AARDOLIE VAN DRIE MILJARD JAAR IN VLOEISTOFINSLUITSELS

Aardolie bestaat uit een mengsel van koolwaterstoffen die, over geologisch lange perioden niet bijzonder stabiel zijn. Bij sterk verhoogde temperatuur en druk, zoals die ontstaan wanneer een oliebevattend gesteente diep begraven wordt onder jongere pakketten, wordt de olie afgebroken. Bijna alle exploiteerbare olievoorkomens betreffen dan ook gesteenten die niet ouder zijn dan zo'n 400 miljoen jaar. Daarbij komt dat olie ontstaat door omzetting van organisch materiaal; en hoe verder we teruggaan in de aardgeschiedenis, hoe primitiever dat leven was en hoe minder kans dat daarvan ook aanzienlijke restanten bewaard zijn gebleven. Het kwam daarom als een grote verrassing toen Australische onderzoekers meldden olie te hebben aangetroffen van miljarden jaren oud (Nature, 29 oktober).

Het gaat daarbij niet om winbare hoeveelheden, maar om minuscule vondsten, waarbij de olie deel uitmaakt van vloeistofinsluitsels in oude gesteenten. Volgens de analyses gaat het voornamelijk om twee typen: insluitsels van water plus vloeibaar kooldioxide plus olie, en om insluitsels van voornamelijk water plus olie. Doordat de olie in deze vorm werd beschermd tegen invloeden van buitenaf, kon het overleven zonder dat er kennelijk veel aan zijn eigenschappen veranderde. Die eigenschappen zijn overigens nog slechts zeer ten dele bekend, want de grootte van de insluitsels is niet meer dan enkele microns (een micron is een duizendste millimeter).

De gesteenten waarin de vondsten werden gedaan komen van diverse plaatsen in Zuid-Afrika en Canada. De ouderdom van de jongste onderzochte pakketten bedraagt circa tweemiljard jaar, die van de oudste driemiljard jaar. Omdat de desbetreffende gesteenten al (relatief gezien) snel aan verhoogde temperatuur en druk werden blootgesteld, moeten de insluitsels al in een vroegtijdig stadium van de buitenwereld zijn geïsoleerd. Dat zulke insluitsels in maar liefst vijf gesteenteformaties zijn aangetroffen, en in zulke uiteenlopende gebieden, geeft aan dat het niet gaat om een uitzonderlijke situatie.

De onderzoekers concluderen dan ook dat de zeeën van destijds, waarin de gesteenten werden gevormd door bezinking van zand- en slibdeeltjes waartussen zich de resten van gestorven organismen ophoopten, waarschijnlijk net zo'n grote productie van biomassa hadden als tegenwoordig. Dat zou betekenen dat het leven op aarde in zeer korte tijd leidde tot een enorm aantal individuen. In hoe verre dat vroege leven ook divers was, is nog nauwelijks duidelijk. De onderzoekers hopen dat nadere analyse van de olierestanten ook daarover meer helderheid zal verschaffen.

(A.J. van Loon)