Stumpel: Grotendeels quatsch; Heibel om Holbein

Onder de kop 'Naar het oog van Christus' werd in de bijlage W&O van 17 oktober een vraaggesprek gepubliceerd van Jan Gerritsen met prof. John D. North. Aanleiding: Norths poging tot ontraadseling van de symboliek in 'De Ambassadeurs', een mysterieus schilderij van Hans Holbein uit 1533. De Utrechtse hoogleraar Jeroen Stumpel reageerde, North schreef een weerwoord.

ZATERDAG 17 oktober opende de wetenschapsbijlage met de mededeling dat het raadsel van Holbeins Ambassadeurs door prof. North was ontsluierd. Het gaat om een fascinerend schilderij, prachtig van techniek en voorstelling, waarnaar goed en interessant onderzoek is gedaan. Bovendien leent het zich met zijn precieze weergave van wetenschappelijke instrumenten inderdaad voor een behandeling in een wetenschapsbijlage. Alleen niet dit soort behandeling.

Wat professor North nu precies zelf beweert is niet te zeggen, want het boek is er nog niet. De redactie vond de al dan niet getrouwe weergave van zijn ideeen door Jan Gerritsen al nieuws genoeg. Het resultaat stelt niet alleen teleur, het is ook om kwaad van te worden.

Natuurlijk zou het kunnen dat lijnen getrokken uit een punt buiten een schilderij interessante onderdelen van een compositie raken, en dat daar dan een betekenis aan moet worden gehecht (al ken ik er geen enkel voorbeeld van). In dit geval zou het bijvoorbeeld gaan om een lijn 'die precies wijst naar het oog van Christus, op de kleine crucifix die links bovenaan het schilderij nauwelijks meer zichtbaar is'. Die afbeelding van Christus is inderdaad zo klein dat eigenlijk niet te zeggen is in hoeverre 'het oog' door die lijn wordt getroffen - beide ogen zijn trouwens naar ons toegewend, maar volledig in schaduw verborgen. Maar al zou die lijn een van de ogen raken wat houdt dat dan helemaal in? ('Naar het oog van Christus', kopt het stuk). Zou het voor het betoog van North uitmaken of de lijn een oog het voorhoofd, of het hart van Christus zou raken?

'En er is nog meer', zegt het artikel. 'Deze lijn gaat ook door het rechteroog van Jean de Dinteville.' Ook hier weer de vraag of het zo belangrijk is, dat van dat rechteroog van Dinteville.

Hopelijk niet, want het is duidelijk het linkeroog van Dinteville.

Diezelfde lijn doet volgens de auteur nog meer interessante dingen: hij loopt ook door 'het getal 27 op de quadrant in het midden op de tafel'. Weer een vergissing: het getal 27 komt op geen van de twee quadranten op de tafel voor (en op geen enkel ander instrument op het portret). Misschien had North die lijn maar beter niet kunnen trekken.

Afbeelding 1 laat niet de horoscoop zien van 11 april 1533, maar het algemene schema van een horoscoop, waarin de gegevens van elk uur, van elke dag, van elk jaar kunnen worden ingevuld. Dat zo'n schema op het schilderij zou passen is even uit de lucht gegrepen als 'de hexagrammen in de vorm van een davidster' die North en/of Gerritsen op het schilderij zien.

Een kruising van lijnen in een horoscoop (of waar dan ook) is trouwens niet hetzelfde als een 'kruisiging van lijnen', zoals de heer Gerritsen (of zijn zegsman) denkt. Een triomfantelijke conclusie van het hele verhaal is: 'De grote vraag wat The Ambassadors in essentie voorstelt, lijkt immers beantwoord: de kruisiging van Christus.' Wie gelooft zoiets nou? Voorstellingen van de kruisiging van Christus zien er toch heel anders uit?

'De meeste theorieen omtrent de betekenis van The Ambassadors', schrijft uw verslaggever ergens in de opening van het artikel, 'zijn afkomstig van kunsthistorici. Vaak speelt mystiek daarbij een rol, maar er is niks mystieks aan het schilderij.' Is er geen redacteur die opmerkt dat professor North twee kolommen verderop nu juist beweert dat 'astrologische mystiek zo'n grote rol speelt' in het schilderij? Het zijn maar een paar voorbeelden uit een artikel dat kans ziet om in elke alinea te ontsporen.

De vraag is eigenlijk deze: vanwaar die grote tolerantie voor onzin en charlatannerie zodra beeldende kunst ter sprake komt? ('Schilderij van Poussin bevat geheime aanwijzingen over vindplaats van de Heilige Graal'; 'Honderden tekeningen van Rembrandt, Guercino Barocci en anderen blijken microscopisch gesigneerd door Goya'; 'Computer toont aan dat Mona Lisa zelfportret is van de oude Leonardi da Vinci' - allemaal krantenberichten van de laatste jaren). Ik begrijp wel dat dergelijk nieuws sensatiewaarde heeft ('Elvis leeft!'). Maar je hoeft zo'n bericht maar even te vertalen in een ander onderwerp ('Satellietfoto toont aan: gat in ozonlaag heeft precies de vorm van hakenkruis!' - ik zeg maar wat), om te zien hoe elastisch de criteria voor 'belangrijk nieuws' blijkbaar zijn als het om kunst gaat.

Ik vrees dat het een reflectie is van een gebrek aan respect voor het onderwerp. Bij beeldende kunst mag de geest waaien, het geeft niet waarheen, lijkt het wel. In dit geval is die houding des te treuriger, omdat het schilderij onlangs in het middelpunt stond van een voorbeeldige, kleine tentoonstelling in de National Gallery in Londen, waar zorgvuldig aandacht werd besteed aan het instrumentarium dat Holbein hier (en in het portret van Kratzer) heeft weergegeven. Er waren ook prachtige 16de-eeuwse voorbeelden van instrumenten te zien. Hierover heb ik in uw krant niets vernomen; maar nu wel zo'n verhaal, dat grotendeels quatsch is.

Ik zeg grotendeels omdat er een detail is dat wel degelijk van belang kan zijn. De op het instrumentarium gesuggereerde datum van 11 april zou volgens North de Goede Vrijdag zijn geweest van 1533. En inderdaad, een blik in de bekende chronologische tabellen en in Hersey's boek over de Ambassadeurs (Londen, 1900) leert dat 13 april 1533 paaszondag was; en dus was het twee dagen eerder Goede Vrijdag (een complicatie is hier overigens dat in de tijd van Holbein het nieuwe jaar op Pasen begon).

Maar zelfs met dit gegeven gaat het artikel vreemd op de loop. Het belang van die datum is niet dat 'de zon die dag om vier uur in Londen op 27 graden hoogte stond', een loze mededeling, maar de mogelijkheid dat op die dag een bijzonder lustrum werd gevierd: het feit dat de kruisdood 1500 jaar eerder had plaatsgevonden (de overlevering wil dat Christus op 33-jarige leeftijd zijn kruisdood onderging).

Het is goed denkbaar dat zo'n bijzonder feit in een commemoratief portret werd verwerkt of er zelfs aanleiding voor was, en het geeft op zichzelf voldoende verklaring voor de aanwezigheid van het crucifix in een hoekje van het schilderij. Zo'n bewering vereist verder onderzoek naar de manier waarop 16de-eeuwers zo'n heilig jubileum vierden, en naar de traditie van commemoratie in portretten. Daar zou je wat aan hebben. Met de berichten van North heeft dat verder weinig te maken, en ook niet met malle lijntjes die je over reproducties trekt.