Oud-studenten bezetten flatgebouw; Groningse kunstacademie Minerva viert 200-jarig bestaan

Tentoonstellingen: Minerva 200. Welkom thuis Out of the Site, At the Site Groningen

Naast de Groninger Academie voor Beeldende Kunst Minerva kronkelt een lange sliert van 24 schaftketen. Ze zijn ingericht door studenten die zijn uitgegaan van de schaftkeet als plek om te verpozen: een gluurkeet een observatiewagen, een rijdende biechtcel of een bouwkeet als een enorme zak pinda's. 'Out of the Site, At the Site' heet het project onder regie van de Japanse kunstenaar Tadashi Kawamata, dat ingaat op het zwervende verleden van Academie Minerva. Op de 24 locaties waar de kunstacademie de afgelopen tweehonderd jaar achtereenvolgens was gehuisvest zijn de keten opgebouwd, om vervolgens in een karavaan met trekkers naar de plaats van bestemming te reizen.

De keten staan enigszins in de verdrukking, stukken plastic hier en daar moeten de kunstwerken tegen de regen beschermen. Niet bepaald een feestelijke aanblik voor een kunstacademie die haar tweehonderdjarig bestaan viert. Een van de andere hoofdevenementen vindt plaats in een flatgebouw van een naoorlogse wijk aan de rand van de stad, een armoedige omgeving die ook al niet vrolijk stemt.

Op de tentoonstelling 'Welkom Thuis' is werk te zien van 24 kunstenaars die tussen 1984-1998 aan Minerva afstudeerden. De (veilige) keuze van inmiddels gerenommeerde kunstenaars als Aernout Mik, Paul de Reus en Alexandra Rouppe van der Voort benadrukt de trots die docenten voor geslaagde pupillen nu eenmaal hebben. Feestelijk gekleurde bloemen op de reling van de Veldspaatflat geven de vijftien leegstaande appartementen aan die de kunstenaars tot hun beschikking hebben. Op huisnummer 210 heeft Elles Jeurink een slaapkamer ingericht. In het ouderwetse eenpersoonsbed met spijlen ligt een zachte variant op de plastic neukpop. Gebreid van huidskleurige wol en met het dekbed naar beneden gerold, ligt zij hier niet uitsluitend gewillig te wezen. Op de achtergrond hoor je ingesproken natte dromen op een casetterecorder.

Om de ruimte van Wopke Oldenburger op nummer 354 te betreden moet je je schoenen uittrekken. Op het smetteloos witte tapijt staan de 'Benen voor Rob Scholte': transparante prothesen met aan de voeten witte sportsokken. Niet dat Scholte zijn maten aan Oldenburger heeft doorgegeven: in een uitzending van Laat de Leeuw liet hij desgevraagd weten niet te willen meewerken aan een kunstwerk dat geheel op zijn roem drijft. Scholte's redenering is niet onzinnig. Oldenburgers mooie gebaar - de prothesen zijn zelfs met warmte-elementen op lichaamstemperatuur gebracht - wordt tenietgedaan door de gedachte dat hij deze benen waarschijnlijk nooit had gemaakt voor een onbekend oorlogsslachtoffer.

De leegstand in de flat wordt door de kunstenaars op een interessante manier ingevuld, ongehinderd door een beperkend tentoonstellingsconcept. Geselecteerd op hun kwaliteiten krijgen ze alle vrijheid om te doen wat ze willen. Voor sommigen functioneert de ruimte als atelier, al dan niet als flatdelers, weer anderen zwerven met bestaand werk door de verschillende woningen.Ruud Akse tovert het appartement op nummer 302 om tot 'V710: the gallery - een neuroide ruimte'. Het verhaal gaat dat Ted Axon en Super Heat, twee do-it-yourself brainhackers, hebben ingebroken en een galerie zijn begonnen. In de paars geschilderde en met zebra-print beklede ruimte hebben ze handtekeningen verzameld van 'fans van de Nederlandse kunst'. Hiervoor hebben ze kunstenaars als John Kormeling en JCJ Vanderheyden per fax en email aangeschreven. De opbrengst van de verkooptentoonstelling 'The Groupshow' komt ten goede aan de huismeester en is voor een goed doel: anti-drugs verlichting voor de flat of bloembakken aan de reling.