De spoorwegen spreken

Wat weinig nog. Dat is je eerste gedachte als je de dienstregeling van de NS van 7 januari 1946 onder ogen krijgt. De hele treinenloop van Nederland in een vouwblaadje van tien cent, dat bij uitvouwen niet meer dan een krantenpagina blijkt te beslaan. Toch zou je moeten denken wat veel alweer.

Het bedrijf was lamgelegd toen (volgens velen rijkelijk laat) in september '44 de spoorwegstaking werd uitgeroepen. Het oorlogsgeweld en de Duitsers deden de rest. Spoorbruggen, stationsgebouwen en seinhuizen verwoest. Locomotieven, personenrijtuigen en goederenwagons gestolen. Zelfs bovenleidingen, spoorstaven en draaischijven waren gedemonteerd en naar Duitsland gebracht. Het bedrijf was in mei '45 in feite ontmanteld en in januari '46 kon je alweer drie maal per dag van Amsterdam naar Roosendaal.

Als je een enkeltje nam - een retourtje was bij de heersende reistijden eigenlijk niet te doen - betaalde je voor die 144 km f4,55 (derde klas), f6,55 (tweede klas) en f8,05 (eerste klas). Bij de eerste gelegenheid vertrok je om 8.25 uur van Amsterdam CS. En dan over Den Haag HS (9.27) en Rotterdam DP (9.56) naar Roosendaal, aankomst 12.40 uur. Tussen Zijndrecht en Lage Zwaluwe gaapte een gat van bijna een uur. Daarin werd een autodienst onderhouden. De tussenliggende rivieren werden per pont gepasseerd.

Pas op 24 augustus van dat jaar kon prins Bernhard een lint doorknippen op de Moerdijkbrug. 'Luid juichen de stoomfluiten der gepavoiseerde schepen haar blijdschap uit.' Noord en Zuid zijn weer verbonden. Nederland herrijst. Wij rijden naar betere tijden.

Het wel en wee van de NS raakte de hele natie. Iedereen kende de radiopraatjes van dr. P.Th. Posthumus Meijjes, 's zondags om tien voor twee: De spoorwegen spreken. Nog altijd zijn er mensen die zich zijn stem herinneren. Maar van de uitzendingen zelf is helemaal niets bewaard gebleven.

Ongetwijfeld heeft hij het in mei over de wederinvoering van het perronkaartje gehad, zoals die werd aangekondigd in de dagbladen.

'Hiermee komt een eind aan het euvel dat men, om op een perron te komen, een kaartje moet kopen naar de dichtstbijzijnde bestemming.' Het zal eruit komen te zien als een gewoon treinkaartje. Prijs: een dubbeltje.

En in juni over de introductie van nieuwe locomotieven in de 4000-serie, zoals die werd beschreven in Nieuw Spoor. Ondanks de deviezenschaarste waren deze besteld bij een bedrijf in Zweden. Kolenruimte 7 ton, trekkracht 11.000 kg. Inmiddels waren er zesentwintig in ons land gearriveerd en bij een demonstratie voor de pers werd op een baanvak bij Hattemerbroek een snelheid van 127 km/u bereikt (met zijwind!). Dat liep, om brons en tin uit te sparen op rollagers. Dat had een strak belijnde ketel. Stoomdom en zandbak werden door een ovale mantel bedekt. Machtig drijfwerk. Een suggestief front.

Deze kolossen waren gebouwd voor de eeuwigheid, of tenminste dertig jaar. Binnen twaalf jaar werden ze allemaal afgedankt en zonder uitzondering gesloopt.

De electrificatie van ons spoorwegnet was voor de oorlog al een eind gevorderd, ondervond in de oorlog een geweldige terugslag en werd na de oorlog met verdubbelde energie weer aangepakt. Letterlijk 'verdubbeld' omdat electro twee maal beter rendeert dan stoom. Dus minder brandstof dus minder deviezen. Zo werd de electrificatie aangedreven door de deviezenschaarste en op 1 januari 1958 waren de Nederlandse Spoorwegen als eerste in Europa, volledig ontstoomd.

