WALHALLA

Eindelijk iemand die doorheeft wat er mis is in het onderwijs en vooral waardoor! Zie Leo Pricks 'Walhalla' (W&O, 7 november). Al jaren geleden hanteerde ik de bekende 20-80-regel. In de kleine 'HEAO' ging zo'n 20 procent naar de overhead (directie, 'n paar secretaresses en een boekhouder) en 80 procent naar het lesgeven. Toen werd er verhuisd, groter gegroeid en vond de eerste fusie plaats. Meer studenten, meer afdelingen/opleidingen, meer stafafdelingen en een niveau er boven op met de daarbij behorende schalen. Zo ging 20% + 80% x 20% naar de overhead en 80% x 80% naar het directe onderwijs.

Na de laatste grote door Ritzen afgedwongen fusie werd de verhouding dan 48,8 procent overhead en 51,2 procent voor onderwijs. De centrale staf dijt nogmaals uit en decentraal idem. Vele voor het onderwijs ongeschikte docenten vinden een plaats in het management, waarin ze regeltjes bedenken waarmee ze hun voormalige collega's terroriseren. Vooral delegeren is een soort topsport geworden.

Door bezuinigingen op het operationele vlak als onderwijsvernieuwing (projectgecentreerd onderwijs, studiehuis etc.) te betitelen ontstaat er een nieuwe lichting ambitieuze ondermanagers die op hun beurt weer blij zijn de dagelijkse omgang met de studenten te kunnen ontvluchten. Zo blijven de die-hards en idealisten over met steeds minder vakantie, minder betaalde uren, meer vakken en taken en steeds grotere klassen (30 studenten heet maximaal, maar 36 en zelfs 40 geen uitzondering in het HBO!) en steeds meer individuele en groepsopdrachten begeleiding en coaching.

Daarbij moeten de docenten voortdurend meedenken met hun nieuwe taakinvulling en ook voortdurend in die richting bijgeschoold worden ten aanzien van nieuwe onderwijsmethoden en computersystemen en -toepassingen; bij voorkeur in hun 'vrije tijd'. De 'papieren' 1659 werkuren, waarvan 40 procent contacturen, worden in de praktijk, deels vrijwillig, overschreden.

De zegen van Ritzen is meer een stortregen met veel wateroverlast voor het laagste niveau. De staffunctionarissen, directies en de centrale zitten luxer, groter hoger en droger. Kortom, de grootschaligheid van het HBO is geen succes voor het onderwijs gebleken. Verzelfstandiging van gezonde onderdelen en opheffing van slechte en onrendabele studies zou een betere optie zijn in plaats van dure 'luxe'-studies te subsidieren met geld van de goedlopende opleidingen. Dan kan ook de organisatie afgeplat worden. Van enige synergie is de afgelopen jaren weinig gebleken, integendeel.