'In de polder denken we dat alles te regelen is'; Scheidend CNV-voorzitter Anton Westerlaken over de overlegeconomie:

Na bijna twintig jaar in de vakbeweging stapt Anton Westerlaken op als voorzitter van de christelijke vakcentrale CNV. Hij gaat leiding geven aan een organisatie voor zorg aan verstandelijk gehandicapten. Sceptisch over de politiek is hij nog steeds. 'Banaal gelul' in het poldermodel.

Vraag Anton Westerlaken, de man die het afgelopen decennium deel uitmaakte van de sociaal-economische top van Nederland, naar een moment van arbeidsvreugde en hij vertelt over de tijd toen hij juist niet bij de vakbond was. Glunderend: “Politieagent in Rotterdam, amper negentien jaar. Kreeg je midden in de nacht een melding om eens te gaan kijken op de Maaskade. Daar hoorden omwonenden de hele tijd geluid van piepende autobanden. Tja, dat kwam ons niet onbekend voor. We hadden namelijk net met de stopwatch in de hand gekeken wie met de surveillancewagen het snelst een blokkie kon rijden. Ik geef toe: het hoorde niet tot de primaire taken van veiligheidsbewaking, maar zo'n onderlinge sfeer met maten: dat heb ik later nooit meer teruggevonden. Dat soort type aardigheidjes proef je niet in het circus van de overlegeconomie.'

Vraag Anton Westerlaken, die als CNV-voorzitter de val van het CDA en de komst van paars van nabij meemaakte, wat hem als vakbondsman het meest is bijgebleven - en hij noemt zonder aarzeling de vrijlating van zijn Indonesische gildebroeder Pakpahan.

Vraag Anton Westerlaken, die de komende weken door heel bestuurlijk Nederland zal worden uitgezwaaid wat hem bij zijn vertrek het meest emotioneert en hij vertelt over de conferentie die hij afgelopen week in Mexico-Stad bezocht van Latijns-Amerikaanse vakorganisaties. “Ik realiseerde me dat ik veel vrienden nooit meer zal zien. Die bestuurder uit Nicaragua, waar op geschoten is. De collega uit Honduras, waar zeventig procent van de economie is verwoest. Voor z'n oudedagsvoorziening had hij vier koeien gekocht, die nu ergens dood ronddrijven. Of het beeld van die bedelende vrouw in Dakar, onder de zweren, een kind op de arm.

Een paar uur later rijd je van Schiphol naar Brabant om een nieuw arbeidsbureau te openen. Je kijkt in de ogen van die keurige mensen in de zaal, in hun werkelijkheid. Dat relativeringsproces doet me iedere keer nog heel veel.'

Curieus eigenlijk: Anton Westerlaken vertelt niet over een succesvol najaarsoverleg. Over een leuk, geheim gebleven een-tweetje met Ruud Lubbers of Wim Kok. Of over een spannende discussie tussen werkgevers en werknemers over promillages loonontwikkeling. Niet dat verhalen uit de wereld van de overlegeconomie hem vreemd zijn. Ook hij hanteert met gemak de vocabulaire van het poldermodel. 'Een insteek maken', 'lijntjes uitzetten', hij kent alle trucs. Hij is inmiddels de langst zittende voorzitter van alle sociale partners, maakt onmiskenbaar deel uit van het circuit. Maar soms lijkt het of hij er helemaal niet bij wil horen. Er zijn belangrijker zaken in het leven.

Alsof hij een bekentenis doet: “Ik heb wel eens drieeneenhalf uur onderhandeld over het woordje 'vooralsnog' in een tekst. Werd drie keer op geschorst. En in het vuur van de strijd wind ik me dan ook nog geweldig op. Deze week zat ik weer met verbazing naar mezelf te kijken. Ik kom terug uit Mexico, de verhalen over Midden-Amerika vers in het geheugen. Zit ik een paar uur later in de zogenaamde 'regiegroep' met de ministers De Vries, Zalm en Peper over de uitvoering van de sociale zekerheid te praten.'

En ze vroegen natuurlijk niet: Anton, vertel eens over Mexico?

“Nee. We hebben meteen een kwartier een proceduredebatje gevoerd over hoe deze vergadering verder zou gaan. Nederlands geneuzel, al was dit onderwerp natuurlijk niet onbelangrijk.'

Zo te horen heeft u eigenlijk afschuwelijke jaren gehad.