Nieuw Spoor, maandblad voor het personeel van de NS, begon half '46 te verschijnen. Al bladerend krijg je een uitgesproken feestelijke indruk van dit orgaan. Elk nummer was er wel weer een andere spoorbrug die kon worden geopend, en dan zie je glunderende notabelen omstuwd door een opgetogen menigte, met in hun midden een met bloemen en vlaggen getooide locomotief, die staat te popelen om de herstelde verbinding in gebruik te nemen.

Bij festiviteiten rond de IJsselbrug in Zwolle speelt de Spoorwegharmonie bestaande uit 72 mannen in schitterende pakken. Daarnaast kan het bedrijf bogen op een symfonieorkest van 45 leden, een amusementsorkest van 18 leden, een accordeonorkest van 11 leden en een Hawaian-ensemble in oprichting.

In de rubriek 'hoe er gewerkt wordt': foto's van het leggen van rails, het opruimen van de brug bij Zaltbommel, het uitdeuken van een treinstel, het lassen van vlampijpen enz. 'Door het geheel spoorwegpersoneel wordt in eendrachtige samenwerking een bijna bovenmenschelijke prestatie geleverd.'

Onder 'jubilea': hele rijen met de stoere koppen van mannen die 25 of 40 jaar in dienst zijn.

Onder 'spoor & kunst' een beschouwing over de stoomtrein in de Nederlandse schilderkunst, geillustreerd met een landschap van P.J.C. Gabriel (hetzelfde dat onlangs weer de aandacht trok bij een expositie in het Rijksmuseum).

En in de rubriek 'voor moeder' een recept voor custardvla met biscuits (6 personen).

Spoorkinderen hebben de zomer doorgebracht in het buitenland om aan te sterken: 239 gingen er naar Denemarken, 236 naar Engeland en 230 naar Zwitserland (met foto's).

Op woensdagmiddagen in oktober houdt de Nederlands Hervormde Gemeente zogeheten spoorwegdiensten, tussen de middag in de Domkerk in Utrecht. 'In een wereld, zoo vol van verwarring als de onze, meent zij, dat een dienst, in zulke bijzonderen vorm opgezet, aan een behoefte van velen kan voldoen.'

Dat najaar presenteert Nieuw Spoor een nieuw NS-embleem 'dat in de toekomst consequent zal worden doorgevoerd.' Het gevleugelde wiel van voor die tijd, dat toch sporen van een mytische of zelfs Germaanse geest vertoonde, werd vereenvoudigd tot een vriendelijke plooibare, moderne abstractie.

Dus dat verscheen nu, meestal in de kleuren rood en blauw, in en op alles wat NS was - stations, treinen briefpapier en drukwerk. En dat heette een embleem, geen beeldmerk of zo.

En in het novembernummer een gedicht, waarin hoofdconducteur R. Zijlstra de kaartjestang bezingt, waarmee hij dertig jaar lang lief en leed heeft gedeeld. Bij de staking is hij hem kwijtgeraakt. Door een Duitser geroofd? Nu een werktuig in moffenhand? 'Het zal wel een mysterie blijven/ een raadsel, heel mijn leven lang./ Toch blijf je steeds in mijn gedachten/ jij oude, trouwe kaartjestang!'

Nee, de oorlog werd niet vergeten. Op 2 augustus 1945 had de Directie dienstorder no 774 doen uitgaan om bekend te maken dat zij in overleg met de Personeelsraad had besloten 'een monument te doen verrijzen waarin de nagedachtenis wordt geeerd van alle leden van het spoorwegpersoneel, die in den strijd gevallen zijn'.

Dit monument zou op 17 september 1949, vijf jaar na de spoorwegstaking, met prins Bernhard op de eerste rij, worden onthuld bij het toenmalige hoofdgebouw aan de Catharijnesingel in Utrecht, ook bekend als 'de inktpot'.

Om de herinnering ook plaatselijk te laten voortleven, zo verordonneerde hetzelfde rondschrijven, dienden in alle hoofdadministratiegebouwen, stations en werkplaatsen gedenkplaten met de namen van gevallenen te worden aangebracht. Bij elkaar waren dat er bijna vijfhonderd.