Savina Yannatou zingtvolksmuziek in diverse talen

Concert : Savina Yannatou met ensemble o.l.v. Kostas Vomvolos

Dat een Griekse zingt in het Albanees, Arabisch, Spaans, Provencaals, in enkele Italiaanse dialecten en, ojee, zelfs het Turks, is op zich al bijzonder. Nog veel bijzonderder is het echter als dit, zoals gisteren in Vredenburg, gebeurt in een serie 'Muziek uit Griekenland'.

Of dit de reden was dat een deel van het publiek het bij de pauze voor gezien hield is niet duidelijk. Misschien had men op de 'Sirtaki' gerekend of zich gestoord aan het feit dat Savina Yannatou niet had geschroomd stokoude volksliedjes soms te verlevendigen met hedendaagse improvisatie-technieken a la Greetje Bijma.

Er viel bij Yannatou in elk geval genoeg te beleven. Haar stem is niet 'groot' maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door haar aandacht voor details en haar gevoel voor kleuren en sferen. Ook de samenwerking met haar sextet, dat fraai het midden hield tussen orde en vrijheid, liet maar weinig te wensen over.

Na de pauze was er helemaal geen woord Grieks meer bij maar zong Yannatou, net als twee jaar geleden in het kader van een serie 'Joodse Muziek', uitsluitend in het Ladino, de van het Oud Spaans afgeleide omgangstaal van de Sefardische joden uit het Middellandse-Zeegebied. Met als brandpunt de stad Thessaloniki die bij de 'Vergrieksing' in 1912 meer Joods dan Grieks of Turks was.

Ook dit repertoire was de aandacht waard, van het verloren-liefde lied 'Los Bilbilicos' tot het vrolijke 'Primavera en Salonico'. Wel heel genuanceerd kwam Savina Yannatou voor de dag in het zoetbittere 'Nani, Nani' dat heen en weer beweegt tussen woede jegens een ontrouwe man en de liefde voor een kind. 'Ach, slaap toch lekker, mijn hartje / slaap toch lekker, mijn schat / want je vader zal komen / en wat zullen we blij zijn.' Een moeder met zo'n mantel der liefde in huis had je als klein kind zelf willen hebben.