“Het zou flauw zijn om met dedain terug te kijken. Ik heb mijn werk altijd welbewust en gemotiveerd gedaan. Maar het is wel: luikje open, luikje dicht. Je moet leren schakelen, anders kan je je verantwoordelijkheden hier in Nederland niet meer aan.'

Maar toch: bijna twintig jaar meegeneuzeld...

“Weet je wat het is? Als je wakker wordt in Azie onder een werkende vulkaan, of in de gruwelijke uitgestrektheid van Indonesie, dan heeft het begin van jouw dag toch een zekere zelfbeperking in zich. Als wij hier in de polder staan, kijken we zo ver als onze ogen goed zijn. Dat leidt tot gedrag waarbij je denkt dat alles te regelen is. Ook vakbondsbestuurders maken zich daar schuldig aan inclusief Anton Westerlaken. Het is een beetje de cultuursetting van dit land.

“Toch heeft dat geneuzel ook goede dingen opgeleverd. Zeker tussen werkgevers en werknemersorganisaties hebben we met het overlegmodel veel bereikt, met langdurige loonmatiging als onbetwiste nummer een. Daarbij was de rol van het CNV in de Nederlandse krachtsverhoudingen cruciaal. Als de grote blokken FNV en VNO waren vastgelopen, werd er vaak een beroep op ons gedaan om een creatieve ingang te zoeken. Dat is onze kracht. Terwijl we tegelijkertijd luis in de pels kunnen zijn. Ik kon als CNV-voorzitter een oproep doen om pas op de plaats te maken met de inkomensontwikkeling. Ik kon het laatste zetje geven bij het akkoord om minderheden makkelijker aan het werk te krijgen. Het CNV heeft een eigen positie en functie en dat past bij mijn karakter.'

Schamper praat hij over politici die maatschappelijke organisaties als het CNV niet willen zien als betrouwbare partijen, maar als “domme belangenbehartigers'.

En dat terwijl werkgevers en werknemers in de Sociaal Economische Raad (SER) de politiek meermalen hebben gered: “Dan durfden ze geen keuzes te maken en konden werkgevers en werknemers het vuile werk opknappen. Moesten wij een handzaam compromis fabriceren.' Met nauwelijks ingehouden woede herinnert hij zich nog de paarse plannen uit 1994 om de SER een kopje kleiner te maken omdat sociale partners te veel invloed zouden hebben. “Vervolgens herwonnen wij ons en werd het poldermodel de hemel in geprezen. Sterker nog: paars ging ineens Kroonleden benoemen die hun sporen alleen maar in de politiek hadden verdiend. Terwijl de kracht van Kroonleden moet zijn dat ze tussen werkgevers en werknemers in staan. Wel met verbinding naar politieke idealen, maar geen politici pur sang. Met alle respect voor Louise Groenman (D66), maar dat is toch niet iemand die vanuit een gedegen kennis van de Nederlandse arbeidsverhoudingen lid werd van de SER. En met waardering voor de politieke behendigheid van Robin Linschoten (VVD): op andere vaardigheden in de samenleving had ik hem nooit betrapt.

“Met dit soort benoemingen wordt de positie van de Kroonleden uitgehold. En je ziet het gevolg: toen wij als sociale partners een efficient systeem voor de uitvoering van de sociale zekerheid hadden bedacht, kwam er vanuit de Kroonleden een amendement dat meer prijsprikkels beoogde. Dat had niets met de inhoudelijke discussie te maken, maar was puur het oplakken van politieke standpunten van Kroonleden. De SER loopt daarmee een enorm risico. Ik zit te wachten op het moment dat er vanaf het Binnenhof ineens gezegd wordt: he, dat advies is te politiek van opvatting. Daarmee staat het bestaansrecht van de SER op de tocht.

We zitten met die politieke benoemingen echt principieel op de verkeerde weg.'

Wantrouwen naar het Haagse is hem niet vreemd. Weer keert hij terug naar zijn politietijd: “Een procent van wat je hoorde over de politiek was positief. En ik weet dat dat nauwelijks veranderd is. Iedere keer worden ze overvallen met weer nieuwe prioriteiten zonder serieus aandacht te schenken aan de kern van de problemen. En dat geldt niet alleen voor de politiesector.

“Politici zijn mensen die in hun eigen werkelijkheid keihard werken, maar ik heb mijn scepsis altijd gehouden. Ze maken de fout te denken dat alles door de politiek op te lossen is, dat de samenleving te sturen is als je jouw ideologie maar operationaliseert. Neem nou de Schiphol-discussie. De werkelijkheid is een andere dan het Binnenhof wil. Maar ze ontkennen het gewoon of denken dat ze het nog kunnen aanpassen zoals zij dat willen.'

