Dubbele berechting is mogelijk

De zoveelste complicatie in de zaak-Bouterse heeft een indrukwekkend Latijns opschrift: ne bis in idem. Indrukwekkend is dit zeker. Het behoort tot de grondbeginselen van het strafrecht dat iemand niet tweemaal kan worden berecht voor hetzelfde delict. Zo circuleert nu een scenario waarin de Surinaamse justitie de Nederlandse justitie de loef afsteekt door Bouterse snel zelf te berechten om zodoende een mogelijk ongunstige afloop van de moeizame - Nederlandse strafzaak tegen de Surinaamse adviseur van staat voor te zijn.

Dit scenario is natuurlijk pas echt interessant indien de Surinaamse strafzaak eindigt in vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging. Nederland heeft dat te accepteren, zo zegt het alternatieve scenario met een beroep op artikel 68, tweede lid van ons Wetboek van Strafrecht (WvSr). Dit kent ne bis-werking ook toe aan buitenlandse strafvonnissen. Zonder beperking naar de sterkte van de buitenlandse rechtsmacht in vergelijking met de Nederlandse.

De Nederlandse strafwet behoort tot de 'meest vergaande' in de wereld wat betreft de erkenning van buitenlandse vonnissen, signaleerde raadadviseur J.E.Schutte van het ministerie van Justitie al meer dan tien jaar geleden in het juridisch tijdschrift Ars Aequi. Als voorbeeld gaf hij een vrijspraak door een Finse rechter van een Nederlander voor een in Nederland gepleegde brandstichting. Zo'n Finse vrijspraak zou een “absoluut vervolgingsbeletsel' opleveren voor het Nederlandse openbaar ministerie.

Toch is het voorbarig om in het geval-Bouterse te spreken van “een afgang' van het OM, zoals Andre Haakmat doet (NRC Handelsblad, 12 november). Om te beginnen is er ook werkelijk een Surinaamse einduitspraak - de definitieve afsluiting van wat naar zich laat aanzien toch een niet geringe procedure zal moeten worden - nodig om zich te beroepen op de ne bis-regel.

Er is een verwant beginsel dat bekend staat als ne bis vexari. Dit heeft betrekking op het beeindigen van een strafrechtelijke vervolging door het openbaar ministerie. Dit beginsel is niet absoluut en zegt alleen dat het onderzoek slechts kan worden heropend indien van nieuwe bezwaren tegen de verdachte is gebleken. De vexari-variant van het ne bis-beginsel heeft bovendien geen automatische internationale werking.

Nederland hoeft zich er niets van aan te trekken als Suriname snel een strafrechtelijk onderzoek start en afsluit. Het gaat om een harde einduitspraak.

Het is van wezenlijk belang dat men niet kan blijven tornen aan uitspraken en vonnissen, al was het alleen omdat dat niet goed is voor de eerbied voor de beslissingen van rechters. Dit belang is internationaal erkend, maar wel met mitsen en maren. In elk geval is het verband met de universele rechtsmacht voor internationale misdrijven als foltering, slavernij en oorlogsmisdaden, dat Haakmat legt, in de zaak-Bouterse niet aan de orde. Deze zaak slaat op ordinaire drugshandel en aanverwante misdrijven.

Drugs zijn juist niet opgenomen in de lijst van misdrijven waarin het nieuwe internationale straftribunaal, waartoe deze zomer werd besloten in Rome, bevoegd is. Daar is nu net een hele strijd om gevoerd. Het verschil is niet zonder belang, want voor de echte universele misdrijven geldt dat het straftribunaal kan inbreken in een nationale berechting wanneer deze ernstig tekortschiet. Dat geldt nu ook al voor de tribunalen voor ex-Joegoslavie en Rwanda.

Tussen Nederland en Suriname gaat het om een vorm van strafrechtelijke concurrentie die wel vaker voorkomt als delicten vanuit het ene in het andere land worden gepleegd. In het algemeen hikken staten er tegen aan wat men noemt 'het negatieve gezag' van een uitspraak in een ander land te erkennen. Een ne bis-paragraaf is volgens een insider dan ook een belangrijke reden waarom zelfs binnen Europa een verdrag over de overname van vreemde strafvonnissen een moeizaam onthaal heeft gehad.

Dat Nederland op dit punt wel ver gaat, is niet los te zien van de ontstaansgeschiedenis van ons Wetboek van Strafrecht, die teruggaat tot de jaren tachtig van de vorige eeuw.

Ook toen al waren er trouwens bezwaren tegen het automatisch erkennen van vreemde vrijspraken, signaleren de strafrechtgeleerden Krabbe en Poelman in een van de schaarse beschouwingen over deze opmerkelijke bepaling uit ons wetboek. Minister van Justitie Modderman suste destijds dat deze kwestie zich toch vooral zou voordoen ten aanzien van onze etats limitrophes, de buurlanden Duitsland en Belgie. Het ne bis-beginsel sloeg dus op “beschaafde natien die elkaars rechtspraak moeten vertrouwen'.

Met de verruiming van de internationale strafrechtelijke contacten is dit vertrouwen genuanceerd, zo blijkt wel in de moderne uitleveringspraktijk. De rechter kijkt heel anders aan tegen een uitleveringsverzoek uit zeg Turkije dan uit het buurland Belgie.

De sleutel tot deze nuancering is een beperking op het ne bis-beginsel waarover Haakmat niet rept: men kan alleen niet dubbel worden berecht voor 'hetzelfde feit'. Op een andere aanklacht is met andere woorden wel degelijk een dubbele berechting mogelijk.

Wat dit betreft laat zelfs een eventuele Surinaamse vrijspraak voor Bouterse Nederland de nodige ruimte, afgaande op een opmerking van oud-minister van Justitie Girjasing in het Algemeen Dagblad. Hij wijst erop dat Suriname niet het nieuwe delict witwassen kent. En dat maakt in Nederland onderdeel uit van de aanklacht tegen Bouterse. Dat mag dan wel niet drugshandel zijn, maar Al Capone is ooit ook slechts achter de tralies beland vanwege belastingfraude. Trouwens, ook met het verschil tussen uitvoer (de Surinaamse kant) en invoer (de Nederlandse kant) van drugs kan een Nederlandse rechter nog heel wat kanten op.

Klap op de vuurpijl van Haakmats aangekondigde afgang is dat Nederland de Surinaamse justitie moeilijk het opsporingsmateriaal zou kunnen weigeren wat deze nodig heeft voor de beoogde vrijspraak.

Het rechtshulpverdrag tussen beide landen bevat een ontsnappingsclausule ten behoeve van het “algemeen belang en nationale wetgeving'. Deze clausule is weliswaar ingeroepen door Suriname om medewerking aan het Nederlandse onderzoek tegen Bouterse te blokkeren maar is in dit verdrag opgenomen op Nederlands initiatief als een verzekering tegen rare verrassingen uit Paramaribo. Zoals trucjes van Bouterse en consorten.