Part time

IN HET BUITENLAND is deeltijdarbeid voor leraren in het basisonderwijs meestal aan allerlei beperkende voorwaarden gebonden. Zo wordt het in Frankrijk alleen toegestaan in de vorm van onbetaald zorgverlof. Dat het beleid op dit terrein niet wat ruimhartiger is, vloeit voort uit de angst dat dit wel eens zou kunnen gaan ten koste van de kwaliteit van het onderwijs. In Nederland kennen we de discussie niet en wordt over de gevolgen van deeltijd alleen gesproken als het gaat om een wetsvoorstel dat ook geldt voor bedrijven, waarmee maar weer eens is aangetoond dat onderwijs nog steeds niet deel uitmaakt van de gewone grote-mensenwereld.

Deelarbeid in het onderwijs: het is er, geeft problemen, maar erover praten, ho maar. Ik denk dat die terughoudendheid komt doordat het voornamelijk vrouwen zijn die part time werken. Wie de problematische kant van deze zaak aanroert, laadt al vlug de verdenking op zich vrouwonvriendelijk te zijn. Omdat iets ergers zich moeilijk laat bedenken is het onderwerp taboe. Reden te meer dus om er aandacht aan te besteden.

In het verleden had je op de lagere school een heel jaar lang dezelfde meester of juf. Die werkte met de leerlingen de boekjes door die golden voor de desbetreffende klas. Op alle scholen werd op dezelfde gewone manier gewerkt: alles ging klassikaal. Inhoud en werkwijze werden gedragen door de traditie. Overleg was nauwelijks nodig, iedereen kende zijn plaats en zijn taak.

Vandaag de dag ziet 'het professionele plaatje' van de meeste basisscholen er heel anders uit. De meeste mensen werken part time en ook de full-timers zijn er niet altijd, vanwege scholing of atv. De werkwijze van de school wordt niet langer gedragen door de traditie en de boekjes. Dankzij het kopieerapparaat is het mogelijk bestaand lesmateriaal aan te vullen en aan te passen aan de onderwijskundige formule die de school heeft ontwikkeld: meer individueel, bepaalde taken in groepjes en andere klassikaal. Gericht op het opsporen van individuele problemen en kijken wat je daar met remedial teaching aan kunt doen. Gewone scholen bestaan niet meer.

Deze ontwikkelingen maken het nodig dat activiteiten zorgvuldig op elkaar worden afgestemd. Dat geldt natuurlijk helemaal voor part-timers die een klas delen. Wat het teamoverleg betreft: ook dat is voor de part-timer net zo belangrijk als voor de collega met een volledige baan.

Verder is het van belang dat alle leraren deskundig zijn en blijven. Ongeacht de omvang van hun baan moeten zij dus een bepaalde hoeveelheid tijd nemen voor intern overleg en voor studie en scholing.

Wat is nu de logische consequentie van dit alles? Dat elke leraar, of die nou 6 of 38 uur per week in dienst is van een school, een bepaald aantal uren per week inruimt voor overleg en scholing. Stel dat dit alles bij elkaar 8 uur zou zijn, dan zul je ervan uit moeten gaan dat iedereen ook zoveel tijd daaraan besteedt.

Dit betekent dat part-timers per definitie relatief meer tijd moeten besteden aan hun werk dan full-timers, want het is natuurlijk niet de taak van de werkgever daar rekening mee te houden. De arts, de advocaat, de psychotherapeut en de accountant die een dag per week werken, krijgen er ook maar een betaald. Ook al hebben zij daarnaast ook nog eens een dag nodig voor scholing en studie. Dat is nu eenmaal de consequentie van een beroep dat een hogere opleiding vergt. Wie klaagt dat je dan beter twee dagen per week achter de kassa kunt gaan zitten vindt in de kwaliteit van het werk blijkbaar niet genoeg compensatie, maar dat is wel het probleem van betrokkene zelf.