Pronk bouwt bruggen en jogt

Jan Pronk maakte deze week zijn internationale debuut als milieuminister op de klimaatsconferentie in Buenos Aires. “Hij voelt zich als een vis in het water.'

Het hoofd wat verzonken tussen de schouders, beent een gedrongen kalende man met een zwarte loodgietertas vol documenten door de schier eindeloze gangen van het congrescentrum in Buenos Aires. Het is Jan Pronk die op de klimaatsconferentie van de Verenigde Naties zijn debuut maakt op het wereldtoneel als minister van Milieubeheer.

Pronk geniet er zichtbaar van. De vroegere minister van Ontwikkelingssamenwerking bevindt zich hier op vertrouwder terrein dan wanneer het om afvalstortplaatsen in Nederland gaat of om de kwaliteit van het zwemwater. Nu eens schiet hij een minister aan, dan weer staat hij iemand van een milieuorganisatie te woord. “Hij voelt zich hier als een vis in het water', zegt een lid van zijn delegatie.

Omdat de conferentie de afgelopen dagen vaak werd gedomineerd door scherpe tegenstellingen tussen Westerse landen vooral de Verenigde Staten, en de G77, een grote groep ontwikkelingslanden, diende zich als vanzelf een gelegenheid aan voor Pronk om zich enigszins te profileren. Geen van de andere Europese milieuministers beschikte immers over zoveel contacten en deskundigheid in ontwikkelingslanden als juist hij. Zo had Pronk onder andere bilaterale ontmoetingen met de onderhandelaars uit India en Costa Rica.

“Pronk heeft daarom een beetje een brugfunctie kunnen vervullen tussen de Europese Unie en de G77', meent Sible Schone van het Wereldnatuurfonds. “In dat opzicht is hij een verrijking voor de conferentie.' Pronk kent de cultuur van die landen en weet heel goed waar de knelpunten voor de armste landen zitten. Hij kon daardoor meer diepgang geven aan de discussies tussen de EU en de G77, meent een Nederlandse diplomaat.

Een hoge Duitse ambtenaar verklaart echter dat hem de rol van Pronk niet speciaal is opgevallen.

Hij wijst er op dat het ook landen als Spanje, Frankrijk en Groot-Brittannie op dit terrein allerminst aan deskundigheid ontbreekt.

Sunita Narain van de Indiase milieuorganisatie Centre for Science and Environment zegt zelfs teleurgesteld te zijn in Pronk. Volgens haar had de Franse minister van milieubeheer, Dominique Voynet, zich in haar rede tot de conferentie tegemoetkomender jegens de G77 opgesteld dan haar Nederlandse collega. “Voynet ging meer in op de historische verantwoordelijkheid van de Westerse landen voor het uitstootprobleem en op de eerlijke verdeling van de lasten', aldus Narain.

Ook de immer alerte Nederlandse milieubeweging was weinig te spreken over Pronks rede van donderdagmiddag waarvoor hem door de organisatie van de conferentie welgeteld vier minuten waren toebedeeld. Pronk liet zich namelijk in positieve bewoordingen uit over de zogeheten emissiehandel, een instrument waarvoor vooral de VS zich sterk maken.

Op grond daarvan kunnen rijke geindustrialiseerde landen 'vervuilingsruimte' kopen van andere landen die beneden de afgesproken uitstootplafonds blijven. Die plafonds zijn gekoppeld aan de uitstootniveaus van 1990. Met de aankoop van ruimte kan een ontwikkeld land kredietpunten verwerven, die meetellen bij de reductie die het op grond van het klimaatsverdrag van Kyoto van vorig jaar moet realiseren.

“Pronk loopt met een boog heen om het substantiele probleem van de handel in hot air met een land als Rusland', zegt Hans Altevogt van Greenpeace Nederland. De milieubeweging is bevreesd dat met name de VS zo ruimte zullen kopen in Rusland. De industriele productie van dat land is sinds 1990 aanzienlijk afgenomen, waardoor het veel extra 'vervuilingsruimte' over heeft.

Alleen de rijke ontwikkelde landen hoefden immers een daadwerkelijke reductie te realiseren. Volgens de milieubeweging is het echter nutteloos voor het milieu, wanneer de VS of anderen Russische 'vervuilingsruimte' kopen, die anders toch niet zou zijn benut.

Ondanks zijn inzet voor goede contacten met de G77 maakte Pronk er geen geheim van dat hij tot veel bereid was om de Amerikanen binnen boord te houden op de conferentie. In dit verband trok hij de vergelijking met het internationale oceanenverdrag uit de jaren zeventig, waarover jarenlang tot in de kleinste details werd onderhandeld. Uiteindelijk werd het echter niet ondertekend door de Verenigde Staten waardoor het verdrag zo goed als waardeloos werd.

“De Europese opstelling dat ontwikkelde landen een vast deel van hun reducties in eigen land moeten verwezenlijken moet zo lang mogelijk overeind blijven', stelde Pronk tegenover journalisten, “maar je hebt de Amerikanen wel nodig. Je hebt gelovigen die niet van hun standpunt willen afwijken en alles eerst tot in details geregeld willen zien. Je kunt volgens mij beter flexibel zijn, dat levert meer op. Als dit onderhandelingsproces in niets uitmondt is dat rampzalig, want dan gaat de uitstoot gewoon door.'

Over de uitkomst van 'Buenos Aires', dat werd geacht een praktische invulling te geven aan de doelstellingen van Kyoto, is Pronk intussen niet onverdeeld positief. Volgens hem was de conferentie niet goed genoeg voorbereid. Hij hoopt dat de onderhandelaars het te elfder ure nog eens zullen worden over een ruw werkplan, waarin de verdere uitvoering van 'Kyoto' wordt aangegeven.

Ondanks de slopende onderhandelingen is Pronk de vermoeidheid intussen in het geheel niet aan te zien.

De motor in zijn lichaam lijkt nimmer stil te staan. Met overgave stortte hij zich woensdag tegen middernacht nog in een debat met een journalist over toekomstscenario's voor milieu en energieverbruik in Nederland tussen 2040 en 2050 om zich daarna op zijn hotelkamer terug te trekken om de laatste hand aan zijn rede te leggen. Tijdens een korte onderbreking van de conferentie gistermiddag trok Pronk zich eindelijk even terug: niet om even te slapen, zoals sommigen dachten, maar om wat hard te lopen, zodat hij fit zou zijn voor de laatste marathonzitting aan het slot van de conferentie.

    • Floris van Straaten