OVERBLIJFSEL VAN GEEXPLODEERDE STER GETRACEERD

Astronomen in Duitsland, Engeland en Nederland hebben in het zuidelijke sterrenbeeld Vela (Zeilen) het restant gevonden van een ster die ongeveer 680 jaar geleden moet zijn geexplodeerd. Het restant bestaat uit een uitdijende, bolvormige gaswolk die deze supernova toen in de ruimte heeft geblazen. De gaswolk, die is gevormd uit vooral de buitenste lagen van de ster, zendt zowel rontgen- als gammastraling uit. Die soorten straling worden volledig geabsorbeerd door de dampkring van de aarde, zodat voor het waarnemen ervan satellieten nodig zijn. Dat waren in dit geval de Duitse rontgensatelliet Rosat en het Amerikaanse Gamma Ray Observatory (GRO), zo melden de astronomen in twee artikelen in Nature van 12 november.

De gammastraling van de uitdijende gaswolk ontstaat door het verval van het radioactieve isotoop Ti bij een energie van 1,156 MeV (miljoen elektronvolt). Deze gammastraling dringt - in tegenstelling tot het zichtbare licht van een ster-explosie - ongehinderd door het gas en stof in het melkwegstelsel heen, zodat de straling heel geschikt is om er de gasresten van optisch 'verborgen' supernova's mee op te sporen. En door de korte vervaltijd van het titaan-isotoop, ongeveer 90 jaar, is de straling vooral geschikt voor het opsporen van sterren die minder dan duizend jaar geleden zijn ontploft.

Tijdens een recente analyse van de metingen van het Gamma Ray Observatory werd in het sterrenbeeld Vela een bron ontdekt die dit soort gammastraling uitzendt. De positie van de bron bleek binnen de onzekerheidsgrenzen samen te vallen met die van een bolvormige rontgenbron die onlangs, onafhankelijk, was ontdekt op opnamen van de rontgensatelliet Rosat. Ook deze bron heeft de kenmerken van een supernovarest: hij heeft aan de hemel een diameter van vier maal die van de volle maan, een temperatuur van miljoenen graden en dijt uit met snelheden rond de 5.000 kilometer per seconde.

Als het inderdaad om een en hetzelfde object gaat, zou zich dat op een afstand van ongeveer 650 lichtjaar moeten bevinden en ongeveer 680 jaar geleden moeten zijn ontstaan. De sterexplosie zou dan de meest nabije zijn geweest die in historische tijden heeft plaatsgevonden. Het is vooralsnog een raadsel waarom er uit die tijd dan geen berichten zijn over het plotseling verschijnen van een 'nieuw', helder lichtpunt aan de hemel. Vooral in China, Korea en Japan werd de hemel toen - ten behoeve van de astrologie - nauwlettend in de gaten gehouden. Mogelijk hebben de zuidelijke positie aan de hemel en/of de tijd van het jaar hierbij een rol gespeeld.