Sir Henry, de alleskunner; HENK TIMMER 1904-1998

Henk Timmer, die gisteren op 94-jarige leeftijd overleed, was in zijn tijd onbetwist de sterkste tennisser van ons land. Die tijd duurde ongeveer van 1923 tot 1937 en leverde hem negen nationale titels op in het enkelspel, plus acht in het herendubbel (met Bryan, Ruys, Koopman en Teschmacher) en vijf in het gemengd dubbel (met de dames Bouwman Stroink en Rollin Couquerque).

Bovendien werd Timmer in het enkelspel in 1927 nog internationaal kampioen van Nederland terwijl ook internationale dubbelspeltitels zijn kant opkwamen: in totaal haalde hij 28 kampioenstitels en - hoe gek het ook klinkt - het hadden er nog aanzienlijk meer kunnen zijn, indien tennis hem niet was gaan vervelen.

Nationaal ging het na verloop van tijd te makkelijk en bovendien bleek Timmer een uitzonderlijk talent voor alle sporten te bezitten. In '41 werd hij nationaal kampioen squashrackets hij volbracht tot driemaal toe de Elfstedentocht op de schaats. Hij had aanleg voor alles: speelde goed hockey, had aanleg voor voetbal, was een vaardig golfer, een prima skier. En dan tennis, de sport die het langst beoefende en waarin hij internationaal naam maakte.

Toen de reus Tilden een lijstje maakte van de beste spelers ter wereld (hij plaatste zichzelf uiteraard eerste) ruimde hij voor Timmer de zesde plaats in. Een groot compliment. Het enige dat er mankeerde aan Timmers spel was zijn service. “Een onbegrijpelijk tamme service', schreef Max Adriani Engels die de kampioen in diens volle fleur meemaakte. Timmer bracht de bal zonder pretenties in het spel en vertrouwde vervolgens op zijn klassieke fore- en backhand. Dat waren schoonheden van slagen, vooral de backhand was prachtig. Bovendien was hij zeer snel op de voeten en speelde hij uitgesproken intelligent, steeds zoekend naar zwakke punten in de wapenrusting van zijn tegenstander.

Hoewel het in ons land bijna alles gravel was wat de klok sloeg kon Henk Timmer op alle baansoorten dus ook op gras, goed uit de voeten. Zo speelde hij gedurende tien jaren op Wimbledon, waar hij in '27 en '29 de kwartfinales haalde en in een fantastische partij uit 1930 de beroemde Franse 'musketier' Cochet tot een vijfsetter dwong.

De Davis Cup lag hem goed en hij boekte er menig succes. Zo versloeg hij de Hongaar Von Kehrling en de Tjsech Kozeluh. Weliswaar was de Duitse baron Gottfried von Cramm hem te sterk net als Borotra uit Frankrijk. Nu waren zelfs in die tijd sommige cracks al dermate van tennis bezeten dat zij hun hele leven ernaar richtten. Zo was Timmer niet. Hij had iets onbezorgds.

Nu stelde de training in die dagen niet heel veel voor in ons land. Tennis was toen nog een sjieke sport. Correct gedrag was bijna even belangrijk als winnen. Men oefende onderling, keek elkaar zo'n beetje de kunst af en dat was het dan wel. Dat veranderde voor Timmer enigszins toen Gerard Scheurleer in zijn leven kwam. Scheurleer was een diepgraver, die uitgesproken meningen had over tactiek en techniek en de begaafde leerling onder zijn hoede nam. Timmer heeft veel van hem opgestoken, ook al was hij minder fanatiek dan zijn leermeester.

Vier jaar geleden heeft 'Sir Henry', zoals hij in intieme kring gaarne werd genoemd, onder overweldigende belangstelling zijn 90ste verjaardag gevierd. Hij liet zich toen, als ere-VIP van de KNLTB, nog bij menige tennishappening in eigen land zien. Ik vond hem er tot op zeer hoge leeftijd jong uitzien, al wilde het ene been niet meer zo gretig voor het andere komen als voorheen.

Zijn overlijden treft allen pijnlijk die deze Grand Old Man van de Nederlandse sport hebben gekend. Vier jaar geleden in Scheveningen bij een klein tennisgebeuren zat Sir Henry op het terras naast een onbekende dame, die zoveel jonger was dan de oud-kampioen dat zij zich het gezicht van Timmer niet exact voor de geest kon halen. Om ook eens iets te zeggen vroeg zij: “Hebt u vroeger ook getennist?' Enkele omstanders kregen prompt de slappe lach anderen verstijfden. Hoe zou Henk dit opvatten? Timmer glimlachte breed en zei met de charme die hem eigen was: “Och, in mijn tijd heb ik wel eens een balletje geslagen.'