoed of quasie-intelligentie.

Een trainer is doorgaans een oud-voetballer die bij gebrek aan beter trainer is geworden en probeert te tonen dat ze het beter weten dan hen. Zoals vaders hun zoons vaak ten onrechte proberen te overtuigen dat zij de wijsheid in pacht hebben. Ik ben voetballer geweest, ik ben oud en wijs, verder niks.'

Vooralsnog heeft het duo Ribbeck-Stielike het Duitse volk niet kunnen overtuigen. Beckenbauer, intussen vice-voorzitter van de Duitse voetbalbond, is het koppel te hulp geschoten. Na overleg met Ribbeck en de jeugdtrainers Hannes Lohr en Dietrich Weise is besloten vijf miljoen D-Mark te reserveren voor een jeugdproject. In heel Duitsland komen 300 steunpunten waar elke week 25 jeugdspelers van 11 tot 17 jaar voor een trainingssessie bijeen dienen te komen. Eindelijk, weet Ribbeck. Maar dan nog is hij zijn leven als Teamchef niet zeker. Twee maanden na zijn aanstelling heeft hij zijn contract met de bond nog niet getekend. Lukt het niet, dan trekt hij zich voor altijd terug op Tenerife.

    • Guus van Holland