Sociale dagen

“Zullen we dan maar? Ik ben Bakker.' Deze bewaarder heb ik nog niet gezien. Hij gebaart me mee te komen naar een kantoortje achterin. Het Inkom-gesprek 'Open Kamp' begint. Reglement na reglement wordt doorgenomen. Het ene nog stompzinniger dan het andere. Wat dat betreft is er geen verschil met de HvB. De directrice moet te allen tijde met 'U' worden aangesproken. En iedereen heeft recht op drie knaapjes per klerenkast. Langzaam zak ik weg. Ik volg alleen de paginanummers nog. Twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien, elf...

“En nu komen we aan de sociale dagen.' We zijn bij twaalf, de laatste pagina. Bakker recht zijn rug en kijkt me doordringend aan. Dit is blijkbaar belangrijk.

“Sociale dagen zijn alleen maar dagen. Nachten tellen niet.'

Verbijsterd kijk ik hem aan. Ik heb geen flauw idee waarover hij het heeft.

“Het is 'sochtends weg, 'savonds voor de maaltijd terug.'

“Ja, maar nachten kunnen toch ook sociaal zijn', zeg ik met een stalen gezicht. Maar hij geeft geen krimp en ratelt gewoon door. Over sociale dagen maak je geen grappen.

“Kijk, het beste en het makkelijkst is dat ze op de vrijdag worden genomen. Dan hoef je, als het een beetje sociale dag is, niet meer terug te komen. Het weekend begint toch. Bovendien scheelt het je ook nog vaak in de reiskosten, je hoeft niet meer terug, je kunt daarna meteen naar huis. Snap je?'

“Ja, maar wat zijn dat eigenlijk voor dagen?' Eindelijk kan ik er tussenkomen. “Waar staat sociaal voor?'

Onthutst kijkt hij me aan. Een kamper die niet weet wat sociale dagen zijn. Dat slaat alles.

“Nou', begint hij aarzelend, “stel dat je bijvoorbeeld naar je advocaat moet of op sollicitatie, dan kun je in principe onder bepaalde voorwaarden een vrije dag krijgen, dat heet een sociale dag.'

Ik knik. Nu is het duidelijk. Het is een dagje vrij om iets voor jezelf te doen.

“Maar denk niet dat je er zomaar een krijgt, het moet wel belangrijk zijn en ook moeten we bewijzen hebben, een fax of een brief en soms bellen we ook, want je begrijpt wat iedereen hier wil, dagen dagen en dagen, en nogmaals nachten kan al helemaal niet, of er moet iets ergs zijn gebeurd, ernstig ziek of dood.'

Ik knik.

Mij hoef je niks meer te vertellen. Hier zijn nachten alleen sociaal bij leed en ongelukken.

“Nog vragen?'

“Nee', mompel ik. Wat zou ik na deze verwoestende uitleg in godsnaam nog kunnen vragen? Alles is behandeld. Van de knaapjes tot de overtrek, van de wasruil tot de corvee. Stilte is het enige antwoord.

“Nou, dat was het dan.' Met een klap slaat Bakker zijn reglementenboek dicht. Het Inkom-gesprek is voorbij.