Folkloreverdubbeling

ER WORDT NOG weinig over geschreven, maar wie goed oplet merkt dat Europa opnieuw een folkloreverdubbeling te wachten staat. De tweede binnen een eeuw. Ongeveer honderd jaar geleden arriveerde hier de kerstman. De als Sinterklaas geemigreerde Europeaan keerde na een lang en kennelijk bewogen, maar vooral ook geisoleerd verblijf in de Verenigde Staten zo onherkenbaar veranderd terug naar het oude avondland dat hij een nieuwe niche kon bezetten.

Voortaan bracht hij pret en joligheid in het kerstfeest dat, ondanks de introductie van de kerstboom rond 1830 tot dan een tamelijk ingetogen karakter had gehad. Tegenwoordig verschijnt hij jaar in jaar uit nog geen drie weken na zijn besmuikte vertrek naar Spanje opnieuw, uit geheel andere hoek. Andere hoed, steviger schoenen een handiger jasje.

Nog voor de eeuw om is zal zich dit verschijnsel, dat biologen soortvorming onder invloed van geografische isolatie noemen, opnieuw voordoen. Uit diverse bronnen wordt gemeld dat onbekenden bezig zijn hier na het misselijkmakende Valentine, ook de Amerikaanse Halloween-viering in te voeren. Dat het zal lukken staat wel bijna vast, want er is maar weinig Amerikaans vermaak dat hier niet vroeg of laat wordt overgenomen. Een extra gevaarlijk aspect is dat Halloween tien dagen eerder wordt gevierd dan het Europese feest waar het onmiskenbaar van is afgeleid: Sint Maarten. Feestvervroeging is immers een andere trend. Dit jaar gingen de pepernoten en chocoladeletters al op 15 september de winkels in.

Zo neemt de hoeveelheid consumptieve folklore almaar toe, want dat de kinderen zich het bestaande Sint Maarten, dat zojuist, net als Palmpasen, door lieve mevrouwen en berekenende winkeliers nieuw leven is ingeblazen, zullen laten ontnemen is niet aannemelijk. Elke week feest daar gaat het heen.

In dit geweld blijkt een klein figuurtje stilletjes het onderspit te delven. Anderhalf jaar geleden werd er in diverse media terloops melding van gemaakt: Klaas Vaak heeft voor kinderen afgedaan. Een huisarts in 's-Hertogenbosch had vastgesteld dat de leerlingen van een basisschool in Rosmalen niet meer in het zandmannetje geloofden. Hij had ze gevraagd op tekeningen te laten zien waaraan ze dachten als ze aan 'slapen' dachten en er was geen kind geweest dat Klaas Vaak had getekend. Wel bedden, slaapkamers en een enkel schaap maar geen mannetje. De vraag is of hij zich niet tot te oude kinderen heeft gewend en of kinderen een eeuw geleden wel een zandmannetje hadden getekend, maar wie zo links en rechts eens informeert moet toch de conclusie bevestigen: het gaat niet goed met Klaas Vaak.

Het leek daarom verstandig eens bij de deskundigen te informeren wat voor man die Vaak eigenlijk was, of hij wel een en dezelfde figuur is als dat zandmannetje, of hij nog meer bezigheden had dan het strooien van zand wat-ie vroeger deed, enzovoort. Maar het bevoegde gezag in dezen het Amsterdamse Meertens Instituut, voorheen het P.J. Meertens Instituut bleek niet aanspreekbaar. Anders dan in ingeslapen instellingen als het KNMI, TNO, RIVM en Rijkswaterstaat is het onderzoek in het Meertens Instituut, voorheen het P.J. Meertens Instituut, een zenuwenjob waar de researchers geen moment bij kunnen worden gestoord. Bovendien: 'Het onderzoek hier wordt niet gestuurd door vragen uit de maatschappij'. Ook was men niet geprepareerd op vragen waarop nog dezelfde dag antwoord moest komen. Het Meertens Instituut, voorheen het P.J. Meertens Instituut, gaf het dringend advies 'voor de wat diffuse zaken, zoals de paashaas en dergelijke' maar anderen te raadplegen.

Dus Internet op, want dan kun je blijven zitten. Het blijkt dat het wat J.P. Heije-achtige liedje over bloempjes die gingen slapen omdat ze geurensmoe waren, 'Het Zandmannetje' heet. Annie Schmidt voerde de figuur op in Ubbeltje van de bakker. En Andersen schreef een sprookje dat in Nederlandse vertaling Klaas Vaak heet. Andersens Vaak sluipt op kousenvoeten, spuit zoete melk in de ogen van de kinderen, blaast ze zachtjes in hun nek, meent het reuze goed en vertelt verhalen op de rand van hun bed.

Maar zoals bekend: Andersen verzamelde geen sprookjes, hij verzon ze. Te vrezen valt dat hij er ook deze keer van alles bijbedacht - een onbruikbare bron. De taalkundigen Jacob en Wilhelm Grimm hebben, voor zover viel na te gaan geen Klaas Vaak of zandmannetje in hun sprookjes opgenomen.

Toch hebben zij zich niet helemaal onbetuigd gelaten, want in hun Deutsches Worterbuch kreeg der Sandmann wel degelijk een korte beschrijving. Zoals ook in de Grosse Brockhaus die in de zandman het oerbeeld van de Griekse god Hypnos ziet en eraan toevoegt dat de figuur in Beieren wel Pechmandl werd genoemd.

Veel meer dan dat het zandmannetje zand strooit waardoor de kinderen in hun ogen gaan wrijven, komt men uit Duitse hoek niet aan de weet. Ook de andere woordenboeken laten het afweten. In Italie heet het zandmannetje 'mago sabbiolino', in Frankrijk 'marchand de sable' in Zweden Jon Blund. Maar geen woord over zijn uiterlijk of dagelijkse bezigheden.

Het is, ere wie ere toekomt, het Woordenboek der Nederlandsche Taal dat nog het meest inhoudelijk is. Per slot heeft het Nederlands ook twee aanduidingen voor dezelfde figuur. Het WNT trekt veel ruimte uit voor 'vaak' (dat 'slaap' betekent) en legt uit Klaas Vaak ook wel Koning Vaak of Klaas Vakeling werd genoemd en brengt dan het oudste citaat: Klaas Vaak komt in de schoorsteen gereden. Juist in dit jaargetij roept het een eigenaardige associatie op.

En dan valt het oog opeens op nog een synoniem voor der Sandmann dat de gebroeders Grimm in hun woordenboek hadden opgenoemn. Dat 'Pechmandl' uit de Brockhaus blijkt te staan voor 'Pechmannlein', pekmannetje. Natuurlijk! Klaas Vaak is pikzwart. Klaas Vaak is niet dood. Hij komt vandaag naast Sinterklaas de loopplank af.

    • Karel Knip