Aandeel Nederlandse film blijft achter bij stijgend bioscoopbezoek

De omzet van Nederlandse bioscopen groeit, met name doordat het aantal bezoekers toeneemt. Gingen begin jaren negentig gemiddeld zo'n 14 miljoen mensen per jaar naar de bioscoop, vorig jaar waren het er 18,9 miljoen. De prijs van het kaartje is vrijwel gelijk gebleven: zo'n twaalf gulden.

Nederlandse bioscoopgangers komen vooral op buitenlandse films af. In de top-20 van bestbezochte films sinds 1990 komen slechts twee Nederlandse voor. Flodder in Amerika (1992) en Filmpje (1995) nemen met 1.493.873 en 933.608 bezoekers respectievelijk de vijfde en zeventiende plaats in op deze lijst.

Beide films zijn in hun 'jaargang' bijna geheel verantwoordelijk voor het hoge Nederlandse aandeel in de recette.

Zonder Flodder zou het aandeel in 1992 niet 13 procent zijn geweest maar 2,3. Kampioen in de top-20 is Titanic, met ruim drie miljoen bezoekers.

Nederlandse Oscar-winnaars zijn geen garantie voor hoge kaartverkoop. Antonia (1995) trok inmiddels 123.545 bezoekers. In het premierejaar van de film werden 17,2 miljoen bioscoopkaartjes verkocht. Karakter (1997) deed het iets beter met 196.000 bezoekers. De bestbezochte Nederlandse film was vorig jaar echter All-stars, die door 299.000 mensen werd gezien.

Opmerkelijk is de teruggang van films die niet in de VS of Nederland zijn gemaakt. Tussen 1956 en 1977 hadden Amerikaanse films gemiddeld zo'n 40 procent marktaandeel. Nu vult 'Hollywood' de bioscoopkassa's voor bijna 90 procent.

Tijn Kramer