Andersdenkenden

In Nederland geloofden nog niet zo gek lang geleden de mensen in God. Nu geloven de meeste mensen niet meer in God, maar in van alles en nog wat zoals zelfmaakbaarheid, astrologie, beursindexen, paarse kabinetten aromatherapie of de gewichtigdoenerij van Harry Mulisch.

In Papoea Nieuw Guinea gaat het de andere kant op, daar geloofden de mensen vroeger in van alles en nog wat, en nu in God. Missionarissen hebben hier de afgelopen honderd jaar heel wat werk verricht. Het was ook niet zo moeilijk, vertelde mij eens een Nederlandse pater die hier al veertig jaar werkt, want de Papoea's zijn van nature gelovig. `Elimineren en substitueren' leerde ik vroeger bij het oplossen van wiskundige vergelijkingen en die methode heeft de zending ook gebruikt bij het bekeren van dit overwegend animistische volk. Dat missionarissen op diverse plekken prachtige beelden en huizen hebben verbrand, hoort bij zo'n methode, maar vanuit cultuur-historisch oogpunt is dat natuurlijk een doodzonde.

Papoea Nieuw Guinea is een christelijke natie en dat staat behalve in de grondwet ook vrijwel dagelijks in de krant. Maar leven de Papoea's ook een beetje christelijk? Ik bedoel niet of ze naar de kerk gaan, de bijbel lezen en een kruis rond hun nek hangen, want dat doen veel mensen wel. Ik bedoel of ze ook een christelijke moraal hebben in de trant van: gij zult niet liegen, stelen, moorden etc. Ik denk van niet. Dat wil niet zeggen dat iedereen loopt te stelen en te moorden, maar als ik met studenten en collega's over morele kwesties praat, valt mij vaak op hoe anders we denken.

Stammenoorlogen komen hier bijvoorbeeld vrij veel voor. Heel vroeger, toen de Australiers nog de scepter zwaaiden over Papoea Nieuw Guinea, werden aanstichters opgehangen. De missie heeft ook altijd fel gestreden tegen stammenoorlogen. Sinds de onafhankelijkhied is men toleranter geworden en oud-premier Michael Somare heeft eens gezegd: “It is part of our culture.' Die boodschap is aangekomen, hoewel pijl en boog thans vervangen zijn door M16 en `homemade' geweren.

Er vallen dan ook meer slachtoffers dan vroeger.

Onlangs sprak ik met een student over de stammenoorlog in het gebied waar hij vandaan komt. Het is wat oudere student en hij heeft twee kinderen. Hij is bescheiden hardwerkend en leest iedere dag een stuk uit de bijbel. Hij is een fervent zevendedagadventist en die drinken niet, roken niet en eten notabene geen varkensvlees (hoe zo'n geloof ooit in dit land van de grond heeft weten te komen, blijft een groot raadsel). Als de nood aan de man komt, zal hij de wapens oppakken om met zijn stam te vechten. Hij zou het echter niet zo snel doen, want studenten zijn vaak een gewild object voor de tegenpartij.

Maar nu was de situatie bij hem thuis kritiek, want er was een achtjarig jongetje van zijn stam gedood en dat vroeg om wraak. Of zij nu een kind van de andere stam gingen doden, vroeg ik hem. Jazeker was het antwoord. Zou hij dat ook doen, vroeg ik toen, en ook dat beantwoordde hij na enig nadenken met ja. Hij zag mijn onbegrip en zei: laten we maar over bodemkunde praten.

De moraal die hier in mijn opinie heerst is niet die van het christelijk geloof maar die van het wantok-systeem. `One-talk' of `wantok' staat in de lingua franca Tok Pisin voor het spreken van dezelfde taal, clangenoten dus - er zijn honderden talen in Nieuw Guinea. Voor wantoks doen mensen hier alles. Als iemand een aardige baan en een huis heeft, komen er veel wantoks die niet alleen het dak, maar ook het salaris komen delen. Mocht een van de wantoks geld nodig hebben om te trouwen of een studie te betalen, dan moet iedereen meebetalen. Heeft iemand een van je eigen wantoks over de kling gejaagd, dan worden alle wantoks bij elkaar geroepen om revanche te nemen.

Er zitten natuurlijk mooie kanten aan zo'n solidariteitssyteem maar daardoor kan ook de onredelijkheid in Papoea Nieuw Guinea grootse vormen aannemen. Zelfs gestudeerde mensen geven eerder gehoor aan de eisen van hun wantoks dan aan wat de bijbel hun voorschrijft. Daar heeft honderd jaar zending niet zoveel aan veranderd.

    • Alfred Hartemink