Een blauwdruk voor Europa; De Vrede van Munster als eerste volwassen Europees overleg

De Vrede van Munster legde voor het eerst een gezamenlijke Europese orde vast. Al braken er kort daarna gewoon weer oorlogen uit - tot aan deze eeuw toe. De mortieren, haakbussen, hellebaarden en krijgsbuit uit de Tachtigjarige Oorlog die aan de Vrede voorafging, zijn nu te zien in Munster.

Het is een klein, maar huiveringwekkend beeld, waarmee de tentoonstelling over de Vrede van Munster begint. Een pamflet uit 1616 met de titel Zwo warhafftige und erchrockliche newe Zeitungen voorspelt dat het met de wereld slecht zal aflopen en in het bijzonder met Europa. Afgebeeld is een aantal voortekenen die aan de tijdgenoot geen twijfel overlieten. In Duitsland was de zon waargenomen, omringd door strepen bloed en vuur en daaromheen drie roedes, een kruis, een dodenbaar en twee op elkaar afstormende legers. In Bohemen had men Christus als kind gezien samen met een cherubijn, een kruis en een skelet dat een pijl richtte op een jonge vrouw. Die vrouw was drie dagen later overleden. In Parijs ten slotte zag men een kar die getrokken werd door vier paarden, alles gehuld in vlammen en gemend door twee engelen.

Apocalyptische tijden stonden voor de deur, dat was de boodschap. Twee jaar later begon een van de meest gruwelijke oorlogen die op het continent hebben gewoed, of liever gezegd een reeks oorlogen die later de naam kreeg van Dertigjarige Oorlog. In 1648 werd deze periode afgesloten met een aantal onderlinge vredes die samen te boek staan als de Vrede van Westfalen.

Een van deze vredes was die tussen koning Filips IV en de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden: de Vrede van Munster, die een eind maakte aan de Tachtigjarige Oorlog. Deze vrede moest, zoals het in het vredestractaat stond, de 'alghemeyne ellenden' van de oorlog omzetten in een 'aenghename goede, en oprechte Vrede en soete vruchten van volkomene en vaste ruste tot vertroostinghe vande voorzeiden Volckeren ende Landen'.

De oorlog van de Nederlanden tegen de koning van Spanje had al duidelijk gemaakt dat het om de hegemonie der Habsburgers ging.

Spanje, in de zestiende eeuw verreweg de machtigste mogendheid ter wereld, kon zijn invloed niet overal meer doen gelden. Ook de machtige positie van de Duitse keizer werd met geweld bestreden. In Bohemen werd nota bene een protestant tot koning gekozen en dat was voor de katholieke mogendheden onverteerbaar. Deze kortstondige 'Winterkoning' werd met zijn protestantse bondgenoten verpletterend verslagen door katholieke troepen.

Verstrengeld met die machtsstrijd liep dus de confessionele strijd tussen het katholieke en het protestantse (dat wil zeggen calvinistische en lutheraanse) Europa. Toen achtereenvolgens ook nog Denemarken, Polen Rusland en Zweden zich in de oorlog stortten, elk uit op territoriale machtsuitbreiding en het beheer over de Oostzee, brak de hel werkelijk los. Niemand had voorzien dat de Zweden onder Gustaaf Adolf half Duitsland zouden veroveren en tot in Praag en Beieren, het hart van de katholieke Liga, voort konden marcheren. Ook Frankrijk wierp zich uiteindelijk in de strijd, bedreigd als het zich voelde door de Habsburgse rijken, die het land omringden. De oorlog zelf, veldslagen en belegeringen, had vrijwel helemaal plaats op Duits grondgebied.

Na dertig jaar kwam daar een einde aan. Al enkele jaren waren deputaties van de belligerenten - Frankrijk, Spanje, Zweden, de Nederlanden, een aantal Duitse staten en bovendien een afgezant van de paus - bijeengekomen in Munster en in Osnabruck. Eindelijk werd in 1648 een reeks onderlinge vredes getekend die tezamen een blauwdruk voor Europa vormden, een Europa dat definitief afweek van de laat-middeleeuwse situatie. Spanje gaf zijn aanspraken op de Noordelijke Nederlanden op en deze landen werden nu ook internationaal formeel als staat erkend, evenals Zwitserland.

Hier werden ook de fundamenten gelegd voor geseculariseerde staten met een zekere mate van religieuze tolerantie. Uit de as van de Dertigjarige Oorlog rezen drie machtige staten die voorlopig het machtsevenwicht zouden bepalen: Frankrijk, Zweden en de Nederlanden.

Europese orde

Deze vredes zijn de eerste manifestatie geweest van een volwassen Europees overleg. Staten gingen op gelijke voet met elkaar om en handelden volgens internationale rechtsregels. Voor het eerst werd door de grootmachten gezamenlijk een Europese orde vastgelegd, waarbij men hoopte dat er nu eindelijk een stabiel machtsevenwicht gehandhaafd kon blijven.

Orde op zaken stellen in Europa, daar ging het om. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit jaar talloze congressen en tentoonstellingen zijn georganiseerd, die dit Europese akkoord willen gedenken. In Munster en Osnabruck heeft de driedelige hoofdtentoonstelling plaats onder auspicien van de Raad van Europa. Kosten noch moeite zijn gespaard om uit alle hoeken en gaten van het inmiddels verenigde Europa voorwerpen bijeen te brengen: schilderijen, documenten (veel nieuwsbrieven en propaganda - de oorlog was ook een papieren strijd), wapens, munten en boeken uit musea archieven, kastelen, kerken en particuliere verzamelingen.

