De grote verdwijntruc

Het is de standaarduitdrukking over dieren waarvan het leefgebied ondergraven werd: zij verdwijnen. Het klinkt neutraal, alsof honderdduizenden jaren oud dierenleven zomaar vervluchtigt. Met bovendien de suggestie dat wilde dieren hun boeltje kunnen pakken en hun heil elders zoeken. Alsof onbezet natuurgebied voor het opscheppen ligt.

Daarom halen we graag die grote, eufemistische verdwijntruc uit. De persoonlijke lotgevallen van degenen die het veld ruimen blijven verborgen. Een enkele maal haalt een al bijna verdwenen dier toch het nieuws. Soms omdat met hem, zijn hele soort verdwijnt. Maar ook wel omdat er iets grappigs aan de hand is, waarmee het dier de aandacht op zich weet te vestigen.

Zo'n uitzondering was er onlangs. De correspondent van de BBC Worldservice in New Delhi belde het via de radio door als een vloeiend verhaaltje. Verbaasde dorpsbewoners in een Indiase plattelandsstreek bleken een luipaard op bezoek te hebben. Ze troffen de panter in hun huis aan terwijl het volledig geobsedeerd naar de televisie zat te kijken. Zonder veel moeite konden kenners het gehypnotiseerde dier benaderen en in een kooi duwen. Daarna verdoofde men het voor de zekerheid alsnog.

Nu in India mensen het onverminderd goed blijven doen zichzelf en hun landbouwgebied vermenigvuldigen en in natuurgebieden alles bejagen wat panters graag eten, komen de grote katten op zwerftocht steeds meer in de door anderen bewoonde wereld terecht. Daar zorgen ze voor overlast, en verdwijnen meestal roemloos. Maar dit luipaard is in ieder geval op de radio geweest. Misschien haalt hij ook nog de tv. Dat is meer dan de meeste verdwijnende dieren bereiken.

Ook enkele jaren geleden haalden ontheemde wilde dieren het wereldnieuws als individuen. Ook weer dankzij een ijverige BBC-correspondent die het hoekje 'leuk dierennieuws' in het actualiteitenprogramma mocht vullen. Protestactie van olifanten! Afrikaanse olifanten zien het exploderende ruimtebeslag door mensen met verbazing aan. Er worden wel reservaten voor de dieren ingericht, maar je krijgt ze niet aan het verstand dat ze daartussen niet meer heen en weer kunnen trekken.

Enige jaren geleden leken olifanten die op drift waren geraakt in Tsjaad, voor ludieke actie te kiezen. Zij bezetten het enige, nog vrije en grazige veld: een vliegveld. Met die blokkade en het lamleggen van vliegverkeer kregen ze hun kwartier roem in de wereldwijde media.

Later kon ik, min of meer ter plekke, vragen hoe het afgelopen was met die grappige protestactie. Na een paar dagen waren de dieren geschoten. Nou ja, dat was niet helemaal goed gegaan, met weliswaar enkele dode olifanten, maar vooral veel gewonde olifanten. Die gingen opnieuw op stap. Het werd nog een lange tocht. Een afvalrace van een slinkende kudde door mensengebied waar arme boeren hun velden, en ongeruste dorpelingen hun hachje wilden redden.

Natuurbeschermers praatten er achteraf niet graag over. Het is niet goed afgelopen. De kudde is verdwenen, laten we het daar gewoon op houden. Zulke verhalen zijn al zo snel pathetisch - en dan hoef je nog niet een zo'n aangeschoten meehobbelend kalf te noemen. Dat vinden natuurbeschermers ook. Stilstaan bij wat verloren is, is contraproductief.

Nee, 'verdwijnen' is eigenlijk toch wel een mooie, afsluitende samenvatting over het grootste deel van de wilde dieren in de twintigste eeuw. En laten we het verder houden bij leuke verhalen, die zo mooi bij die eeuw passen. Een olifant op een vliegveld. Een luipaard voor de televisie. Sinds het oude televisieprogramma 'Luipaard op Schoot' is veel onschuldig optimisme verloren gegaan, maar zo'n modern televisieluipaard - daarover horen we toch graag.