Misschien onvermijdelijk in een land waar het bestuur drijft op compromis?

“Waarom? Compromis betekent toch niet dat je het debat doodslaat? Maar dan heb je wel politici nodig die idealen durven uit te dragen, die mensen mobiliseren op hun overtuiging. Als ik de verkiezingsprogramma's van de politieke partijen naast elkaar leg, heb jij dan het idee dat je daar fundamentele keuzes voor de samenleving ziet? Het zijn hapklare brokken die allemaal op elkaar lijken. Terwijl de ruiten in de sponningen zouden moeten rammelen. Kijk naar het asielzoekersprobleem, een van de meest wezenlijke vragen van dit moment. Gaat men nou echt regelmatig de wijken in waar dat asielzoekerscentrum moet komen? Nee, het gaat om de constatering dat D66 nu ruimte heeft gegeven aan staatssecretaris Cohen om een notitie te ontwikkelen waarna kan worden uitgelegd dat D66 een draai gemaakt heeft.

Dan denk ik: wat een banaal gelul.'

Binnen zijn eigen organisatie legde Westerlaken tijdens zijn voorzitterschap juist het accent op intensief contact met de achterban. Er verschenen regionale CNV-afdelingen die bijvoorbeeld kritisch het plaatselijke armoedebeleid volgen. Er kwam extra accent op jongeren. En, veel eerder dan de FNV fuseerden een aantal CNV-bonden. Maar Westerlakens grootste succes is misschien wel dat hij er in geslaagd is het CNV zijn invloed binnen het sociaal-economische krachtenveld te laten behouden. En dat terwijl het CDA, de partij waarmee het CNV altijd een 'open lijn' had onderhouden uit het centrum van de macht verdween.

Zelf noemt hij de neergang van de christen-democraten het beste voorbeeld van de gecorrumpeerde macht. “Wij doen precies wat het CDA heeft verzaakt: dynamiek met de achterban houden. Zij gingen niet meer het veld in om van de achterban te horen of hun besluiten wel deugden - wij moesten wel. Het voordeel van een vakbond is dat je niet eens in de vier jaar, maar drie keer in de week verantwoording aflegt. In al die zaaltjes, tijdens al die overleggen over de CAO-onderhandelingen. Maar het CDA raakte de binding met de samenleving kwijt. Dat was voor ons reden om in een heel vroegtijdig stadium nauwe contacten te leggen met andere partijen. Later, bij de vorming van paars kwam dat natuurlijk goed van pas. Mede daardoor heeft het CNV zijn positie weten te behouden en groeit ons ledental.'

Het meest prominent kwam Anton Westerlaken in het nieuws toen hij de oproep deed om vijf jaar lang genoegen te nemen met koopkrachtbehoud. Met die stap zou de kwaliteit van de samenleving moeten worden verbeterd: meer aandacht voor milieu arbeidsomstandigheden, werkgelegenheidsbeleid.

Glimlachend kijkt hij terug: “De politiek omarmde natuurlijk het plan voor loonmatiging, maar het verbeteren van de kwaliteit van de samenleving hebben wij allemaal te weinig opgepakt.' Plotseling fel: “Dat Haagse kortetermijndenken is echt verontrustend. Maar wat wil je? Als het jouw cultuur is dat het heel wezenlijk is in de media te komen, dan ga je vooral geen ingewikkelde vragen opwerpen, want Den Haag Vandaag heeft geen interesse in abstracte teksten. Hun kijkers gaan anders zap, zap, zap de 26 andere keuzemogelijkheden af. Het ergste is dat dit patroon in alle facetten van de samenleving zit. Ook bij de consument die wel een petitie ondertekent tegen de 24 uurseconomie, maar tegelijkertijd eist dat de winkels langer open blijven. Bij de tv-kijker die zegt waarde te hechten aan de publieke omroep en levensbeschouwing, maar die wel naar Veronica en SBS 6 zit te kijken.'

Is het geen teken des tijds? Uiteindelijk krijg het volk toch de samenleving die het verdient?

