Meer huiswerk, minder tv voor Amerikaanse kinderen

Niet de televisie, of de computer, maar de school en het huiswerk nemen steeds meer tijd in belag van Amerikaanse kinderen. Het leven van de kinderen wordt steeds meer gestructureerd, net zoals dat van hun ouders, zo blijkt uit een deze week gepubliceerd onderzoek.

Kinderen in de Verenigde Staten hebben steeds minder tijd om zomaar wat te spelen of niets te doen. Ze kijken minder vaak naar televisie dan begin jaren tachtig en ze spelen minder buiten. Ze besteden meer tijd aan school, georganiseerde sport, huiswerk en muziekles. Hun dagen zijn vaak net als die van hun ouders, van uur tot uur ingedeeld.

Dit blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Michigan, waarvan de resultaten deze week zijn gepubliceerd. Het onderzoek is gebaseerd op van minuut tot minuut bijgehouden logboeken van 3.600 gezinnen. “Het leven van kinderen wordt steeds meer gestructureerd', stelt de socioloog Sandra Hofferth die het onderzoek leidde.

Uit de gegevens komt een gedetailleerd beeld van het moderne gezinsleven naar voren. Dagelijks hebben kinderen een half uur minder tijd om te spelen dan in 1981, toen voor het laatst een dergelijk onderzoek werd gehouden. Huiswerk, waarmee Amerikaanse kinderen vanaf hun zesde jaar al dagelijks mee opgezadeld worden, legt een groter beslag op hun tijd: gemiddeld 21 minuten per dag voor jongens (was 14 minuten), 22 minuten voor meisjes (was 19 minuten).

De vrije tijd van kinderen - de uren die overblijven na aftrek van school, eten en slapen - is geslonken van 40 tot 25 procent van de dag. Dat komt vooral door de opvallende toename van de tijd die kinderen op school doorbrengen anderhalf uur per week meer. Dat is niet het gevolg van uitbreiding van het aantal lesuren, maar komt doordat steeds meer werkende ouders hun kinderen opgeven voor speciale opvang voor en na de gewone schooldag.

Op doordeweekse dagen kijken kinderen anderhalf uur televisie, een half uur minder dan in 1981. De computer is nog nauwelijks een concurrent: het gemiddelde zesjarige kind in de VS zit een half uur per week achter de computer, een twaalfjarige een uur en twaalf minuten.

Voetbal in clubverband, schaatsen, ballet, tapdansen en pianoles verdringen touwtje springen, tikkertje en verstoppertje steeds meer. Die ontwikkeling vindt vooral plaats in de buitenwijken waar de middenklasse woont, en nauwelijks in de binnensteden waar ouders vaak niet genoeg geld hebben voor extra cursussen en sportieve activiteiten.

Kinderen doen ruim twee keer zoveel in het huishouden, bijna zes uur, als begin jaren tachtig. De tijd voor conversatie in gezinsverband is geslonken van vijf kwartier naar ruim een half uur. Ouders die allebei werken, brengen bijna evenveel tijd met hun kinderen door (19 uur per week), als ouders waarvan er een werkt (22 uur).

De onderzoekers concluderen niet dat de drukke dagindeling van kinderen slecht voor hen is. Maar sommige opvoedkundigen betreuren de teloorgang van het ongeorganiseerde spelen, juist omdat kinderen volgens hen daar zoveel van leren.