Bankenpacht

Een belangrijke bron van inkomsten voor de rk-kerk vormde tot in de jaren zestig de bankenpacht. Hoe dat in andere kerken geregeld was weet ik niet. Elke familie in de parochie pachtte een bank of een aantal plaatsen die eenmaal per jaar dienden te worden afgerekend in het 'zaaltje naast de kerk'.

Hoe dichter bij het altaar, hoe duurder de bank. Het gevolg hiervan was dat de rijke families vooraan in het middenschip zaten, de minder rijke maar wel vrome vooraan in de zijbeuken. De banken naar achteren toe volgend was er vervolgens sprake van afnemende welstand in combinatie met een verminderende vurigheid van geloof. De sociale gelaagdheid in de parochie was met een blik te overzien.

Er werd in die tijd nog voornamelijk geknield tijdens de mis afgewisseld met een enkele keer staan bij bepaalde gebeden en gezangen en alleen tijdens de preek mocht men gaan zitten. Voor het knielen had elke familie zijn eigen kussens die, wanneer ze niet gebruikt werden, aan haakjes hingen onder de armleuning tegen de rug van de volgende bank. Het knielen gebeurde op een 15 cm brede plank die door middel van beugels zo'n handbreedte boven de vloer was bevestigd. De kussens werden voor het knielen op de plank gelegd. Dit ging gepaard met veel geruis en door heel de kerk hoorde je het getinkel van de metalen ogen die tegen de haakjes tikten. De kussens varieerden van kleine platte dingetjes die net twee knieen plaats boden, tot halve matrassen. Op doordeweekse dagen wanneer er weinig kerkbezoek was, was het voor ons een sport om de plaats met de dikste kussens te veroveren. Kwam de eigenaar of eigenaresse van het kussen alsnog opdagen, dan diende je op te schuiven en het kussen af te staan.

Min of meer gelijk met het afschaffen van het Latijn als voertaal in de liturgie en het verplaatsen van het altaar, werd de bankenpacht afgeschaft en vervangen door een jaarlijkse 'vrijwillig' verplichte bijdrage die gerelateerd was aan de hoogte van het inkomen en de grootte van het gezin. De banken waren weer van de kerk en de parochianen werd verzocht hun kussens mee naar huis te nemen waar sommige exemplaren nog een tweede bestaan vonden op de divan. In de kerk kwamen overal uniforme rode vilten kussentjes te hangen ter grootte van een doorsnee broodplank en aan een korte zijde in het midden voorzien van een messing oog. Niet alleen visueel werden alle banken nu gelijkgetrokken, ook het in alle toonaarden tinkelen tijdens het ophangen van de kussens, veranderde nu in een uniform geklik.

Wat oorzaak is en wat gevolg valt moeilijk te zeggen, maar het is opvallend dat deze 'democratische' veranderingen tevens het begin markeren van de uittocht van gelovigen en de leegloop van de kerken. Een leegloop die er de oorzaak van was dat in de decennia daarna tientallen kerken werden afgebroken of in gebruik werden genomen als supermarkt studentenflat of overdekt zwembad.