Bal: klassiek en pop; Festival van Contrasten beheerst Concertgebouw

Popmuziek en klassieke muziek hebben een ongelukkig huwelijk. Popmuziek met `klassieke' ambities, zoals de Falkland Suite van John Cale of Paul McCartney's recente oratorium, ontaardt veelal in symfonische banaliteit en als symfonieorkesten of operazangers zich wagen aan popmuziek, worden zelfs de beste popnummers gereduceerd tot onbenullige deuntjes.

In de nacht van zaterdag op zondag werd in het Amsterdamse Concertgebouw een ambitieuze poging ondernomen om het huwelijk tussen klassiek en pop te verbeteren. Vier uur lang, van middernacht tot vroeg in de ochtend, duurde Het Bal waarop het Nederlands Blazers Ensemble samen speelde met de dj's Speedy J, Dimitri en Eddy de Clercq, de dance-groep Normally Invisible en de New-Yorkse `avant-garde-groep' Bang on a Can All Stars. Doel was `klassiek, avant-garde en dance genadeloos te laten botsen en spannende affaires te laten aangaan'.

Voor dit als `mix van concert, koningsbal en dance party' aangekondigde bal was het Concertgebouw veranderd in een grote halfverduisterde dance-club met lichtshow. De stoelen waren van de parterre verwijderd, het normale podium was aangevuld met twee podia langs de lange kanten van de beroemde zaal en op schermen die aan de balkons waren gehangen lieten de video-jockeys Danielle Kwaaitaal en R.E.L. hun animaties en video's zien.

Degenen die een kaartje voor het uitverkochte Bal hadden weten te bemachtigen was gevraagd om zich voor de gelegenheid te hullen in `party of fantasy dress'. Tachtig procent van de bezoekers had dit verzoek opgevat als een aansporing om zich te hullen in de kleren die ze vermoedelijk altijd al dragen: het uniform van de kunstzinnige elite - eenvoudige zwarte kledij met hooguit een wit of grijs acccent - overheerste het bal.

Maar de alomtegenwoordige pastoorsdracht betekende niet dat Het Bal werd geteisterd door een begrafenisstemming. Integendeel, in fel rode uniformen gehulde lakeien wisten het publiek, dat bestond uit de wonderlijke combinatie van jonge danceliefhebbers en oude Concertgebouwgangers zodanig op te zwepen, dat elk optreden met geklap en geroep werd begroet en beloond.

Toch gaven niet alle muzikale bijdragen hiertoe aanleiding. Dit lag niet zozeer aan de ten gehore gebrachte composities als wel aan het abominabele geluid. Het was een godswonder dat de geluidstechnici en de dj's erin slaagden om zelfs in de grote zaal van het Concertgebouw, toch wereldberoemd om zijn akoestiek, de muziek zo beroerd te laten klinken als tijdens Het Bal. Vooral tijdens de delen die het Nederlands Blazers Ensemble voor zijn rekening nam, wreekte dit zich. Solisten waren soms onhoorbaar en de composities van bijvoorbeeld Tsmindao Ghemerto werden zo rommelig waargenomen dat het publiek ophield met dansen en overging tot conversatie. Ook de cellist Pieter Wispelwey werd geteisterd door de nachtmerrie van iedere disc-jockey: dapper speelde hij een elektrisch versterkte prelude uit de Cellosuite no. 1 van Johann Sebastian Bach voor een stilstaand publiek dat duidelijk niet in deze oude dansmuziek was geinteresseerd. Pas toen de dance-groep Normally Invisible Wispelwey afloste kwam het publiek weer in beweging. Niet omdat de muziek van Normally Invisible beter was dan die van Bach, maar omdat deze was voorzien van een harde beat die dansen eenvoudig maakte.

Het huwelijk tussen pop en klassiek werd er in het Concertgebouw niet gelukkiger of evenwichtiger op: het was de beat van de dance-muziek die Het Bal overheerste. Wat de dj's Dimitri, Speedy J en Eddy de Clercq nu precies deden met de rode draad van Het Bal, de compositie A Watery Death van de Britse componist Michael Nyman, was door het slechte geluid nooit goed te horen. Maar dat deed er ook helemaal niet toe: elke hervatting van de beat werd met gejuich verwelkomd en zolang deze, al dan niet begeleid door vrolijk tetterende leden van het Nederlands Blazers Ensemble, genadeloos doordaverde, bleef de parterre van het Concertgebouw gevuld met een kolkende menigte.

Verdween de beat, dan zakte de stemming niet. De enkele bezoekers die zich echt koninklijk hadden uitgedost, de video's onder het balkon en de attracties in de foyers boden genoeg afleiding om de tijd door te komen tot de beat weer begon.