SIBERISCHE MINITAAL BLIJKT NAUW VERWANT AAN INDIANENTAAL

Vergelijkend onderzoek van de Amerikaanse taalwetenschapper Merritt Ruhlen heeft aangetoond dat het Ket, een Jenisei-taal die in Centraal-Siberie nog slechts 550 sprekers telt, genetisch nauw verwant is aan de Na-Dene indianentalen van Noordwest-Amerika (Proceeding of the National Academy of Sciences, november 1998). Daarmee is volgens Ruhlen een van de migratiegolven uit Siberie via een landtong in de Beringstraat naar Amerika gelokaliseerd. Over deze migraties bestaat overigens veel wetenschappelijke discussie. Ruhlen positioneert de oversteek tussen die van de Amerindiers (9000 v.Chr.) en die van de Aleut-Eskimo's (1000 v.Chr.).

Ruhlen, verbonden aan Stanford University, publiceert 36 woorden die in het Ket en Na-Dene een treffende gelijkenis vertonen (en in andere taalfamilies vaak van elkaar verschillen). Voorbeelden zijn alledaagse termen als 'kinderen', 'honger', 'elleboog', 'rivier', 'sneeuw', 'uil' en 'touw'. Dat de overeenstemming nu pas blijkt komt doordat van zowel het Na-Dene als het Jenisei werd gedacht dat het geisoleerde taalfamilies waren. Tot nu toe is Jenisei alleen met andere Euraziatische talen vergeleken, en het Na-Dene met andere indianentalen.

Het Ket is de enige nog resterende Jenisei-taal (zo genoemd naar de rivier die Siberie van zuid naar noord in tweeen splijt). Historische bronnen maken melding van vijf verwante talen die tot dezelfde familie behoren, maar deze zijn alle in de negentiende eeuw uitgestorven. Het Amerikaanse Na-Dene heeft vier takken. Drie daarvan bestaan uit een taal: het Haida, het Tlingit en het Eyak. Ze worden gesproken langs de kust van West-Canada en Zuid-Alaska. De vierde tak is de Athabaskan-familie. Die talen worden gesproken in West-Canada en Centraal-Alaska, met uitlopers naar de kusten van Oregon en Californie. Ook het Navajo en Apache zijn Na-Denetalen.

De frappante gelijkenis tussen beide taalfamilies wijst duidelijk op een genetische verwantschap: ooit behoorden de sprekers tot een en hetzelfde Euraziatische volk. Dat het om leenwoorden zou gaan of klanknabootsing, of dat er domweg toeval in het spel is, is volgens Ruhlen uitgesloten. Bovendien beschikt de Stanford-onderzoeker naast de nu gepubliceerde 36 woorden over nog veel overeenstemmingen, al zijn die problematischer. Waarschijnlijk ligt de oorsprong van het Na-Dene in West-Siberie, niet ver van de Kaukasus.

Een deel migreerde naar Amerika, een deel bleef achter. Sindsdien hebben beide taalfamilies zich los van elkaar ontwikkeld. Zo zijn er verschillen in klankstructuur ontstaan, bijvoorbeeld in de positie van de glottisslag. Maar talen die hetzelfde woord voor 'berkenbast' hanteren, verraden een band.