“Prima. Maar leg dan die vraag als leidinggevenden openlijk voor. Neem als politiek je verantwoordelijkheid.' Hij heft de platte hand omhoog: “Is dit wat wij willen? Dat we ons zorgen moeten maken of onze ouders nog voldoende kwaliteit van zorg hebben? Dat onze kinderen op de basisschool een ontbijt krijgen omdat er thuis niet meer voor gezorgd kan worden? Moeten politieagenten in de binnenstad mensen een alcoholtest laten doen voordat ze een wijk inkunnen? Is dat het type samenleving wat wij voor ogen hebben?

“Zo nee, dan heeft dat consequenties: in gedrag en prijsstellingen. Als je de fundamentele vragen van deze tijd wilt oplossen, moet je de problemen durven benoemen en in discussie gaan met je achterban.

Als ik in de vakbeweging alleen maar had gedaan wat mijn leden wilden, dan was het een mooie boel geworden. Ook ik heb met weerbarstige bonden moeten onderhandelen, heb looneisen moeten terugschroeven, heb gevochten voor meer aandacht voor het milieu, heb de solidariteit naar het buitenland toe moeten verdedigen. Maar we proberen binnen het CNV wel die discussie te voeren, en daar verzaakt de politiek. Als zij die wezenlijke vragen niet oproepen, wie dan wel?'

Er is nog maar een oplossing: Westerlaken moet de politiek in.

“Dat is serieus aan de orde geweest. Het CDA is bij me geweest, ik kon een hoge plek op de lijst krijgen als een van de nieuwe gezichten. Maar je moet de mentaliteit en het karakter hebben om daar te kunnen functioneren en dat heb ik gewoon niet. Ik ben er niet geschikt voor.'

Maar iemand als Jacques de Milliano heeft het tenminste geprobeerd.

Spottend: “Nou, geweldig, hoor. Wat een gevecht. Eerlijk gezegd heb ik daar niet zoveel waardering voor. Hij heeft willens en wetens het risico genomen. Heeft zich, net als ik, georienteerd op de inhoud van die baan. Ik deed het niet, hij wel. Maar dan moet je je ook doodvechten in die politiek. En niet, als je er na zes maanden achter komt hoe het politieke bedrijf werkt, eisen gaan stellen aan je fractiegenoten. Dat zij moeten veranderen, omdat jij anders wegloopt. Ga toch buiten spelen!'

Wel tevreden trouwens, met het huidige CDA?

“Ze hadden met het rapport 'Nieuwe wegen, vaste waarden' en ook met het verkiezingsprogramma geen slecht verhaal. Maar het lukt ze niet om draagvlak te krijgen. Hoe kan je nou opschrijven dat je voor meer duurzaamheid bent en vervolgens als eerste zeggen dat er meer asfalt moet komen en dat de geluidsoverlast op Schiphol kan worden gedoogd? Dat is toch niet uit te leggen? Ze hebben een groot koersprobleem, omdat ze niet praktisch vertalen wat er op papier staat.

Ik heb er geen verklaring voor en dat is nou precies de reden dat ik niet die politiek in wilde.'

Of de strijd niet aandurfde?

“Op de CNV Kaderschool leerde Bob Goudszwaard mij al de theorie van de tunneleconomie. We zitten in een tunnel en rennen rond omdat we aan het einde licht menen te zien. Maar ondertussen hebben we niet door dat het eigenlijk een ronde tunnel is. Dat er pas een uitweg is als er iemand met dynamiet komt die de boel opblaast, zodat we eruit kunnen breken. Dat wil ik best doen, maar dan moet er wel redelijke zekerheid zijn dat het ook lukt. Die zekerheid had ik in de vakbeweging, omdat je daar dicht bij je authentieke uitgangspunten kan blijven. Ik hoefde niet alleen maar in dat SER-gebouw te zitten, ik kon naar Indonesie of naar de werkvloer. En ook in mijn nieuwe baan weet ik precies waar ik aan toe ben: ik ga het gevecht aan voor die mensen in de geestelijke gezondheidszorg. Ik kan mijn adressenboekje en mijn contacten gebruiken maar hoef niet te verzuipen in waterige compromissen.'

Eigenlijk heeft u een beetje genoeg van het wereldje waar u zo lang in meedraaide?

“Je moet wel nog iets kunnen toevoegen. De zaken in beweging kunnen krijgen. Moet ik opnieuw de discussie aangaan over de fouten die de politiek dreigt te gaan maken als het gaat om de structuur van de arbeidsvoorziening? Ik heb het al drie keer meegemaakt en uitgelegd. Eerlijk gezegd ben ik bang dat ik die energie niet meer kan opbrengen. En ik wil wel scherp blijven, maar niet cynisch worden.'