Denen willen resten Inuit uit expositie

De resten van een achttiende eeuwse Inuit (Eskimo) uit Groenland moeten zo snel mogelijk uit de expositie 'Botje bij Botje' worden verwijderd. Dat heeft het Deense ministerie van Buitenlandse Zaken via haar ambassadeur in Nederland aan de directeur van de Rotterdamse Kunsthal W. van Krimpen, laten weten.

Volgens de Deense regering, die de buitenlandse betrekkingen van Groenland behartigt, heeft de recente ophef rond de eskimo-resten “grote onrust' veroorzaakt onder de Groenlandse bevolking. “Een merkwaardige opmerking', vindt directeur Van Krimpen, die niet van plan is om aan het verzoek van de Deense regering te voldoen: “Wij hebben deze tentoonstelling bijzonder low key gebracht. Het zijn de Denen die voor deze ophef hebben gezorgd.'

De expositie in de Kunsthal, die vorige week werd geopend, toont een selectie van de naar schatting honderdduizend menselijke resten die in Nederlandse Musea worden bewaard. De geprepareerde huid van de Groenlandse Eskimo maakt sinds jaar en dag deel uit van de collectie van het Westfries Museum in Hoorn.

Govert de Groot van Arctic Peoples Alert, een Nederlandse organisatie die opkomt voor de rechten van poolvolkeren, wilde namens de Groenlandse regering onderhandelen met het Westfries Museum, maar kwam tot de ontdekking dat de dode Eskimo was uitgeleend aan de Kunsthal. Volgens De Groot ijvert het Natuurmuseum in Nuuk, de hoofdstad van Groenland, er al jaren voor om zoveel mogelijke Groenlandse artefacten terug te krijgen. De Deense regering ondersteunt de eis van de Nederlandse organisatie om de Inuit-resten nu uit de Kunsthal te verwijderen.