Wreven klappen tegen de grond in gedanst drieluik

Dansers die choreografen uitnodigen in plaats van andersom. Het is een uitdagende formule, die in 1996 door het CaDance Festival werd geintroduceerd.

Voor The Art of Checking Ego stapten Anne Affourtit en Derrick Brown toen naar William Forsythe, Itzik Galili en Amanda Miller. Voor het drieluik Creole werden Beppie Blankert, Amanda Miller en Dana Casperen benaderd door Paul Selwyn Norton (zelf ook choreograaf) en Mauricio d'Oliveira.

Anders dan Miller en Caspersen is Blankert geen kloon van William Forsythe. In Link I wordt zijn fragmentarische bewegingstaal wel gebruikt, maar als onderdeel van vloeiende en energieke lijnen. De choreografische structuur is hecht. Het is prettig om eens niet te hoeven zoeken naar samenhang in los zand. Binnen de afbakening van een wit vierkant dansen Norton en d'Oliveira de spetters er vanaf. Afgezien van een paar korte solo's zijn hun lichamen constant bij elkaar, als twee motoren die elkaar aandrijven. Het is `close', maar niet klef. Het is verrassend om te zien dat Norton, meester in het isoleren van lichaamsdelen, ook heel organisch kan bewegen. Het is een menselijke kant die hem goed staat.

In Apousia creeert Miller met dezelfde lijven een totaal andere sfeer. Door de schaarse verlichting en de galmende geluiden van stemmen en stappen in de verte lijken we beland in de krochten van een gebouw. Hier zijn de twee dansers wereldvreemde en communicatief onhandige wezens. Maar omdat zij op elkaar zijn aangewezen weten zij toch een soort knusheid op te roepen. Norton schrijft met zijn vingers woorden in de lucht, d'Oliveira rommelt met gipsen botten. Ze bewegen vooral afzonderlijk. Maar soms leidt de een de ander zwierig rond, vinden ze elkaars handen of trekken dezelfde gekke bekken.

Caspersen gebruikt in Prelude 17 de stijl van isolaties het meest abstract. Hierom, en vanwege haar muziekkeuze, staat zij het dichtst bij Forsythe (Thom Willems is diens vaste componist).

De vervreemding slaat nu in alle hevigheid toe. Hier zien we Norton zoals we hem kennen. D'Oliveira is een prachtige danser, maar hij delft het onderspit als het gaat om ongebruikelijke en sterk gepronceerde plaatsingen van ledematen. Er zijn hoekig ingedraaide heupen,wreven die tegen de grond klappen en vooral veel armen die schijnbaar ongecontroleerd hun eigen weg gaan. Verstikkend zijn de handen die, als gedreven door een hogere macht, naar de eigen keel grijpen en elkaar daar razendsnel wegslaan.

Bruno Listopad is een jonge Portugese choreograaf. Zijn prachtige duet Jesus Loves You, dat hij in het afgelopen Holland Dance Festival presenteerde is nu aangevuld met een kwartet. De niet-tastbare geborgenheid van de titelfiguur is weinig zaligmakend. Daarom zoeken de drie vrouwen en Listopad het in wisselende combinaties bij elkaar. Communiceren is echter niet hun sterkste punt. Bloemen worden niet aangepakt, een kus belandt niet op de beoogde mond, een gretig lichaam verplettert de tegenpartij. De afstandelijke isolatietechniek past bij deze dwalende individuen. Maar ook Listopad combineert disharmonische bewegingen moeiteloos met harmonische. Samen vertellen ze een verhaal - over zoeken, vinden en verliezen. Hoewel de dansers de meer theatrale acts slecht aankunnen en het kwartet de compactheid van het duet mist, werkt dit licht vertellende karakter verfrissend.