AFGHAN WIGS

Een paar jaar en een heroineverslaving na de cd Black Love vond de Amerikaanse beau Greg Dulli inspiratie voor zijn zesde cd, 1965. Als zanger/gitarist van de solide gitaar-groep Afghan Wigs heeft Dulli altijd zijn liefde betuigd aan soul. Vandaar de titel, een verwijzing naar de gloriedagen van die muzieksoort.

Toch is er in zijn eigen rock weinig van die liefde terug te vinden of het zou moeten zijn in Dulli's manier van zingen: niet boos en tierend zoals andere rockzangers, maar altijd met de nadruk op mooie, warmbloedige stembuigingen. Dulli klinkt meestal zelfs beschaafd. En ook de muziek is gestroomlijnd: geen prikkeldraad van gitaarspel maar massieve drums die worden geflankeerd door klaaglijke gitaarsolo's en afgeronde basklanken. Tegenover Dulli's hoge stem, biedt de instrumentatie het geruststellende `laag'.

De nummers laten zich niet meteen doorgronden, maar de meeste liedjes op 1965 blijken toch een elegante, al is het slepende melodie in zich te hebben. Een enkele song (John The Baptist bijvoorbeeld) wordt opgesierd met knetterende soulvolle blazers, ongeveer zoals bij de nummers van De Dijk. Hoewel 1965 zich in weinig onderscheidt van vorige cd van The Afghan Wigs, is het een mooi en waardig werkstuk.