De wet en het embryo

Wetenschappelijk experimenteren met menselijke embryo's is in Nederland niet bij wet verboden. Maar het gebeurt niet, of nauwelijks. Omdat er (nog) een taboe op rust. En omdat er wet- en regelgeving in de maak is die voorwaarden en beperkingen stelt aan proeven met embryo's. De wet werd ruim tien jaar geleden aangekondigd. Maar regels maken voor het sleutelen aan het begin van menselijk leven bleek lastig. De wet 'inzake handelingen met geslachtscellen en embryo's' wordt nu op zijn vroegst pas tegen de eeuwwisseling in de Tweede Kamer verwacht.

Ruth den Hartog, beleidscoordinator medische ethiek bij het ministerie van VWS, schetst de moeizame geschiedenis van het wetsvoorstel:

Op 25 juli 1978 wordt de eerste IVF-baby ter wereld geboren. In Engeland. Niet lang daarna begint ook Nederland met IVF. In 1982 vraagt de minister van Volksgezondheid de Gezondheidsraad om advies over deze nieuwe techniek, en wat er mocht worden gedaan met restembryo's - embryo's die na een IVF-behandeling over blijven.

Vijf jaar later is dat advies er. IVF moet aan een vergunningenstelsel worden onderworpen en er moet wetgeving komen om wetenschappelijk onderzoek met de restembryo's te reguleren. De Gezondheidsraad vindt dat onderzoek met embryo's alleen onder strenge voorwaarden mag worden uitgevoerd. Het CDA heeft nog volop invloed. In september 1988 stuurt minister Brinkman de 'Notitie Kunstmatige Bevruchting' naar de Kamer, met daarin verwerkt het advies van de Gezondheidsraad.

Er volgt een rumoerig debat vol moties die het gebruik van embryo's voor wetenschappelijk onderzoek beogen in te perken. “Alleen wetenschappelijk onderzoek op embryo's als dat onderzoek aan datzelfde embryo ten goede komen', luidt een van de moties. De tekst van die motie keert terug in het regeerakkoord van het kabinet daarna, Lubbers II. Onder minister Hirsch Ballin werken Justitie en WVC aan een wetsvoorstel dat een onmiddellijk verbod op experimenten met embryo's mogelijk moet maken, als de ministers dat nodig vinden. Het voorstel haalt het niet. Nog voordat de Tweede Kamer zich er over kan uitspreken, treedt het eerste Paarse kabinet aan met de liberale D66-politici Borst en Sorgdrager op WVC en Justitie.

Hirsch Ballins wetsvoorstel wordt ingetrokken.

Menselijke restembryo's mogen van de nieuwe bewindslieden wel degelijk door de wetenschap worden gebruikt - in het kader van onderzoek naar IVF-technieken, naar onvruchtbaarheid en naar erfelijke en aangeboren aandoeningen.

Eind 1997 brengt de Gezondheidsraad ongevraagd opnieuw advies uit over een nieuwe techniek die wetenschappers hebben ontwikkeld: het maken van menselijke embryonale stamcellen. De cellen waar alles in het menselijk lichaam uit voortkomt. De Gezondheidsraad vindt dat deze experimenten moeten worden uitgevoerd om te bereiken dat in het laboratorium menselijk weefsel en organen kunnen worden gekweekt voor transplantatie. Zo kunnen aandoenigen als Parkinson en diabetes mogelijk worden bestreden.

In maart 1998 komt de Gezondheidsraad opnieuw met een advies over dit onderwerp. Het speciaal kweken van embryo's voor wetenschappelijk onderzoek moet niet worden verboden, vindt de raad. En wetenschappelijk onderzoek met restembryo's moet worden toegestaan als daarmee 'een zwaarwegend gezondheidsbelang' is gediend.

VWS en Justitie leggen nu de laatste hand aan de nieuwe wet. De minder controversiele onderdelen van de wet liggen al vast. Er komt onder meer een verbod op het klonen van mensen, op het combineren van mens en dier (chimeren) en op genetische manipulatie van geslachtscellen en zeer jonge embryo's om erfelijke ziektes te voorkomen (kiembaangentherapie). Het meest omstreden onderdeel van de wet, de voorwaarden voor het gebruik van menselijke embryo's voor wetenschappelijke experimenten, blijft voorlopig nog geheim.