In Osnabruck komen de religieuze aspecten aan bod en de afzonderlijke dramatis personae, dat wil zeggen de vorsten en legeraanvoerders en hun vorstelijke levensstijl. In Munster zijn de oorlog en de cultuur van deze periode in 33 zalen behandeld. Er is een zondvloed van interessant materiaal bijeengebracht, maar het is tamelijk afstandelijk opgesteld. Zelfs de mortieren, haakbussen, pieken en hellebaarden staan er vervreemd bij.

En krijgsbuit, de schatten bijvoorbeeld, die de Zweedse koning Gustaaf Adolf uit Praag heeft meegeroofd, staan, summier vertegenwoordigd opgesteld alsof het hier een depotruimte betreft.

Sommige hoofdpersonen in de oorlog werden echte cultfiguren, zoals Gustaaf Adolf. Die zien we niet alleen op groot formaat geschilderd, maar ook in prentvorm, als wasfiguur, als halshangertje en natuurlijk op munten. Veel werd verbeeld door middel van allegorieen, zoals oorlog, vrede, en de strijd tussen de paus en de protestanten; voor de Europeaan van nu zijn dit inmiddels vrijwel onbegrijpelijke puzzels geworden.

De samenstellers hebben geprobeerd iets te laten zien van de sociale kanten van die oorlog: het leven van de soldaten, het lijden van de plattelandsbevolking, de gevolgen voor de stedelingen die hun verwoeste stad moesten ontvluchten. De legers waren internationale huurlegers, niet per se loyaal aan een vorst of een land of een religie, maar eerder aan hun commandant - zolang die tenminste nog geld in kas had. Dat laatste was niet altijd het geval. Wallenstein, de Boheemse generaal der katholieken, had een effectieve filosofie ontwikkeld onder het motto 'der Krieg ernahrt den Krieg', de oorlog voedt de oorlog. Troepen mochten onbelemmerd voedsel, onderdak en geld eisen. En wanneer de legers vertrokken waren, bleven groepen afgedankte, gedeserteerde of invalide soldaten het land onveilig maken.

De bevolking heeft verschrikkelijk geleden onder de zware belastingen, plunderingen, inkwartiering recrutering van weerbare mannen, hongersnoden en epidemieen. Maar dat leed is betrekkelijk weinig afgebeeld. Het bekendst zijn de series die de Fransman Jacques Callot maakte over de miseres de la guerre, kleine precieze gruwelijke etsen, voorlopers van Goya's latere serie over Napoleons oorlog in Spanje.

Ontcijferen

Wat wil men eigenlijk met zo'n megatentoonstelling, waarvoor de Europese politiek de industrie en de bankwereld 15 miljoen DM bijeen hebben gebracht? Je ziet al de protagonisten van oorlog en vrede van zeer dichtbij, evenals de tientallen geschilderde belegeringen en veldslagen. En er is veel tekst: brieven, tractaten, nieuwsberichten - maar zonder transcripties zijn die handschriften niet gemakkelijk te lezen en ook niet iedereen beheerst het gothische schrift.

Voor (kunst)historisch geinteresseerden is het een must, maar voor de leek is het vooral te veel. Men moet zich voorbereiden op een lange uitputtende dagmars. Het is een strenge, klassieke tentoonstelling waar men toont, nauwelijks uitlegt laat staan interpreteert. Wel wordt duidelijk dat niet, zoals vaak beweerd is, heel Duitsland en vooral de Duitse cultuur in die dertig jaar verwoest werd. Er bleven gebieden gespaard, er werd wel degelijk gebouwd, er waren kunstverzamelaars en mecenassen actief.

Het inzicht blijft hangen dat Europa vele gezichten had en geen eenheid was, dat het een werelddeel is geweest dat zowel intelligente dogmatici als te naieve humanisten heeft opgeleverd. Waar potentaten met een grote culturele belangstelling leefden, en knappe, zeer ontwikkelde veldheren actief waren, die er niet voor terugdeinsden mooie steden in de as te leggen. En waar men net zo goed van een permanente discontinuiteit kan spreken als van een continuiteit. Waar barbarij en verstand elkaar afwisselden, of gewoon naast elkaar bestonden.

Die Vrede van Westfalen schiep een nieuwe algemeen aanvaarde politieke en religieuze ordening van Europa, maar zeker geen eenheid. Al vier jaar na de vrede raakten de Nederlanden in oorlog met Engeland (dat overigens buiten de Dertigjarige Oorlog was gebleven).

Er zouden nog drie Engelse oorlogen volgen. Frankrijk en Spanje sloten pas in 1659 vrede. Zweden en Polen vochten een oorlog uit. In 1672 trokken Frankrijk, Engeland, Munster en Keulen gezamenlijk ten strijde tegen de Republiek der Verenigde Nederlanden. Tegen die tijd werd de expansie van Frankrijk onstuitbaar en daarna die van Pruisen. En zo is het op dit continent maar doorgegaan. Tot het midden van onze eeuw aan toe.