Een nijver verbond met het water, door rampen gedreven

Als er iets een constante is in de Nederlandse geschiedenis, dan is het wel de complexe relatie met het water. Het water bracht handel, welvaart en macht. Het water bracht ook rampen, dood en verderf. De auteurs spreken in het eerste deel van Techniek in Nederland in de twintigste eeuw van 'het nijvere verbond' tussen Nederlanders en het water.

Dat nijvere verbond is in de loop der jaren wel van karakter veranderd. De strijd tegen het water veranderde gaandeweg in beheersing van het water en onlangs in beheer daarvan. De gebruikte terminologie illustreert de verschoven machtsbalans, een verschuiving die alles te maken heeft met techniek.

Een grafiek van onthutsende eenvoud laat zien hoe de veengebieden in West-Nederland sinds de vroege Middeleeuwen daalden door afwatering en inklinking, terwijl tegelijk de zeespiegel steeg. In 1100 lag Holland nog twee meter boven het gemiddeld zeeniveau, nu bijna drie meter eronder. Sinds ongeveer 1600 is permanente bemaling nodig om de voeten droog te houden.

Gezien die geschiedenis en gezien de wereldfaam van de Deltawerken zou men wellicht geneigd zijn te denken dat Nederland steeds vooropliep in toepassing van nieuwe technieken in de waterstaat. Dat nu blijkt bepaald niet het geval. Interessant zijn bijvoorbeeld de discussies over de te gebruiken technieken bij de aanleg van de Afsluitdijk. In het begin van de eeuw deden tal van voorstellen de ronde om constructies van gewapend beton toe te passen, een bouwmethode die ook internationaal sterk in de belangstelling stond. Rijkswaterstaat voelde daar echter weinig voor. Mede dankzij de vondst van grote hoeveelheden keileem - een zeer fijne kleisoort waarmee waterdichte afsluitingen zijn te maken - in Friesland wonnen de aanhangers van de traditionele methode van het storten van grond het pleit.

Pas in 1945 werden caissons van gewapend beton toegepast maar daar was wel een ramp voor nodig: de door de Geallieerden gebombardeerde dijken van Walcheren moesten snel worden gedicht. Bovendien waren betonnen caissons beschikbaar, omdat die over waren van de landing in Normandie.

Alles wat voorhanden was, werd gebruikt. Het boek haalt een havenmeester aan die zou hebben gezegd dat als de Geallieerden bij D-Day witte olifanten hadden gebruikt in plaats van betonnen caissons deze waarschijnlijk ook waren toegepast bij de redding van Walcheren.

De introductie van gewapend beton, ook voor de constructie van sluizen, bruggen en andere kunstwerken, veranderde de machtsverhoudingen in de waterstaatwereld: Rijkswaterstaat werd al in de ontwerpfase in sterke mate afhankelijk van gespecialiseerde aannemers. Later verwierven aannemers die waren gespecialiseerd in staalconstructies zich een soortgelijke positie bij de bouw van grote stuwen en sluisdeuren.

Uiteindelijk signaleert het boek drie verschuivingen in het zogeheten technisch regime in de waterstaat. Met de term technisch regime wordt een vaak impliciet stelsel van afspraken en spelregels bedoeld waardoor innovatie in sterke mate wordt gestuurd. De eerste verschuiving kwam aan het begin van de eeuw met de introductie van staal, gewapend beton en elektrische aandrijving. De tweede, in de jaren dertig, behelsde vooral de introductie van nieuwe ontwerptechnieken met behulp van schaalmodellen. Pas daarmee kwam de high-tech glorie van de Nederlandse waterstaat op gang. En de derde, zeer recente verschuiving was het concept van 'integraal waterbeheer' waarmee naast veiligheid en scheepvaartbelang ook het milieu een vaste plaats verwierf in de afwegingen.

De discussies over de Afsluitdijk en Deltawerken vertonen opmerkelijke overeenkomsten met hedendaagse discussies over grote projecten als de Betuwelijn, de hogesnelheidslijn en Schiphol. Wat in het begin van de eeuw bouwen in gewapend beton was, was vijf jaar geleden tunnels boren in slappe grond.

Net als nu debatteerden in het begin van de eeuw Kamerleden over technische details en bemoeide Jan en alleman zich met de toe te passen constructies. Zo bezien past Willem Bos in een lange Nederlandse traditie. En PvdA-fractieleider Melkert moge dan 'horendol' worden van alle studies over Schiphol, vlak voor de rampzalige stormvloed in 1953 lagen er al vierhonderd rapporten over de afsluitingen in de delta. Zoals zo vaak verschafte een ramp de legitimatie om snel tot handelen over te gaan.