Erica Terpstra treedt toe tot bestuur EOC; Opvolgster van Huibregtsen

Oud-staatssecretaris Erica Terpstra is in Sint-Petersburg gekozen in het bestuur van het EOC, de gezamenlijke Europese Olympische Comites. Terpstra neemt in het EOC de plaats in van Wouter Huibregtsen, die zijn Europese functie moest opgeven nadat hij was afgetreden als voorzitter van NOC*NSF. Terpstra, die in het nieuwe bestuur van de Nederlandse sportkoepel de internationale zaken behartigt, heeft voorlopig drie jaar zitting in het EOC.

Terpstra hield gistermiddag tijdens de verkiezing vier mannelijke kandidaten achter zich. Drie van hen kwamen uit Oost-Europa, de vierde kandidaat was een Portugees. Terpstra reageerde gisteren verheugd op haar uitverkiezing. Ze loofde het lobbywerk van Wim de Heer, de voormalige directeur van NOC*NSF. “Zijn voorbereidende werk heeft de doorslag gegeven', zei Terpstra.

De Heer had de Europese bestuurders geattendeerd op de belangrijke functie die sport uitoefent in Nederland. Mede door de invloed van de Nederlandse regering kreeg sport vorig jaar een aparte vermelding in het Verdrag van Amsterdam. Bovendien organiseerde Nederland in 1997 in de hoofdstad een succesvolle Europese sportconferentie. Terpstra kreeg tijdens de verkiezing achttien stemmen vier meer dan de Portugees Moura. De Tsjech Jiracek en de Wit-Rus Ivanov bleven beiden op acht stemmen steken.

Twee andere Nederlandse bestuurders boekten ook een succesje tijdens de bijeenkomst in Sint-Petersburg. Ger Wegener, hoofd internationale zaken van NOC*NSF, werd gekozen in een werkgroep voor samenwerking met de Europese Unie. Marcel Sturkenboom, hoofd topsport van NOC*NSF, behield zijn lidmaatschap in de commissie ter voorbereiding op en deelname aan grote sportevenementen waaronder de Olympische Spelen.

De Nederlandse afvaardiging kreeg in Sint-Petersburg een eervolle opdracht. Nederland mag de vergadering van Algemeen Secretarissen en Chefs de Mission van alle Europese Olympische Comites organiseren. Deze bijeenkomst wordt in juni 1999 georganiseerd in de Koepelkerk van het Renaissance Hotel in Amsterdam.