Excellent pezen

De excellente prostituee en de excellente docent hebben met elkaar gemeen dat ze voor hun clientele een buitengewoon warme belangstelling kunnen opbrengen. Elk mensenkind dat om hun aandacht vraagt, krijgt die ook, en meestal in overstelpende mate.

In het geval van de prostituee gaat het om twintig, vijfentwintig soms dertig klanten per dag die allemaal recht hebben op dezelfde behandeling en hetzelfde respect. En van een goede publieke vrouw kunnen ze die in tien minuten krijgen.

Op de een of andere manier slaagt deze vakvrouw erin al die vluchtige contacten op de afwerkplek een persoonlijke meerwaarde te geven die door de bezoeker hogelijk gewaardeerd wordt. Een groot empathisch vermogen, gecombineerd met een professionele en resultaatgerichte werkhouding, vormt daarvoor de basis.

De excellente leraar levert een nog grotere prestatie. Dertig clienten zijn voor hem peanuts. Minstens honderd tot honderdvijftig paar ogen kijken hem iedere werkdag aan. Evenzovele namen galmen door het klaslokaal en evenzovele jonge levens worden hem die dag toevertrouwd. En de klantenkring bestaat niet uit strak gemotiveerde oudere heren, maar uit een bonte verzameling pubers met concentratieproblemen. Na tien minuten ben je met deze doelgroep nog niet eens begonnen. Lesuur na lesuur wordt daarom het uiterste gevergd van de communicatieve vermogens van de excellente docent.

Het spreekt vanzelf dat niet iedereen in de wieg gelegd is voor deze beroepen. Naast een groot talent voor empathie is er nog iets anders nodig. De excellente beroepsbeoefenaar moet ook flink mensenziek zijn. Dus afgezien van het vermogen zich soepel en snel te kunnen inleven in de noden van zijn klant, moet hij of zij dat ook buitensporig graag willen. Een excessieve psychische dwang tot het leggen van contacten is de noodzakelijke voorwaarde om het werk in de prostitutie of voor de klas leuk te blijven vinden.

Wie niet mensenziek is loopt het risico op zijn minst een beetje moe te worden van de talloze gezichten die iedere dag opdoemen.

Zeker op het terrein waar ikzelf de meeste ervaring mee heb, het onderwijs, vormt dit een groot probleem voor de leerkrachten bij wie de innerlijke noodzaak tot interactie minder sterk ontwikkeld is. Het niet-excellente deel van het docentencorps dus. Hoewel het nooit officieel is onderzocht, vermoed ik dat dit de overgrote meerderheid is.

Deze docenten doen vreselijk hun best iedere individuele leerling de persoonlijke aandacht te geven die het schoolmanagement in de folder beloofd heeft. Al hun empathische vermogens gooien ze in de strijd. Maar bij nummer tien, zeker bij nummer elf, en soms, na een laatste inspanning, bij nummer twaalf, dooft het vlammetje en is het voor hen onmogelijk de overige honderdachtendertig klanten die dag nog te helpen.

Oh, ze doen wel alsof, ze blijven gewoon doorpraten en de lesstof wordt netjes op het schoolbord uitgeschreven, maar met echte menselijke belangstelling heeft dat niets meer te maken. Daar kunnen deze docenten niets aan doen, na twaalf educatieve contacten is hun sociale bevattingsvermogen gewoon op. Hun prestatiecurve zakt dan dramatisch, terwijl die bij hun excellente collega's gewoon door blijft stijgen.

Het vervelende is dat in de moderne onderwijspolitiek de prestaties van de excellente docent de norm zijn waarmee het werk van de minder getalenteerde collega beoordeeld wordt. Minister Hermans heeft onlangs 209 miljoen uitgetrokken voor 'competentiebeloning'. Met dat geld wil hij de excellente leerkrachten beter gaan belonen, in de verwachting dat de overigen nog meer hun best gaan doen. Dat ook zij na de twaalfde leerling met groeiend enthousiasme uitkijken naar al de nummers die daar nog op volgen.

Dat de minister dit verwacht is wel begrijpelijk.

Mensenziekte is een kwaal die onder politici vrij algemeen is. Dat er nog andere mensen zijn voor wie het leggen van sociale contacten aan gezonde limieten gebonden is, kan hij zich eenvoudig niet voorstellen. Maar in de gewone samenleving komen ze wel voor, dus ook in het onderwijs, en hoeveel geld je ook biedt, tot het onmogelijke zijn ze niet in staat.

Dit toch van hen verlangen is uitermate dom en gevaarlijk. Want wie voortdurend gedwongen wordt meer belangstelling op te brengen voor de medemens dan waar hij psychisch toe in staat is, krijgt vroeg of laat last van cynisme, zwartgalligheid en chronische misantropie. Deze gevreesde, negatieve variant van de mensenziekte heeft al flink huisgehouden onder de niet-excellente rangen van het onderwijspersoneel. Nog hogere eisen stellen maakt de zaak er niet beter op.

Het lijkt me dan ook verstandiger de lat lager te leggen. Houd rekening met wat menselijkerwijs op te brengen is in de sfeer van de persoonlijke begeleiding. Twaalf leerlingen per dag is dan het maximum. Met deze groepsgrootte wordt het lesgeven, van basisschool tot universiteit, weer een aantrekkelijk beroep voor normale mensen.

Het kost wat centen, maar uiteindelijk is de samenleving er meer bij gebaat dan met de huidige praktijk waarin de arme docent zo onbarmhartig door moet pezen.